direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Hoogspanningsleiding De Maten
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.tam0016-ont1

Regels

Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een nieuw ondergronds 150 kV hoogspanningstracé door de wijk De Maten te Apeldoorn en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22o Hoogspanningsleiding De Maten) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn. De nieuwe verbinding 'Apeldoorn-Woudhuis' volgt globaal het tracé van de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding. Het betreft het deel tussen mast 9 (opstijgpunt aan de Kayersdijk) en mast 21 (aan de oostzijde van de Rijksweg A50). Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22o van het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22o gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22o' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 2 daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende aanvullende begripsbepalingen:

2.1 peil

Het gemiddelde afgewerkte bouwterrein dat aansluit aan de naar de weg dan wel openbare ruimte gekeerde gevel.

2.2 plan

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Hoogspanningsleiding De Maten met identificatienummer NL.IMRO.0200.tam0016-ont1 van de gemeente Apeldoorn.

2.3 opstijgpunt hoogspanningsverbinding

De locatie waar het ondergrondse deel van een hoogspanningsverbinding boven de grond komt en naar het bovengrondse deel van een hoogspanningsverbinding wordt geleid door middel van een installatie.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.2 de goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.3 de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.4 de inhoud van een bouwwerk

Boven peil tussen de buitenwerkse gevelvlakken, dakvlakken en harten van scheidsmuren.

Artikel 4 Toepassingsbereikbepaling

4.1 Toepassingsbereik

De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet blijven van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.

4.2 Voorrang

De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan.

4.3 Geometrische toepassingsbereik

De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie behorend bij dit TAM- omgevingsplan, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0200.tam0016-ont1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Hoofdstuk 2 FUNCTIES EN ACTIVITEITEN

Artikel 5 Ondergrondse hoogspanningsverbinding

5.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als overige zone - ondergrondse hoogspanningsverbinding.

5.2 Functieomschrijving

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder.

5.3 Aanwijzing activiteit

Een als overige zone - ondergrondse hoogspanningsverbinding aangewezen locatie mag worden gebruikt voor de functies:

  • a. het realiseren en in werking hebben van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximale spanning van 150 kV, met de daarbij behorende voorzieningen;
  • b. bijbehorende activiteiten.

Artikel 6 Beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als overige zone - beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding.

6.2 Functieomschrijving

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op:

  • a. het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder;
  • b. bescherming van het elektriciteitstransportnet tegen activiteiten in de nabijheid van het transportnet;
  • c. waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet.
6.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
6.3.1 Bouwen
  • a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen of in stand te laten;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn bestaande legale bouwwerken zonder omgevingsvergunning toegestaan;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a mogen bestaande legale bouwwerken zonder omgevingsvergunning worden vervangen, vernieuwd of veranderd als de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering onder de voorwaarde dat deze activiteit op grond van de andere daar geldende regels eveneens is toegestaan;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder a zijn cross bonding putten toegestaan met een maximale oppervlakte van 15 m2 en een maximale diepte van 2 meter.
6.3.2 Aanleggen en uitvoeren van werken en werkzaamheden

Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;
  • b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen;
  • c. het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen;
  • d. het aanleggen van zonnepanelen, en de daarmeeverband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen;
  • f. het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, tenzij het gaat om activiteiten die zijn toegestaan in artikel 5.3;
  • g. het aanbrengen en/of kappen van diepwortelende beplantingen;
  • h. het installeren van laadpalen;
  • i. het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,8 m onder het maaiveld;
  • j. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage dieper dan 0,8 m, onder maaiveld;
6.4 Uitzonderingen vergunningplichtige gevallen

Het onder artikel 6.3.2 opgenomen verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden:

  • a. in het kader van het normale beheer en onderhoud;
  • b. waarmee is begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
  • c. activiteiten die door of in opdracht van beheerder van het betreffende onderdeel van de fysieke leefomgeving worden verricht in verband met de functieomschrijving genoemd in artikel 6.2 met inachtneming van het bepaalde in 6.3.1.
6.5 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
6.5.1 Bouwen

De onder artikel 6.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a. de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken;
  • b. de activiteit ook overigens, gelet op de functieomschrijving van artikel 6.2, geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.
6.5.2 Aanleggen en uitvoeren van werken en werkzaamheden

De onder artikel 6.3.2 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a. de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken;
  • b. gelet op de functieomschrijving van artikel 6.2, geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

Artikel 7 Opstijgpunt hoogspanningsverbinding

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als overige zone - opstijgpunt hoogspanningsverbinding.

7.2 Functieomschrijving

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder.

7.3 Aanwijzing activiteit

Dit artikel is van toepassing op de volgende activiteiten:

  • a. het realiseren en in werking hebben van een opstijgpunt hoogspanningsverbinding met daarbij behorende voorzieningen;
  • b. bijbehorende activiteiten.
7.4 Algemene regels

Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de in artikel 7.3 aangewezen activiteiten worden gebouwd, met dien verstande dat:

  • a. erf- en terreinafscheidingen zijn toegestaan met een maximum bouwhoogte van 3 meter;
  • b. een opstijgpunt is toegestaan met een maximum bouwhoogte van 7 meter.

Artikel 8 Beperkingengebied opstijgpunt hoogspanningsverbinding

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als overige zone - beperkingengebied opstijgpunt hoogspanningsverbinding.

