direct naar inhoud van 6.6 Wonen
Plan: Wenum Wiesel en buitengebied
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1092-ont1

6.6 Wonen

6.6.1 Inleiding

Bepalend voor de woonmogelijkheden is of de woning:

  • is gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht Wiesel;
  • is gelegen in het 'buitengebied';
  • en/of cultuurhistorisch van belang is (rijksmonument, gemeentelijk monument of door de gemeente aangewezen als beeldbepalend/karakteristiek pand).

In figuur 6.3 zijn de verschillende bestemmingsmogelijkheden voor de woonfuncties samengevat.

Ligging   Woon-
bestemming  
Aanduiding   Bestemmingsvlak en/of bouwvlak   Goot- en bouwhoogte  
Beschermd dorpsgezicht, zie paragraaf 6.5.2 en 6.6.2   Wonen 1   gebieds-
aanduiding 'beschermd dorpsgezicht'  
Bestemmingsvlak met beperkt bouwvlak   Specifieke hoogtematen op de verbeelding  
Buitengebied, zie paragraaf 6.6.3, zonder karakteristieke bebouwing   Wonen 2   n.v.t.   bestemmingsvlak waaraan bouwvlak gelijk is, m.u.v. situaties waarin er een zeer ruim bestemmingsvlak geldt (dan ook bouwvlak opgenomen).   Algemene hoogtematen in planregels  
Buitengebied en karakteristieke bebouwing (buiten het beschermd dorpsgezicht), zie paragraaf 6.5.3 en 6.6.3   Wonen 2   bouwaan-
duiding 'karakteris-
tiek' 1  
Bestemmingsvlak met beperkt bouwvlak   Specifieke hoogtematen op de verbeelding  

1. = Omdat rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten een eigen beschermingsregime kennen, zijn deze niet op de verbeelding middels een aanduiding weergegeven.

Figuur 6.3 - Bestemmingsregeling voor woonfuncties

6.6.2 Wonen 1

Om recht te doen aan de beschermde status van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht Wiesel, mag de inhoud van burgerwoningen die binnen de grens van het beschermd dorpsgezicht vallen, maximaal 400 m3 bedragen. Voor bijgebouwen geldt een maximale oppervlaktemaat van 50 m2. Dit in verband met de bestaande kleinschaligheid van het te beschermen landschap. Bestaande woningen met een groter volume kunnen de bestaande maatvoering handhaven.

Om het visueel-ruimtelijke beeld te bewaren is binnen het bestemmingsvlak een bouwvlak opgenomen. Het oprichten/wijzigen van bebouwing is alleen binnen de grenzen van dit vlak mogelijk.

Vanwege de beschermde status mag beroep aan huis niet in de bijgebouwen plaatsvinden. Nevenactiviteiten worden niet bij recht toegestaan. Tenslotte geldt voor de dakopbouw de verplichting dat deze de vorm van een 'kap' moeten hebben.

6.6.3 Wonen 2

Onder het 'buitengebied' van dit bestemmingsplan wordt het deel van het plangebied verstaan, dat geen deel uitmaakt van het beschermd dorpsgezicht Wiesel.

Dit geldt ook voor het 'bestaand bebouwd gebied' zoals dit is aangeduid in de (ontwerp) Ruimtelijke Verordening Gelderland. In het vigerende bestemmingsplan kende dit gebied een gemengde bestemming. Gelet op de huidige ruimtelijke inzichten is een dergelijk bestemming niet meer van deze tijd. Om de leefbaarheid van dit gebied te beschermen en een goede ruimtelijke inpassing te garanderen is het van belang dat niet op willekeurige locaties nieuwe activiteiten kunnen plaatsvinden. Dit kan verrommeling in de hand werken. Daarom is voor dit gebied aangesloten bij de bestemmingswijze van 'Wonen 2'.

De bouwvlakken die in gebruik zijn voor burgerwoondoeleinden, zijn bestemd voor 'Wonen 2'. Het bouwvlak is veelal gelijk aan het bestemmingsvlak. Binnen het bouwvlak is één woning toegestaan (en eventuele aan- en uitbouwen) ook bijgebouwen, tuin en erf toegestaan. Deze systematiek (een algemene woonbestemming) sluit aan bij de overige buitengebieden binnen de gemeente. Het geldend recht wordt in principe bij de bestemmingslegging gerespecteerd.

