direct naar inhoud van REGELS
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Kamerverhuur en woningsplitsing
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.tam0018-vas1

REGELS

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op het grondgebied van Apeldoorn en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22q kamerverhuur en woningsplitsing) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening.
Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op het uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk '22q' van het omgevingsplan van gemeente Apeldoorn. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22q gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22q' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.

 

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

2.1 plan

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Kamerverhuur en woningsplitsing met identificatienummer NL.IMRO.0200.tam0018-vas1 van de gemeente Apeldoorn.

2.2 aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.3 aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

2.4 aanduidingsvlak

Een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden.

2.5 aaneengebouwde woning

Een woning in een rij van 3 of meer niet-gestapelde woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar zijn gebouwd.

2.6 bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2.7 bedrijfswoning

Een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting.

2.8 begeleid wonen

Een woonvorm waarbij de begeleiding van de bewoners door daartoe deskundige hulpverleners plaatsvindt, zodat zelfstandig wonen mogelijk wordt of blijft.

2.9 beroepsuitoefening aan huis

Een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, dat in een woning of bedrijfswoning (inclusief bijgebouwen) wordt uitgeoefend, waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

2.10 bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

2.11 bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

2.12 bouwgrens

De grens van een bouwvlak.

2.13 bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen.

2.14 bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

2.15 bruto vloeroppervlakte

De gezamenlijke vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels, horeca of andere bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnruimte en overige dienstruimten.

2.16 bijgebouw

Een niet voor bewoning bestemd gebouw, dat ten dienste staat van en in bouwmassa ondergeschikt is aan de woning, waaronder in ieder geval begrepen een huishoudelijke bergruimte, garage of hobbyruimte.

2.17 functiegrens

De grens van een functie.

2.18 functievlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.

2.19 gebouw

Elk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.20 Gebruiksoppervlak

De maat van de gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580.

2.21 gemeenschappelijke voorzieningen

Ruimten, opstelplaatsen, aansluitingen, installaties, apparatuur en dergelijke die gebruikt kunnen worden door de bewoners van drie of meer onzelfstandige woonruimtes;

2.22 gestapelde woning

Een woning in een woongebouw waarin 2 of meer zelfstandige woningen boven elkaar en eventueel ook naast elkaar zijn gebouwd.

2.23 groepsaccommodatie

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat niet voor permanente bewoning bestemd is en dat gedurende het hele jaar gebruikt wordt voor recreatief nachtverblijf door wisselende groepen personen.

2.24 huishouden

Een zelfstandig(e), dan wel samenwonend, persoon of groep van personen waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid, die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree.

2.25 kamerverhuur

Het (laten) bewonen van een (deel van een) gebouw waarin zich 3 of meer onzelfstandige woonruimten bevinden en/of dat wordt bewoond door drie of meer personen die geen gezamenlijke huishouding voeren.

2.26 kamerverhuurpand

Gebouw of een deel van een gebouw met of geschikt te maken voor drie of meer kamers, niet vallende onder het begrip logiesgebouw of logiesverblijf als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving, welke kamers als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in het verband van een huishouden levende personen.

2.27 kantoor

Een (deel van een) gebouw dat door aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard.

2.28 onzelfstandige woonruimte

Een verblijfsruimte die door de aard van de inrichting en gebruik het privé-domein is van een bewoner die daarbij is aangewezen op het gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen.

2.29 openbaar toegankelijk gebied

Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.

2.30 overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand.

2.31 peil

Het gemiddelde afgewerkte bouwterrein dat aansluit aan de naar de weg dan wel openbare ruimte gekeerde gevel.

2.32 perceel

De bij een bestaand of te realiseren hoofdgebouw behorende gronden, samenvallend met de eigendomsgrens of met de grens van het gehuurde.