8.2 Functieomschrijving

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op:

  • a. het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder;
  • b. bescherming van het transportnet tegen activiteiten in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet;
  • c. waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet.
8.3 Aanwijzing gevallen
  • a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning:
    • 1. een bouwwerk te bouwen of in stand te laten;
    • 2. gevaarlijke stoffen in verpakking op te slaan;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn bestaande vergunde bouwwerken zonder omgevingsvergunning toegestaan;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a mogen bestaande vergunde bouwwerken zonder omgevingsvergunning worden vervangen, vernieuwd of veranderd als de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering onder de voorwaarde dat deze activiteit op grond van de andere daar geldende regels eveneens is toegestaan.
8.4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De onder artikel 8.3 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • a. de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het opstijgpunt hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van het opstijgpunt hoogspanningsverbinding betrekken;
  • b. de activiteit ook overigens, gelet op de functieomschrijving in artikel 8.2, geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het opstijgpunt hoogspanningsverbinding.

Artikel 9 Saneren bovengrondse hoogspanningsverbinding

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als overige zone - saneren bovengrondse hoogspanningsverbinding.

9.2 Gebodsbepaling

a. De bovengrondse hoogspanningsverbinding met de daarbij behorende voorzieningen moet binnen 24 maanden na ingebruikname van de ondergrondse hoogspanningsverbinding als bedoeld in artikel 5.3 zijn verwijderd en verwijderd gehouden worden.

b. Na ingebruikname van de ondergrondse hoogspanningsverbinding als bedoeld in artikel 5.3 en het amoveren van de bovengrondse hoogspanningsverbinding als bedoeld in 9.2 onder a is het gebruik als bovengrondse hoogspanningsverbinding niet meer toegestaan en gelden de daarbij behorende beperkingen als bedoeld in onderstaande onderdelen van het tijdelijke omgevingsplan niet meer:

    • 1. Stadsdeel Zuid-Oost De Maten (NL.IMRO.0200.bp1169-vas1), artikel 17;
    • 2. Malkenschoten-Kayersmolen (NL.IMRO.0200.bp1002-vas1), artikel 26;
    • 3. Broekland-Woudhuis, artikel 2.1 onder 10 en 11;
    • 4. Hoogspanning Zuid (NL.IMRO.0200.bp1258-vas1), artikel 16.

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Artikel 12 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen en het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen, als niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 22.27 en 22.36 van het omgevingsplan.

Artikel 13 Vergunningplicht voor afwijken

13.1 Afwijkingsbepaling diverse bouwwerken

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het plan ten behoeve van het bouwen van zonnecollectoren, beeldende kunstwerken (waaronder begrepen follies), riool-overstortkelders, rioolgemalen, boven- en ondergrondse containerruimten, informatie- en reclameborden, niet voor bewoning bestemde gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde van openbaar nut, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. het bouwwerk kan in redelijkheid niet worden ondergebracht in nabij gelegen bebouwing;
  • b. indien het gebouwen betreft, is de inhoud maximaal 60m³ en de goothoogte maximaal 3 meter, van deze maximale inhoud zijn uitgezonderd riool-overstortkelders en rioolgemalen;
  • c. indien het bouwwerken geen gebouwen betreft, is de oppervlakte maximaal 10m² en de bouwhoogte maximaal 4 meter, van deze maximale bouwhoogte zijn uitgezonderd beeldende kunstwerken en ontluchtingspijpen en van deze maximale oppervlakte zijn uitgezonderd beeldende kunstwerken;
  • d. de stedenbouwkundige kwaliteit die met het plan is beoogd wordt niet onevenredig aangetast;
  • e. er zijn geen dringende redenen die zich tegen de afwijking verzetten.
13.2 Afwijkingsbepaling uitmeting terrein

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het plan ten behoeve van de functiegrenzen, bouwgrenzen, aanduidingsgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. afwijking is noodzakelijk ter aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein;
  • b. de stedenbouwkundige kwaliteit die met het plan is beoogd wordt niet onevenredig aangetast;
  • c. er zijn geen dringende redenen die zich tegen de afwijking verzetten.
13.3 Afwijkingsbepaling doelmatig gebruik

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het plan ten aanzien van bouwgrenzen, aanduidingsgrenzen en overige aanduidingen, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. afwijken is noodzakelijk uit het oogpunt van doelmatig gebruik van de grond en bebouwing;
  • b. de afwijking bedraagt maximaal 10 meter ten opzichte van hetgeen is aangegeven in het plan;
  • c. de stedenbouwkundige kwaliteit die met het plan is beoogd wordt niet onevenredig aangetast;
  • d. er zijn geen dringende redenen die zich tegen de afwijking verzetten.
13.4 Afwijkingsbepaling 10%

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het plan ten behoeve van het afwijken ten aanzien van de voorgeschreven goothoogte en bouwhoogte van gebouwen, aanduidingsgrenzen, bouwhoogte van bouwwerken, oppervlakte van bebouwing, onderlinge afstand tussen gebouwen, dieptes, afstand tot perceelsgrenzen en overige aanwijzingen, maten en afstanden, eventueel met overschrijding van de bouwgrens, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. de afwijkingen bedragen maximaal 10 van de in het plan voorgeschreven maten, afstanden, oppervlakten en percentages;
  • b. de stedenbouwkundige kwaliteit die met het plan is beoogd wordt niet onevenredig aangetast;
  • c. er zijn geen dringende redenen die zich tegen de afwijking verzetten.