direct naar inhoud van 5.3 Natuurwaarden
Plan: Aardhuisweg 58 Uddel herstelplan
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1198-vas1

5.3 Natuurwaarden

5.3.1 Algemeen

Bescherming van natuurwaarden vindt plaats via de Flora- en faunawet, de Habitat- en Vogelrichtlijn en de Natuurbeschermingswet.

Soortbescherming

Op grond van de Flora- en faunawet is iedere handeling verboden die schade kan toebrengen aan de op grond van de wet beschermde planten en dieren en/of hun leefgebied. Op grond van artikel 75 van de wet kan ontheffing van het verbod worden verleend en op grond van de ex artikel 75 vastgestelde AmvB gelden enkele afwijkingen van het verbod. Het systeem werkt als volgt:

  • algemene soorten
    Voor de (met name genoemde) algemene soorten geldt (onder andere) voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing van het verbod.
  • overige soorten
    Voor de overige (met name genoemde) soorten geldt (onder andere) voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing van het verbod, mits die activiteiten worden uitgevoerd op basis van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Wanneer er geen (goedgekeurde) gedragscode is, is voor die soorten een ontheffing nodig; de ontheffingsaanvraag wordt voor deze soorten getoetst aan het criterium 'doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort'.
  • soorten bijlage IV Habitatrichtlijn/bijlage 1 AmvB
    Voor de soorten die zijn genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en bijlage 1 van de AmvB artikel 75 is voor activiteiten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling een ontheffing nodig. De ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria:
    • 1. er is sprake van een in of bij de wet genoemd belang (daaronder valt de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling); en
    • 2. er is geen alternatief; en
    • 3. doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort.

Voor vogelsoorten bestaat geen ontheffingsmogelijkheid.

Gebiedsbescherming

Naast de hiervoor beschreven soortbescherming kan ook een gebiedsbescherming gelden op grond van de Natuurbeschermingswet en de Vogel- en/of Habitatrichtlijn (Natura 2000) of de Ruimtelijke Verordening Gelderland (EHS). Het plangebied ligt niet binnen Natura-2000 gebied en de EHS maar wel in de omgeving daarvan.

5.3.2 Onderzoeksresultaten

Ecologisch onderzoek is uitgevoerd in de vorm een quickscan flora en fauna. Het betreft de Quickscan Flora en Fauna, Aardhuisweg 58 te Uddel, Econsultancy, 9 maart 2012 (als bijlage opgenomen). Uit het onderzoek is het volgende naar voren gekomen.

Soortenbescherming

Eén van de meest noordelijk gelegen aaneengeschakelde stallen is voorzien van een hoogbouw waarin huismussen broeden. Aan de meest noordelijk gelegen aaneengeschakelde stallen zijn twee vervallen nestresten van huiszwaluw aangetroffen. Het is niet uit te sluiten dat nestlocaties aanwezig zijn voor algemene broedvogels binnen de te slopen stallen en schuur. Door de aanwezigheid van enkele bomen op de onderzoekslocatie zijn er geschikte nestlocaties aanwezig voor algemene broedvogels. De meest noordelijk gelegen aaneengeschakelde stallen zijn geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Das maakt gebruik van de onderzoekslocatie om zich te verplaatsen van het zuidelijk gelegen bos naar foerageergebied ten noorden van de Aardhuisweg. Voor de overige soorten uit de verschillende soortgroepen vormt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat of zijn deze op grond van bekende verspreidingsgegevens of het ontbreken van verblijfsindicaties niet te verwachten.


Indien de beplanting en bebouwing buiten het broedseizoen wordt verwijderd / gesloopt, zullen geen overtredingen van de Flora- en faunawet plaatsvinden met betrekking tot broedvogels. Hieraan wordt uitvoering gegeven.

Dit geldt niet zondermeer voor huismus en vleermuizen.

Voor huismus geldt dat, om overtredingen van de Flora- en faunawet te voorkomen, specifieke maatregelen noodzakelijk zijn, zoals slopen buiten het broedseizoen (of ongeschikt maken bebouwing voor de soort) en voorafgaand aan de sloop het creëren van alternatieve nestlocaties. Hiertoe wordt een activiteitenplan opgesteld.

Op grond van het onderzoek kan niet op voorhand worden uitgesloten dat vleermuizen gebruik maken van de meest noordelijk gelegen stallen op de onderzoekslocatie. Er wordt een activiteitenplan opgesteld waarin maatregelen als vleermuisvriendelijk slopen, werken buiten kwetsbare perioden van vleermuizen, het tijdig ophangen van vleermuiskasten en het geschikt maken van nieuwbouw voor vleermuis, voorzover nodig, worden opgenomen.

Ten aanzien van das zijn maatregelen noodzakelijk die er voor zorgen dat in de toekomstige situatie er mogelijkheden zijn om het noordelijk gelegen foerageergebied te bereiken. Hier wordt uitvoering aan gegeven door het aanbrengen van begroeiing aan de rand van de onderzoekslocatie en het creëren van een buffer en geleiding richting het noorden.

Voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt de algemene zorgplicht, die er ondermeer in voorziet dat al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. Er zijn in het kader van de algemene zorgplicht geen speciale maatregelen nodig.

De bovenbedoelde maatregelen zijn planlogisch haalbaar. Verder zal worden voorkomen dat broedvogels worden verstoord tijdens het broedseizoen.

Gebiedsbescherming

Natura 2000

Het woningbouwplan Aardhuisweg 58 kent een directe relatie met de in ontwikkeling zijnde woonbuurt 'Aardhuis'. Voor laatstgenoemde is op basis van ecologisch onderzoek een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet verleend (19 januari 2012, 2011-009734). De woningbouw aan Aardhuisweg 58 is direct te relateren aan dit veel omvangrijkere plan. Om die reden is op basis van bovengenoemd onderzoek en de door Econsultancy uitgevoerde Verstorings- en verslechteringstoets Aardhuisweg-Heegderweg, locatie Aardhuisweg 58, 16 april 2012, rapportnummer 12035391 (opgenomen als bijlage) een beschikking afgegeven door de provincie Gelderland, gericht op wijziging van de natuurbeschermingswetvergunning van 19 januari 2012. Met deze wijziging is verzekerd dat het plan Aardhuisweg 58 geen significant negatieve effecten heeft op de instanhoudingsdoelstellingen van het Natura-2000 gebied Veluwe. In de ontwerp-beschikking zijn een aantal voorschriften opgenomen. Voor het bestemmingsplan relevante zijn dat tussen de bosrand en het plangebied voor bewoning van de woningen een dichte houtwal moet zijn aangelegd van minimaal 6 meter breed, waarbij een bufferzone van 3 meter wordt aangehouden en verlichting ten behoeve van de woningen niet boven de bebouwing mag uitkomen of gericht worden in de richting van het Natura-2000 gebied. Het bestemmingsplan wordt afgestemd op deze voorschriften door de locatie voor de houtwal een natuurbestemming te geven en de hoogte van andere bouwwerken te beperken tot maximaal 2 meter.

EHS

Uit een toetsing aan de effecten, zoals beschreven in de Streekplanuitwerking van de provincie Gelderland, blijkt dat er geen aantasting van kernkwaliteiten en omgevingscondities zijn te verwachten. De “Nee, tenzij-benadering” vormt geen belemmering voor het initiatief. Hierbij geldt dat wel voldaan moet worden aan de maatregelen die van toepassing zijn ten behoeve van het voorkomen van overtreding van de Flora- en faunawet ten aanzien van migrerende dassen en foeragerende vleermuizen. Aan deze maatregelen wordt uitvoering gegeven.