2.33 permanente bewoning

Gebruik als woonadres als bedoeld in de Wet basisregistratie personen, waaronder wordt verstaan:

  • a. het gebruik als woning door een zelfde persoon, (deel van) een gezin of samenwoning op een wijze die ingevolge het in de Wet basisregistratie personen bepaalde leidt tot inschrijving in de basisregistratie personen van de gemeente, en/of;
  • b. het in de periode van 1 november tot 15 maart meer dan 70 maal ter plaatse nachtverblijf houden, terwijl betrokkene niet elders daadwerkelijk over een woonadres beschikt.
2.34 verkameren

Het gebruiken of laten gebruiken van een (gedeelte van een) gebouw ten behoeve van kamergewijze bewoning. Hieronder wordt tevens verstaan het toevoegen van onzelfstandige woonruimten aan bestaande situaties van kamergewijze bewoning.

2.35 woning

Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

2.36 woonadres

Het adres waar:

  • a. betrokkene woont of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;
  • b. waar, bij ontbreken van een adres als bedoeld onder a, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.
2.37 woonruimte

Besloten ruimte die, al dan niet samen met een of meer andere ruimten bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.

2.38 zelfstandige woonruimte

Woonruimte die een eigen toegang heeft en die door één huishouden kan worden bewoond zonder dat men voor de bewoning afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte.

2.39 zorgwoning

Een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven; verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn.

Artikel 3 Meet - en rekenbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten:

3.1 de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.2 de inhoud van een bouwwerk

Boven peil tussen de buitenwerkse gevelvlakken, dakvlakken en harten van scheidsmuren.

3.3 de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.4 de vloeroppervlakte

Tussen de (denkbeeldige) buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren, met dien verstande dat vloeroppervlakte waarboven minder dan 1,50 meter bouwhoogte aanwezig is hierbij buiten beschouwing wordt gelaten.

3.5 de bodemingreep

De oppervlakte van de bodem die daadwerkelijk is afgegraven dan wel wordt afgegraven bij de uitvoering van een verleende omgevingsvergunning.

3.6 de dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

Artikel 4 Toepassingsbereikbepaling

4.1 Toepassingsbereik

De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet blijven van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.

4.2 Aanvulling voorrang

De Regels in dit Plan gelden in aanvulling op de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.

4.3 Geometrische toepassingsbereik

De regels in dit Plan zijn van toepassing op de locatie behorend bij dit TAM- omgevingsplan, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0200.tam0018- zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Hoofdstuk 2 Regels kamerverhuur

Artikel 5 Kamerverhuur

5.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de gebouwen binnen de aanduiding 'overige zone - kamerverhuur' waar het gebruik als woning is toegestaan.

5.2 Functieomschrijving

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de omgevingskwaliteit.

5.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning:

a. een (gedeelte van een) gebouw te verkameren en verkamerd te houden;

b. een kamerverhuurpand te bouwen.

5.4 Uitzonderingen vergunningplichtige gevallen

Het onder 5.3 opgenomen verbod geldt niet:

  • a. bij verkamering naar 1 of 2 onzelfstandige woonruimten;
  • b. zolang het kamerverhuurpand op basis van een vergunning die op grond van de Verordening voor kamerverhuurpanden of de Algemene plaatselijke verordening 2014 is verleend rechtmatig in gebruik is als kamerverhuurpand;
  • c. indien krachtens het Voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels kamerverhuur Apeldoorn geen omzettingsvergunning was vereist en dit gebruik vanaf het moment dat dit vergunningsvrij is gestart, onafgebroken is voortgezet. Er is geen sprake van onafgebroken voortzetting als het betreffende gebruik gedurende een aangesloten periode van één jaar gestaakt is geweest.

5.5 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning voor het verkameren wordt verleend indien de vergunning niet leidt tot een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende gebouw. Of sprake is van een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregels kamerverhuur en woningsplitsing, met dien verstande dat indien deze beleidsregel wordt gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels gelden dan wel de rechtsopvolgers gelden.
Indien er sprake is van bouwen, moet eveneens worden voldaan aan de gebruiksregel in dit artikel.

