direct naar inhoud van 6.3 Bestemmingen
Plan: Malkenschoten 23
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1180-vas1

6.3 Bestemmingen

De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de plankaart. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen worden hierna besproken.


Wonen

De woning in het plangebied heeft de bestemming Wonen. Voor de woning is op de plankaart een bouwvlak gegeven. Door middel van bouwaanduiding is het type geborgd: vrijstaand. De diepte voor het bouwvlak sluit aan bij de dieptes zoals die gebruikelijk zijn bij vrijstaande woningen in de omgeving en komt tevens overeen met het initiatief. Het betreft hier een bouwdiepte van 15 meter.

Het perceelsgedeelte voor de voorgevel bevat de aanduiding 'tuin'; het perceelsgedeelte achter de achtergevel de aanduiding 'erf'. Deze aanduidingen zijn van belang voor de situering van bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen. In de regels is namelijk bepaald dat deze bouwwerken niet alleen binnen het bouwvlak maar ook ter plaatse van de aanduiding erf mogen worden gebouwd. Daarbij is nog specifiek bepaald dat deze erfbebouwing ten minste 3 meter achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) moet worden gesitueerd en dat bijgebouwen vrij van het hoofdgebouw moeten worden gesitueerd. En is opgenomen dat de bouwwerken niet zijn toegestaan binnen de gronden die zijn voorzien van de aanduiding 'houtwal'.

De maximaal toegelaten oppervlakte aan bijgebouwen, aan- of uitbouwen en overkappingen is gerelateerd aan de oppervlakte van de kavel. Is de kavel kleiner dan 500 m2 dan is ten hoogste 50 m2 aan bijgebouwen, aan- of uitbouwen en overkappingen toegestaan, bij kavels tussen 500 en 750 m2 is die oppervlakte maximaal 65 m2 en is de kavel groter dan 750 m2dan is ten hoogste 85 m2 aan erfbebouwing toegestaan. Daarbij geldt wel steeds de voorwaarde dat niet meer dan 60% van de kavel wordt bebouwd.

Bouwregels

Voor de maatvoering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is een bebouwingsschema opgenomen. In de bebouwingsschema's staan de maatvoeringsaspecten die voor die specifieke bestemming gelden. Vaak wordt verwezen naar de maatvoeringsaanduidingen op de plankaart.


Beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis

Bij recht is het gebruik van een deel van (bedrijfs)woningen en bijgebouwen voor beroepsuitoefening en niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis toegestaan. Daarbij worden enige beperkingen gesteld om ervoor te zorgen dat het woonkarakter van de woning het beroeps- of bedrijfsmatige gebruik blijft overheersen. Voor de niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis geldt dat alleen bedrijfsactiviteiten die voorkomen op de Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis zijn toegestaan. Voor deze lijst is aansluiting gezocht bij de bedrijven die in de richtafstandenlijst van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' als bedrijven van categorie 1 zijn aangemerkt. Omdat het gaat om activiteiten in een woning op een relatief klein oppervlak is het aantal bedrijfsactiviteiten dat is toegelaten zeer beperkt gehouden.

Houtwal

De gronden met de aanduiding houtwal zijn uitsluitend bestemd voor de instandhouding en versterking van de desbetreffende houtwal op de westelijke perceelsgrens. Met de breedte van 6 meter is er sprake van een minimale maat om de houtwal van ecologisch/landschappelijke betekenis te houden/krijgen. Werkzaamheden binnen deze gronden zijn omgevingsvergunningsplichtig. Met dien verstande dat de graafwerkzaamheden ten behoeve van het aanleggen van het verdiepte terras hierop een uitzondering vormen. Tevens er een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat het gebruik van de gronden voor het wonen toestaat mits deze houtwal wordt versterkt en in stand wordt gehouden.

Bevoegd gezag

Waar dit bestemmingsplan de bevoegdheid in het leven roept om af te wijken van de regels, is die bevoegdheid toebedeeld aan het bevoegd gezag. Over het algemeen zal dat bevoegd gezag het college van burgemeester en wethouders zijn. In een enkel geval zijn op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gedeputeerde staten dan wel de minister bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning en daarmee ook voor het bij die omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan.