direct naar inhoud van 2.1 Provinciaal beleid
Plan: Aardhuisweg 58 Uddel herstelplan
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1198-vas1

2.1 Provinciaal beleid

Het ruimtelijk beleid van de provincie is vastgelegd in het Streekplan Gelderland 2005  (provinciale structuurvisie). De hoofddoelstelling van dat beleid voor de periode 2005-2015 is om de ruimtebehoefte zorgvuldig in regionaal verband te accommoderen en te bevorderen dat publieke (rijk, provincie, gemeenten, waterschappen) en private partijen de benodigde ruimte vinden, op een wijze die meervoudig ruimtegebruik stimuleert, duurzaam is en de regionale verscheidenheid versterkt, gebruik makend van de aanwezige identiteiten en ruimtelijke kenmerken.

Doelen die als uitwerking van de hoofddoelstelling worden gehanteerd zijn onder andere:

  • bevorderen van een duurzame toeristische-recreatieve sector in Gelderland met een bovengemiddelde groei,
  • de vitaliteit van het landelijk gebied en de leefbaarheid van daarin aanwezige kernen versterken,
  • de waardevolle landschappen verbeteren en de Ecologische Hoofd Structuur realiseren,
  • de watersystemen veilig en duurzaam afstemmen op de veranderende wateraan- en afvoer en de benodigde waterkwaliteit,
  • een gezonde en veilige milieu(basis)kwaliteit bewerkstelligen.

Met de Ruimtelijke Verordening Gelderland  stellen Provinciale Staten regels over de inhoud, toelichting of onderbouwing van bestemmingsplannen. De voorschriften in de ruimtelijke verordening, die een rechtstreekse doorwerking hebben, zijn gebaseerd op het streekplan. In de in december 2010 vastgestelde verordening is onder andere vastgelegd dat in een bestemmingsplan nieuwe bebouwing ten behoeve van wonen in het buitengebied is toegestaan in geval van functieverandering naar een niet-agrarische functie, mits:

  • de functieverandering in overeenstemming is met een door Gedeputeerde Staten geaccordeerd regionaal beleidskader;
  • sprake is van de vervanging van bestaande bebouwing, met inbegrip van bouwwerken ten behoeve van glastuinbouw, door nieuwe bebouwing, welke leidt tot een substantiële vermindering van het bebouwde oppervlak;
  • buiten de concentratiegebieden glastuinbouw en de regionale clusters glastuinbouw gelegen; en
  • in de toelichting bij een bestemmingsplan wordt aangegeven op welke manier nieuwe bebouwing landschappelijk wordt ingepast.

In het provinciale ruimtelijke beleid komen een aantal onderwerpen aan de orde die relevant zijn voor de nu aan de orde zijnde ontwikkeling op het perceel Aardhuisweg 58. Het betreft: waardevol landschap, de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) en het daaraan verwante Natura 2000, nationaal landschap, extensiveringsgebied landbouw, functieverandering en het KWPIII.

Waardevol landschap

Voor de waardevolle landschappen als geheel geldt binnen de algemene voorwaarde dat de kernkwaliteiten worden versterkt, en bij inachtneming van het beleid voor functieverandering in het buitengebied een ‘ja mits’-benadering voor het toevoegen van nieuwe bouwlocaties en andere ruimtelijke ingrepen.

Functieverandering

Vanwege ontwikkelingen in sectoren als land- en tuinbouw, zorg en defensie, verliezen in de komende periode veel (vooral agrarische) gebouwen en bouwpercelen in het buitengebied hun huidige functie, of hebben die functie al verloren. De provincie wil bevorderen dat deze gebouwen op een goede wijze kunnen worden (her)gebruikt. Door functieverandering kan tegemoet worden gekomen aan de aanwezige behoefte aan wonen en werken in het buitengebied, zonder daarvoor extra bouwlocaties toe te voegen.

De doelen van het provinciaal ruimtelijk beleid voor functieverandering van gebouwen in het buitengebied zijn onder andere om de behoefte aan landelijk wonen en in tweede instantie werken te accommoderen in vrijgekomen gebouwen in het landelijk gebied, waarmee een impuls kan worden gegeven aan de leefbaarheid en vitaliteit van het landelijk gebied.

Het streekplan biedt de mogelijkheid om op regionaal niveau tot een eigen functieveranderingsbeleid te komen. Daar is door de regio Stedendriehoek gebruik van gemaakt (zie paragraaf 2.2).

Ecologische Hoofd Structuur (EHS) en Natura 2000

De natuur in Nederland is behoorlijk versnipperd. Om daar verandering in aan te brengen, leggen het Rijk en de provincies sinds 1990 een samenhangend netwerk van grote en kleine natuurgebieden en natuurrijke cultuurlandschappen aan, de Ecologische Hoofd Structuur.

De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de EHS is geregeld in het streekplan. In 2009 is de grens definitief vastgesteld. Binnen de EHS geldt de 'nee, tenzij'-benadering. Dit houdt in dat bestemmingswijziging niet mogelijk is, als daarmee de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied worden aangetast. Afwijken van deze regel is alleen mogelijk als het maatschappelijk belang groot is en er geen reële alternatieven zijn.