In die situaties waar een onevenredig groot bestemmingsvlak 'Wonen 2' is opgenomen, of wanneer er sprake is van een cultuurhistorisch waardevol pand, is de keuze gemaakt om binnen het bestemmingsvlak een kleiner bouwvlak op te nemen. De woning dient binnen het bouwvlak te staan. De bijgebouwen, erf en tuin mogen binnen het bestemmingsvlak worden gerealiseerd.

Per bouwvlak is één hoofdgebouw toegestaan, meestal is dit de woning. Daar waar meerdere burgerwoningen zich binnen hetzelfde bouwvlak bevinden, is dit aangegeven met een vierkant symbool. Als het gaat om twee aaneengesloten woningen is dit aangeduid middels de aanduiding 'twee-aaneen'. Er is dan sprake van één hoofdgebouw en twee woningen. Gaat het om twee vrijstaande woningen dan is de aanduiding 'maximum aantal hoofdgebouwen' opgelegd.

De inhoud van burgerwoningen mag maximaal 700 m3 bedragen. Voor de oppervlakte aan bijgebouwen geldt een maximale oppervlaktemaat van 75 m2.

Kleinschalige nevenactiviteiten in de vorm van bed & breakfast en recreatief rustpunt zijn rechtstreeks toegestaan binnen de bestaande bebouwing op het bouwvlak, tot een maximale oppervlaktemaat van 75 m2.

6.6.4 Woningsplitsing

Het gemeentelijk beleid voor woningsplitsing is vastgelegd in de notitie “Woningsplitsing in het buitengebied” (2006). Onder het splitsen van woningen wordt verstaan:

'Het treffen van voorzieningen in bestaande (al dan niet gedeeltelijk/geheel te vernieuwen) woningen zodanig dat binnen de bestaande (of te vernieuwen/te vergroten) bouwmassa meerdere zelfstandige woningen/wooneenheden ontstaan. De zelfstandigheid blijkt uit de aanwezigheid per woning van een eigen toegang (eventueel voor- en achterdeur), keuken, badkamer, woon- en slaapkamers. In de bouwmassa is dus een geheel gesloten woningscheidende wand(en) aanwezig.'

Beide delen van de splitsing vormen dus geheel zelfstandige woningen met zonodig een eigen toegangspad, brievenbus, tuin en erf. Wel dient er sprake te blijven van behoud van het karakter van het gebouw als één woning en samenhangende bouwmassa van het hoofdgebouw.

In het bestemmingsplan worden regels opgenomen die woningsplitsing onder voorwaarden mogelijk maken binnen de bestemming 'Wonen-1' en 'Wonen-2'. Voor de inhoud wordt aangesloten bij de gemeentelijke beleidsnota. De regels voor woningsplitsing gelden zowel voor burgerwoningen, agrarische bedrijfswoningen en niet-agrarische bedrijfswoningen.

6.6.5 Dependances (mantelzorg)

In bijzondere omstandigheden kan er behoefte zijn aan het verlenen van zorg vanuit de woning. Het kan dan bijvoorbeeld gaat om de verzorging van oudere of gehandicapte familieleden. De gemeente biedt hier mogelijkheden voor in de vorm van 'dependances'. Er is sprake van een dependance indien een woondeel wordt betrokken bij een woning dat daar in eerste instantie niet primair voor bedoeld is, bijvoorbeeld een bijgebouw. Een dependance woning is een voor de huisvesting van een zelfstandig huishouden geschikt gebouw, dat (juridisch) onderdeel blijft uitmaken van een woning en dat ondergeschikt is aan de hoofdwoning. Voor een dependance-woning gelden een aantal voorwaarden, waaronder een maximaal toegestane oppervlakte. In het bestemmingsplan worden dependance-woningen onder voorwaarden mogelijk gemaakt door middel van een wijzigingsbevoegdheid. Er wordt aangesloten met de gemeentelijke standaardregeling.