| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w Landgoedlaan 26 |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0200.tam0024-ont1 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Landgoedlaan 26 Apeldoorn en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22w) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn. Het besluit waarmee dit plan wordt vastgesteld zorgt ervoor dat er een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22w) wordt opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn Om te zorgen dat dit besluit ook gelezen kan worden als een hoofdstuk in het omgevingsplan, gelden de volgende aanwijzingen.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit TAM-IMRO-deel van het omgevingsplan."
Voor de toepassing van dit TAM-IMRO-deel van het omgevingsplan gelden de volgende aanvullende begripsbepalingen:
het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w Landgoedlaan 26 met identificatienummer NL.IMRO.0200.tam0024-ont1 van de gemeente Apeldoorn.
een aan een woning toegevoegd visueel ondergeschikt bouwdeel, waarin woonfuncties zijn toegestaan;
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;
de maaiveldhoogte die is vastgelegd in het Actueel Hoogtebestand Nederland 2;
een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden;
een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;
een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnd;
een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting;
een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, dat in een woning of bedrijfswoning (inclusief bijgebouwen) wordt uitgeoefend, waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
de grens van een bouwvlak;
een doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
de gezamenlijke vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels, horeca of andere bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnruimte en overige dienstruimten;
een niet voor bewoning bestemd gebouw, dat ten dienste staat van en in bouwmassa ondergeschikt is aan de woning, waaronder in ieder geval begrepen een huishoudelijke bergruimte, garage of hobbyruimte;
een als zodanig aangeduide boom, die is vermeld op de krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening vastgestelde lijst van bijzondere bomen;
het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop of verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen en diensten aan degenen die deze goederen en diensten kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen;
periodieke en/of incidentele manifestaties zoals sportmanifestaties, concerten, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen, shows, thematische beurzen en thematische markten. Onder evenementen worden in ieder geval niet begrepen activiteiten die zijn gericht op verkoop uit grote partijen met een beperkt assortiment door één of enkele aanbieders;
een bedoeld ter verfraaiing, als blikvanger of oriëntatiepunt, niet noodzakelijkerwijs functioneel van aard;
Elk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat niet voor permanente bewoning bestemd is en dat gedurende het hele jaar gebruikt wordt voor recreatief nachtverblijf door wisselende groepen personen;
een gebouw dat op een kavel door zijn ligging, constructie, afmetingen of functie als belangrijkste valt aan te merken;
een bedrijf, gericht op het verstrekken van logies, met ondergeschikt de daarbij behorende voorzieningen;
een (deel van een) gebouw dat door aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard;
de bij een bestaand of te realiseren hoofdgebouw behorende gronden, samenvallend met de eigendomsgrens of met de grens van het gehuurde;
streekwinkel waar hoofdzakelijk verschillende lokaal geteelde of gekweekte voedselproducten worden verkocht;
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten;
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;
het gemiddelde afgewerkte bouwterrein dat aansluit aan de naar de weg dan wel openbare ruimte gekeerde gevel;
gebruik als woonadres als bedoeld in de Wet basisregistratie personen, waaronder wordt verstaan:
een gebouw zonder sanitaire voorzieningen, geen woonkeet en geen stacaravan of een ander bouwwerk op wielen zijnde, dat niet voor permanente bewoning bestemd is en dat gedurende het hele jaar gebruikt wordt voor verblijfsrecreatie;
gebied bedoeld voor verblijf, waartoe in ieder geval (ontsluitings)wegen, fiets- en voetpaden, water, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen en hondenuitlaatplaatsen worden gerekend;
recreatief verblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen, trekkershutten recreatiewoningen, groepsaccommodaties en/of stacaravans;
erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
een (deel van een) gebouw dat blijkens aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor de uitoefening van detailhandel en/of het verlenen van diensten, waaronder mede worden begrepen videotheken, kapsalons en buffetverkoop. Tot de winkel worden de voor publiek toegankelijke ruimte alsmede de bijbehorende magazijnruimte, kantoren en overige dienstruimten begrepen;
een gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen;
Kantoor met baliefunctie ten behoeve van publieksgerichte commerciële en/of maatschappelijke dienstverlening;
een ten behoeve van de opvang van zonne-energie;
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in dit artikel 4.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing in een bouwvlak tot de oppervlakte van dat bouwvlak, per kavel gemeten.
Tussen de (denkbeeldige) buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren, met dien verstande dat vloeroppervlakte waarboven minder dan 1,50 meter bouwhoogte aanwezig is hierbij buiten beschouwing wordt gelaten.
Boven peil tussen de buitenwerkse gevelvlakken, dakvlakken en harten van scheidsmuren.
De oppervlakte van de bodem die daadwerkelijk is afgegraven dan wel wordt afgegraven bij de uitvoering van een verleende omgevingsvergunning.
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w Landgoedlaan 26, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0200.tam0024- zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Bos.
