direct naar inhoud van 5.2 Waterhuishouding
Plan: Koningstraat 58 en 60
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1147-vas1

5.2 Waterhuishouding

5.2.1 Algemeen

Koningstraat 58 en 60 ligt in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is circa 1100 m2groot. Het plangebied bevindt zich niet binnen de Keurzone van een primaire watergang van het Waterschap Veluwe en niet binnen de zoekgebieden voor waterberging die de provincie Gelderland in het streekplan heeft aangegeven.

5.2.2 Grondwater

Het gebied ligt ten westen van het Apeldoorns Kanaal en daarmee in de in het streekplan vastgelegde grondwaterfluctuatiezone. Dit houdt in dat door klimaatverandering de grondwaterstanden in het plangebied mogelijk met 15 tot 20 cm kunnen stijgen. De huidige hoogste grondwaterstanden in het gebied liggen op circa 1,5 meter beneden wegpeil. Het vloerpeil dient minimaal 0,9 meter boven de toekomstige GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) te liggen. De toekomstige stijging van de grondwaterstand zal geen grondwateroverlast veroorzaken in het gebied. Er is in en om het plangebied geen grondwateroverlast bekend. Door grondwaterneutraal bouwen zal grondwater in dit plangebied geen overlast veroorzaken en niet structureel afgevoerd worden.

5.2.3 Oppervlaktewater en waterafhankelijke natuur

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig of waterafhankelijke natuur aanwezig. Binnen de nieuwe ontwikkelingen zal ook geen nieuw oppervlaktewater worden gecreëerd. Het plan heeft derhalve geen nadelige gevolgen voor het oppervlaktewatersysteem in de omgeving.

5.2.4 Afvoer van hemelwater

In het plangebied en de omgeving daarvan ligt een gemengd rioolstelsel waarmee vuil- en hemelwater gezamenlijk worden afgevoerd. De capaciteit van dit riool is voldoende om bij de maatgevende regenbui die eens per 2 jaar optreedt geen water op straat te veroorzaken.

Het gemeentelijk beleid is er op gericht om bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen de afvoer van hemelwater niet op de riolering aan te sluiten. In de Bouwverordening is bepaald dat het hemelwater dat afkomstig is van daken en verhardingen in principe in de bodem moet worden geïnfiltreerd door middel van een infiltratievoorziening van voldoende capaciteit (20 mm) op eigen terrein. Overtollig hemelwater kan bovengronds aan de erfgrens worden aangeboden, waarna het wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioolstelsel in de weg.

De materialen die in aanraking komen met het hemelwater mogen niet uitlogen en dienen volgens Duurzaam Bouwen geselecteerd te zijn. Bij de infiltratie van hemelwater mag de bodem niet verontreinigd raken door met het hemelwater afgevoerde vervuilende stoffen.

5.2.5 Afvoer van afvalwater

Het nieuwbouw dient te worden voorzien van gescheiden afvoeren voor vuil- en hemelwater, zoals op grond van het Bouwbesluit verplicht is. De vuilwaterafvoer van de bebouwing wordt aangesloten op het gemeentelijke gemengde rioolstelsel. Het bestaande rioolstelsel in en om het plangebied heeft voldoende capaciteit voor deze extra vuilwaterafvoer van de nieuwbouw.

5.2.6 Watertoets

Het plan omvat minder dan 10 woningen/1.500 m² extra verhard oppervlak. Het plangebied ligt niet in een Keurzone of zoekgebied voor waterberging. Het plan betreft geen HEN-water (inclusief beschermingszone), landgoed, weg, spoorlijn, damwand, scherm, ontgronding et cetera. Bovendien zal er niet rechtstreeks geloosd gaan worden op het oppervlaktewater. Daarom is dit plan in het kader van de watertoets een postzegelplan als omschreven door Waterschap Veluwe. Voor het plan geldt dan ook het standaard wateradvies. Afwijkingen van dit standaard wateradvies zijn gemotiveerd aangegeven. Bij negatieve gevolgen voor het watersysteem is aangegeven hoe deze gemitigeerd dan wel gecompenseerd worden.

Om deze redenen is het plegen van overleg met het waterschap als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening achterwege gelaten, dit in overeenstemming met de richtlijn 'Watertoetsprocedureregels voor postzegelplannen' van het Waterschap Veluwe.