direct naar inhoud van 5.2 Waterhuishouding
Plan: Malkenschoten 23
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1180-vas1

5.2 Waterhuishouding

5.2.1 Algemeen

Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Het plangebied bevindt zich niet binnen enige Keurzone en niet binnen de zoekgebieden voor waterberging die de provincie Gelderland in het streekplan heeft aangegeven. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbescherming- of onttrekkingzone.

5.2.2 Grondwater

Het gebied ligt in de in het streekplan vastgelegde grondwaterfluctuatiezone. Uit het klimaatmodel voor de Veluwe van Provincie Gelderland blijkt dat in en rond het plangebied in de toekomst een stijging van de gemiddelde grondwaterstanden tot circa 10 cm te verwachten is.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1180-vas1_0010.png"

Figuur 5.3 Toename grondwaterstanden volgens Klimaatmodel (groen 0-10 cm, blauw 10-20 cm, paars 20-30 cm)

Het maaiveldniveau in het plangebied nabij de huidige woning ligt op circa NAP +16,60 m, het perceel ten oosten van het gebied ligt circa 0,15 m hoger, ten westen en noorden van het bestaande pand ligt het maaiveldniveau op circa NAP +16,30 m.

Tegenover het plangebied, aan de zuidzijde van de weg, bevind zich een peilbuis uit het grondwatermeetnet van Gemeente Apeldoorn. De grondwaterstanden in deze peilbuis worden sinds 1967 geregistreerd. De geregistreerde grondwaterstanden zijn in onderstaande grafiek weergegeven.

Op basis van deze gegevens is de gemiddeld laagste grondwaterstand ingeschat op circa NAP + 14,55 m en de gemiddeld hoogste grondwaterstand op NAP +15,85 m.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1180-vas1_0011.jpg"

Figuur 5.4 Geregistreerde grondwaterstanden peilbuis A0233: Malkenschoten, woonwagenkamp

De hoogste grondwaterstanden in het gebied liggen dus relatief dicht onder maaiveld (circa 0,45 m bij de bestaande woning). Om te voldoen aan de ontwateringsnormen is ophoging noodzakelijk, het vloerpeil van de woning dient minimaal 0,90 m boven de hoogste grondwaterstand aangelegd te worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de verwachte grondwaterstijging volgens het klimaatmodel.

Er is in en om het plangebied geen grondwateroverlast bekend. Door de ontwikkeling van het perceel zal grondwater in dit plangebied geen overlast veroorzaken en niet structureel afgevoerd worden. Hierdoor zal het plan grondwaterneutraal worden ontwikkeld.

5.2.3 Oppervlaktewater en waterafhankelijke natuur

In de omgeving van het plangebied liggen verschillende watergangen (zie afbeelding). Vanuit het plangebied wordt niet geloosd op oppervlaktewater. Het plan heeft dan ook geen nadelige gevolgen voor het oppervlaktewatersysteem in de omgeving

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1180-vas1_0012.png"

Figuur 5.5 Oppervlaktewater rondom plangebied

In en om het plangebied komt geen waterafhankelijke natuur voor. Het plan heeft derhalve geen nadelige gevolgen voor de waterafhankelijke natuur.

5.2.4 Afvoer van hemel- en afvalwater

De nieuwe gebouwen dienen te worden voorzien van gescheiden afvoeren voor vuil- en hemelwater, zoals op grond van het Bouwbesluit verplicht is.

Het bestaande pand Malkenschoten 23 is aangesloten op het riool in de straat Malkenschoten. Deze leiding loopt richting het woonwagenkamp. Dit stelsel heeft voldoende capaciteit om het vuilwater aanbod van de nieuwe woning te verwerken.

Sinds de introductie van het vernieuwde waterbeleid hanteert de gemeente Apeldoorn bij nieuwbouwplannen en herstructureringsprojecten het principe dat er geen hemelwater op de bestaande riolering mag worden aangesloten. Voor dit project worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Al het hemelwater afkomstig van daken en terreinverhardingen wordt geïnfiltreerd in de bodem of geborgen op het terrein, bijvoorbeeld door toepassing van infiltratiegreppels of wadi's, ondergrondse infiltratievoorzieningen, waterdoorlatende verhardingen of vijvers.
  • Voor hemelwater afkomstig van afvoerende verharde oppervlakken dient een hemelwatervoorziening ter grootte van minimaal 20 mm per afvoerende m² verharding aangelegd te worden.

Indien er grotere buien vallen kunnen de infiltratie- of bergingsvoorzieningen bovengronds overlopen naar openbaar gebied. Hier dient met de hoogteligging van het ontwerp rekening mee gehouden te worden. Overlopend water mag geen wateroverlast buiten het plangebied veroorzaken.

De uiteindelijke keuzes dienen met Gemeente Apeldoorn te worden afgestemd.

Voor de nieuwbouw mag géén gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen die het hemelwater kunnen verontreinigen (DAF-prestaties). Voorbeelden hiervan zijn zink en koper.

5.2.5 Watertoets

Het plan omvat niet meer dan 10 woningen en niet meer dan 1.500 m² extra verhard oppervlak. Het plangebied ligt niet in een Keurzone of in een zoekgebied voor waterberging. Het plan betreft geen HEN-water (inclusief beschermingszone), landgoed, weg, spoorlijn, damwand, scherm, ontgronding et cetera. Bovendien zal er niet geloosd gaan worden op het oppervlaktewater.

Om deze redenen is dit plan in het kader van de watertoets een postzegelplan als omschreven door Waterschap Veluwe. Voor het plan geldt dan ook het standaard wateradvies. Afwijkingen van dit standaard wateradvies zijn gemotiveerd aangegeven. Bij negatieve gevolgen voor het watersysteem is aangegeven hoe deze gemitigeerd dan wel gecompenseerd worden.

Het plegen van overleg met het waterschap als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is dan ook achterwege gelaten. Dit in overeenstemming met de richtlijn 'Watertoetsprocedureregels voor postzegelplannen' van het Waterschap Veluwe.