Een als Bos aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende activiteiten:
Tot de locatie bedoeld in artikel 6.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, tevens de volgende beoordelingsregels:
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften opnemen voor de omvang en situering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover dit noodzakelijk is voor:
Het is verboden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren:
Het onder 6.6.1 opgenomen verbod geldt niet voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden:
Werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in dit lid zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen het bos niet onevenredig wordt of kan worden aangetast.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Groen.
Op een als Groen aangewezen locatie zijn de volgende activiteiten toegestaan:
Tot de locatie bedoeld in artikel 7.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning mag de bouwhoogte van speel- en klimtoestellen worden verhoogd naar maximaal 6 m.
De omgevingsvergunning genoemd onder 7.5.1 wordt verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften opnemen voor de omvang en situering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover dit noodzakelijk is voor:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Horeca.
Op de locaties aangewezen als Horeca zijn de volgende activiteiten toegestaan:
Tot de locatie bedoeld in artikel 8.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden bij de omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen tevens de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning mag de bouwhoogte van speel- en klimtoestellen worden verhoogd naar maximaal 6 m.
De omgevingsvergunning genoemd onder 8.6.1 wordt verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Recreatie - Dagrecreatie.
Een als Recreatie - Dagrecreatie aangewezen locatie mag gebruikt worden voor recreatie, niet zijnde verblijfsrecreatie.
Tot de locatie bedoeld in artikel 9.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden bij de omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en overkappingen en bijgebouwen tevens de volgende beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden bij de omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tevens de volgende beoordelingsregels:
Met een omgevingsvergunning mag de bouwhoogte van speel- en klimtoestellen worden verhoogd naar maximaal 6 m.
De omgevingsvergunning genoemd onder 9.6.2 wordt verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Recreatie - Verblijfsrecreatie.
Een als Recreatie - Verblijfsrecreatie aangewezen locatie mag gebruikt worden voor groepsaccommodatie en bijbehorende ontvangstruimte.
Tot de locatie bedoeld in artikel 10.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden bij de omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en overkappingen en bijgebouwen tevens de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende voorwaarden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Verkeer - Verblijfsgebied.
Een als Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende activiteiten:
Tot de locatie bedoeld in artikel 11.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning mag de bouwhoogte van speel- en klimtoestellen worden verhoogd naar maximaal 6 m.
De omgevingsvergunning genoemd onder 11.5.1 wordt verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Leiding - Gas.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die, naast de andere daar voorkomende functies, mede zijn aangewezen als Leiding - Gas' voor een ondergrondse gastransportleiding, waarbij de regels in dit artikel voorrang hebben op de regels van de daar voorkomende functie(s).
Op de gronden als bedoeld in lid 12.1 mogen, in afwijking van de andere aldaar voorkomende functies, uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding worden gebouwd. De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, overeenkomstig andere aldaar voorkomende functies, wordt alleen verleend indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies bij de leidingbeheerder is ingewonnen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de in dit artikel opgesomde werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod zoals opgenomen in artikel 12.4.1 geldt niet voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden:
De onder artikel 12.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend voor zover:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die, naast de andere daar voorkomende functies, mede zijn aangewezen als 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding, waarbij de regels in dit artikel voorrang hebben op de regels van de daar voorkomende functie(s).
Op de gronden als bedoeld in lid 13.1 mogen, in afwijking van de andere aldaar voorkomende functies, uitsluitend bouwwerken ten dienste van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd. De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, overeenkomstig andere aldaar voorkomende functies, wordt alleen verleend indien daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de betreffende leiding en ter zake vooraf advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Leiding - Riool'.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die, naast de andere daar voorkomende functies, mede zijn aangewezen als 'Leiding - Riool' voor een ondergrondse riooltransportleiding, waarbij de regels in dit artikel voorrang hebben op de regels van de daar voorkomende functie(s). .
Op de gronden als bedoeld in lid 14.1 mogen, in afwijking van de andere aldaar voorkomende functies, uitsluitend bouwwerken ten dienste van de riooltransportleiding worden gebouwd. De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, overeenkomstig andere aldaar voorkomende functies, wordt alleen verleend indien daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de betreffende leiding en ter zake vooraf advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de in dit artikel opgesomde werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod zoals opgenomen in artikel 14.4.1 geldt niet voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden:
Werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in 14.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen en het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen, als niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 22.27 en 22.36 van het omgevingsplan.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - a- watergang'
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het instandhouden van de a-watergang, waarbij de regels in dit artikel voorrang hebben op de regels van de daar voorkomende functie(s).
Het is verboden de gronden ter plaatse van de locatie 'overige zone - a-watergang' te gebruiken voor teelten die mest en bestrijdingsmiddelen gebruiken, met dien verstande dat bestaand gebruik mag worden voortgezet op een wijze die leidt tot het belemmeren van de tijdelijke berging van water. Overtreding van deze bepaling is een strafbaar feit.