5.6 Intrekken vergunning

De omgevingsvergunning voor het verkameren kan worden ingetrokken indien de vergunning leidt tot een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende gebouw. Of sprake is van een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregels kamerverhuur en woningsplitsing, met dien verstande dat indien deze beleidsregel wordt gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels gelden dan wel de rechtsopvolgers gelden.

Hoofdstuk 3 Regels woningsplitsing

Artikel 6 Woningsplitsing

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de gebouwen binnen de aanduiding 'overige zone - woningsplitsing' waar het gebruik als woning is toegestaan.

6.2 Functieomschrijving

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de omgevingskwaliteit.

6.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een (gedeelte van een) gebouw te splitsen en gesplitst te houden in twee of meer zelfstandige woonruimten.

6.4 Uitzondering vergunningplichtige gevallen

Het onder 6.3 opgenomen verbod geldt niet indien het een bestaande situatie betreft. Hiervan is sprake indien het gebouw op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan legaal gesplitst is danwel gesplitst kan worden krachtens een vergunning.

6.5 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning voor woningsplitsing wordt verleend indien de vergunning niet leidt tot een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende gebouw. Of sprake is van een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregels kamerverhuur en woningsplitsing, met dien verstande dat indien deze beleidsregel wordt gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels gelden dan wel de rechtsopvolgers gelden.

Hoofdstuk 4 Procedures

Artikel 7 Aanvraagvereisten kamerverhuur

Voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkameren en verkamerd te houden als bedoeld in artikel 5.3 worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

  • a. bewijs van eigendom van de woonruimte en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de gevraagde verkamering;
  • b. Een plattegrondtekenening van alle verdiepingen van de bestaande indeling van het pand, voorzien van gebruiksoppervlaktematen;
  • c. Tekeningen van de gewijzigde plattegrond van alle verdiepingen van het pand (op schaal 1:100), voorzien van gebruiksoppervlaktematen. Op de tekeningen moet aangegeven worden welke ruimten als afzonderlijke woonruimte (zelfstandige en onzelfstandige) gebruikt worden, en de verkeersruimte en/of gezamenlijke ruimten. Per ruimte moet de aanduiding van de functie en de oppervlakte worden aangegeven. Tevens moet de tekening voorzien zijn van de aanduiding voordeuren, deuren die toegang geven tot de afzonderlijke woonruimte, rookmelders en brandblussers;
  • d. Een situatietekening van de bestaande en nieuwe situatie (schaal 1:1000) met daarop de (fiets)parkeervoorzieningen op eigen terrein, aanduiding van de buitenruimte en locatie van de afvalcontainers;
  • e. Onderbouwing waarin wordt aangetoond dat in voldoende mate ruimte aanwezig is voor het parkeren van auto's en fietsen en het laden en lossen van goederen. Dit volgens de 'Beleidsregel Parkeren 2024' zoals vastgesteld op 13 juni 2024, dan wel haar rechtsopvolger;
  • f. Een ingevuld Bibob-vragenformulier;
  • g. Aanvullende gegevens indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag.

Artikel 8 Voorschriften omgevingsvergunning kamerverhuur

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3 worden in ieder geval de volgende voorschriften verbonden:

  • a. onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet mogen er geen ingrijpende verbouwingen worden uitgevoerd die de geschiktheid om als zelfstandige woonruimte te kunnen dienen aantasten;
  • b. de vergunninghouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de feitelijke beëindiging van het gebruik waarvoor de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen is verleend;
  • c. de verhuurder verhuurt de onzelfstandige woonruimte slechts aan degene die uiterlijk vijf dagen nadat hij de onzelfstandige woonruimte heeft betrokken, hiervan aangifte doet bij de gemeente Apeldoorn conform de Wet Basisregistratie Personen;
  • d. een omgevingsvergunning kamerverhuur is persoonsgebonden.