De provincie heeft de wezenlijke kenmerken en waarden beschreven in de in 2006 vastgestelde streekplanuitwerking Kernkwaliteiten en omgevingscondities van de Gelderse ecologische hoofdstructuur.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1198-vas1_0003.jpg"

Ligging EHS ten opzichte van plangebied

De Europese Unie heeft een gevarieerde natuur, die van biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Voor Nederland gaat het in totaal om 162 gebieden. Voor het plangebied is relevant dat Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied (Vogel- en Habitatrichtlijn).

Bij het nemen van een besluit tot het vaststellen van een plan dat, gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, dient rekening te worden gehouden met de gevolgen die het plan kan hebben voor het gebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1198-vas1_0004.jpg"
Ligging Natura 2000 ten opzichte van plangebied

Nationaal Landschap

De Rijksoverheid heeft twintig karakteristieke gebieden in Nederland aangewezen als Nationaal Landschap, zeven liggen (deels) in Gelderland. Eén daarvan is de Veluwe. De provincie Gelderland streeft naar instandhouding en versterking van de bijzondere kenmerken van het landschap en naar het (nog) beter toegankelijk maken van de Nationale Landschappen voor inwoners en bezoekers.

Binnen de Nationale Landschappen geldt 'behoud door ontwikkeling'. Dit betekent dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behouden en versterken van de kernkwaliteiten van het landschap. Het doel voor de Nationale Landschappen is om landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten te behouden, duurzaam te beheren en waar mogelijk te versterken.

In juli 2007 is de streekplanuitwerking Nationale Landschappen en het Uitvoeringsprogramma Nationaal Landschap Veluwe vastgesteld. Met de streekplanuitwerking hebben de door de provincie nader gedetailleerde grenzen van de Nationale Landschappen in Gelderland de streekplanstatus gekregen. In het uitvoeringsprogramma zijn de begrenzing, de kernkwaliteiten en een globale projectenlijst opgenomen. In de Nationale Landschappen is het ruimtelijk beleid uit het streekplan van toepassing.

Het provinciaal beleid voor onder andere intensieve veehouderij op de Veluwe is vastgelegd in het reconstructieplan Veluwe . Het reconstructieplan, dat is vastgesteld in 2005, is nodig om de problemen die op het platteland spelen te kunnen aanpakken. In delen van het landelijk gebied zitten de (intensieve) landbouw, wonen, werken, recreatie natuur en landschap elkaar te vaak in de weg. Het gevolg is dat vooral economisch belangrijke sectoren als landbouw en recreatie zich niet genoeg kunnen ontwikkelen en de kwaliteit van natuur, landschap en water te weinig verbetert.

Dit heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid en vitaliteit van het platteland. In het reconstructieplan worden de functies bijna opnieuw over de gebieden verdeeld en nieuwe ontwikkelmogelijkheden gestimuleerd. Een aantal onderdelen uit het reconstructieplan wordt rechtstreeks overgenomen in het streekplan en de bestemmingsplannen.

Een belangrijk onderdeel van het reconstructieplan is de zonering. Gebieden hebben een bepaalde bestemming gekregen:

  • gebieden waar landbouw voorrang krijgt (landbouwontwikkelingsgebieden)
  • gebieden waar de natuur voorrang krijgt (extensiveringsgebieden)
  • gebieden waar verschillende functies naast elkaar bestaan (verwevingsgebieden)

Het plangebied maakt deel uit van een zone van 250 meter rond de voor verzuring gevoelige bos en natuur in de Agrarische Enclave (extensiveringsgebied landbouw). Het reconstructieplan stelt dat verplaatsing of sanering van intensieve veehouderijen binnen deze zone een belangrijke bijdrage levert aan het realiseren van de natuur- en milieudoelstellingen voor dit gebied.

In januari 2010 heeft het college van Gedeputeerde Staten het Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019 (verder: KWP3) vastgesteld. Het KWP3 heeft als doel het woningaanbod op regionaal niveau, zowel kwantitatief als kwalitatief, zo goed mogelijk af te stemmen op de behoefte aan woningen. Het beschrijft per regio de programmatische opgave op basis van de geconstateerde regionale woningbehoefte en is daarmee het richtpunt voor woningbouwbeleid van gemeenten in de regio.

Het KWP3 geeft alleen een referentie- en afsprakenkader aan op regionaal niveau. Als vervolg op het KWP3 is begin 2010 een traject gestart om het woonprogramma kwantitatief en kwalitatief binnenregionaal te verdelen over de gemeenten. Dit traject, dat moet leiden tot een regionaal woningbouwprogramma met het KWP3 als richtpunt, is ver gevorderd, maar nog niet geheel afgerond. De gemeente zal de locatie Aardhuisweg 58 in de planningslijsten voor de woningbouw tot 2020 opnemen. Hiermee zal de locatie vallen binnen de afspraken die met de provincie Gelderland gemaakt zijn en nog gemaakt zullen worden op het gebied van programmering.