Op de gronden als bedoeld in lid 18.1 mogen, in afwijking van de andere aldaar voorkomende functies, uitsluitend bouwwerken ten dienste van het beheer van de a-watergang worden opgericht. Zie tevens de algemene Keur van het Waterschap.
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het in lid 18.4 bepaalde ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de daar voorkomende bestemming(en), indien vooraf advies van de waterbeheerder is ingewonnen omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning het waterhuishoudkundig belang niet onevenredig wordt aangetast alsmede omtrent eventueel aan de vergunning te verbinden voorwaarden.
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de locatie 'A- watergang' maatwerkvoorschriften stellen omtrent de situering en afmetingen van bouwwerken in verband met het waarborgen van de waterbergende functie van gronden. Op het stellen van maatwerkvoorschriften zijn de in Artikel 23 opgenomen procedureregels van toepassing.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning:
Het onder 18.7.1 opgenomen verbod geldt niet voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden:
Werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in dit lid zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de beek of spreng niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de beek of spreng niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'overige zone - bijzondere boom'.
Ter plaatse van locatie 'overige zone - bijzondere boom' de zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van bijzondere bomen, waarbij de regels in dit artikel voorrang hebben op de regels van de daar voorkomende functie(s).
Ter plaatse van de locatie dient de afstand van tot het hart van de als zodanig aangewezen boom tenminste 10 meter te bedragen.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in lid bepaalde ten behoeve van het verkleinen van de genoemde afstand tot ten minste 5 meter uit het hart van de boom, mits dit geen wezenlijke negatieve gevolgen heeft voor de boom.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning binnen een afstand van 5 meter uit het hart van een 'overige zone - bijzondere boom':
Het onder 19.5.1 opgenomen verbod geldt niet voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden:
Werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in dit lid zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de bijzondere boom niet onevenredig wordt of kan worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die boom niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
Als gebruik in strijd met de functie geldt het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte aanwezig is voor het parkeren van auto's en fietsen en het laden en lossen van goederen. Dit volgens de 'Beleidsregel Parkeren' zoals vastgesteld op 21 maart 2019, die is opgenomen in Bijlage 3 van de Bijlagen bij de regels, dan wel haar rechtsopvolger.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 20.1 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Dit volgens de 'Beleidsregel Parkeren' van de gemeente Apeldoorn , die is opgenomen in Bijlage 3 van de Bijlagen bij de regels, dan wel haar rechtsopvolger.
Voor bouwwerken gelden de volgende regels:
Gebouwen waarvoor een aangegeven waarde voor maximum goothoogte en maximum bouwhoogte geldt, worden vanaf de aangegeven goothoogte afgedekt met hellende dakvlakken, waarvan de helling niet meer bedraagt dan 60 graden, met dien verstande dat:
Voor zover een (deel van een) gebouw op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan niet voldoet aan de onder 21.2.1 voorgeschreven afdekking geldt de dan aanwezige afdekking, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als vervangende regel.
Een omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 ten behoeve van het bouwen van zonnecollectoren, beeldende kunstwerken (waaronder begrepen follies), riool-overstortkelders, rioolgemalen, boven- en ondergrondse containerruimten, informatie- en reclameborden, niet voor bewoning bestemde gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde van openbaar nut, wordt verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Een omgevingsvergunning ten behoeve van het afwijken van de regels gesteld in artikel 21.2 wordt verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Een omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 ten behoeve van het afwijken van de bouwhoogte van antenne-installaties, wordt ook verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Een omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 ten behoeve van het afwijken van de functiegrenzen, bouwgrenzen, locatiegrenzen en overige locaties in het horizontale vlak, wordt ook verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
Een omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 ten behoeve van het afwijken van bouwgrenzen, locatiegrenzen en overige locaties, wordt ook verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Een omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 ten behoeve van het afwijken van de voorgeschreven goothoogte en bouwhoogte van gebouwen, locatiegrenzen, bouwhoogte van bouwwerken, oppervlakte van bebouwing, onderlinge afstand tussen gebouwen, dieptes, afstand tot perceelsgrenzen en overige aanwijzingen, maten en afstanden, eventueel met overschrijding van de bouwgrens, wordt ook verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Een omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 ten behoeve van het plaatsen van jeugd-ontmoetingsplekken waarbij de oppervlakte maximaal 20m² en de bouwhoogte maximaal 4 meter is wordt ook verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Een beslissing omtrent het stellen van maatwerkvoorschriften zoals opgenomen in 18.6 wordt niet genomen dan nadat belanghebbenden schriftelijk in kennis zijn gesteld van het voornemen tot het stellen van nadere eisen en in de gelegenheid zijn gesteld zienswijzen tegen die voorgenomen nadere eisen bij burgemeester en wethouders in te dienen.
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'Hoofdstuk 22w TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22w Landgoedlaan 26'