direct naar inhoud van 6.3 Natuur en landschap
Plan: Wenum Wiesel en buitengebied
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1092-ont1

6.3 Natuur en landschap

6.3.1 Natuur- en landschapsbestemmingen

De bestaande bos- en natuurgebieden hebben de bestemming 'Natuur' gekregen. Deze bestemming is onder meer opgenomen voor de bos- en natuurgebieden die in eigendom en beheer zijn van natuurbeherende organisaties. Het ruimtelijk beleid is gericht op de instandhouding en beheer van de natuurwaarden.

Binnen de bestemming 'Agrarisch' worden door middel van specifieke aanduidingen de landschappelijke waarden vastgelegd, waaronder de openheid (zie paragraaf 6.3.2).

De bestaande, grotere landschapselementen (zoals houtwallen en –singels, bosschages) worden bestemd als 'Groen - Landschapselement'. Deze elementen vertegenwoordigen vooral een cultuurhistorische en landschappelijke waarde. De groenelementen, die te klein zijn om op de verbeelding op te nemen, maken onderdeel uit van de bestemming Agrarisch.

6.3.2 Gebiedsaanduidingen ter bescherming van de natuur- en landschapswaarden

In die situaties dat er binnen de bestemming Agrarisch ook plaatselijke, locatiespecifieke landschapswaarden voorkomen, is dit aangegeven door middel van een (gebieds)aanduiding. Hieronder worden de gehanteerde aanduidingen nader toegelicht.

  • Bijzondere bomen: De gemeente Apeldoorn kent een eigen beleid voor bijzondere bomen, dat in dit bestemmingsplan is overgenomen.
  • Ecologisch water: De HEN- en SED-watergangen hebben een aanduiding 'ecologisch water' gekregen, waardoor de ecologische waarde medebeschermd wordt.
  • Kleinschaligheid: Kenmerkend is de afwisseling tussen opgaande beplanting (landschapselementen) en open perceeltjes ('kamers').
  • Onverharde weg: Het betreft de beschermenswaardige zandwegen.
  • Open landschap: Het gaat om delen van het buitengebied waar de openheid deel uitmaakt van de landschappelijke waarden, waaronder de essen en enken. Het beplanten van de essen en enken alsmede grondverzetwerkzaamheden zullen omgevingsvergunningplichtig worden gesteld.
  • Reliëf: Hierbij gaat het om karakteristieke hoogteverschillen in het landschap, die veelal een cultuurhistorische oorsprong hebben (beekdalen, essen en enken, stuwwalletjes) en daarom beschermingswaardig zijn. Een aantal ingrepen dat dit reliëf kan beïnvloeden is daarom aanlegvergunningplichtig.

Deze aanduidingen zullen niet van toepassing zijn op de bestemmingen op perceelsniveau buiten het beschermd dorpsgezicht.

6.3.3 Aanlegvergunningen (omgevingsvergunning)

Ter bescherming van de natuur- en landschapswaarden zal een aantal werken en werkzaamheden eerst moeten worden getoetst op hun effect op de natuur- en landschapswaarden. Door een aanlegvergunning te eisen heeft de gemeente een dergelijk toetsingsmoment. Deze werkzaamheden zijn dus niet bij voorbaat strijdig met de natuur- en landschapswaarden. Wanneer de werkzaamheden geen blijvende, wezenlijke invloed hebben op de natuur- en landschapswaarden, zal een aanlegvergunning worden verleend.

Een aanlegvergunning hoeft niet te worden aangevraagd wanneer er sprake is van een normaal onderhoud of beheer. Onder normale onderhoudswerkzaamheden worden werkzaamheden verstaan die periodiek moeten worden uitgevoerd ter instandhouding van de binnen een gebied aanwezige functies en waarden, zoals deze blijken uit de opgenomen bestemming.

Per 1 oktober 2010 is de aanlegvergunning onderdeel geworden van de omgevingsvergunning.

6.3.4 Natuurontwikkeling

De gemeente streeft naar een verdere versterking van de natuurwaarden en wil in het bestemmingsplan hiervoor de nodige ontwikkelingsruimte opnemen. In de regels van het bestemmingsplan zullen de volgende mogelijkheden worden opgenomen:

  • een algemene wijzigingbevoegdheid voor het omzetten van gronden met een Agrarische bestemming in de bestemming “Natuur” of “Water”. De realisatie kan alleen plaatsvinden met instemming van de betrokken eigenaren. In de voorwaarden bij wijziging zal worden opgenomen dat dit niet de cultuurhistorische waarden mag aantasten (waaronder de essen en enken). Wanneer de natuurontwikkeling plaatsvindt in het beschermd dorpsgezicht of in het gebied met de aanduiding 'cultuurhistorisch gebied', zal een positief advies moeten zijn verleend door de gemeente en/of Kroondomeinen.
  • de dubbelbestemming 'Waarde - beken en sprengen' voor de beken en de aanliggende gronden, overeenkomstig de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De gronden met deze bestemming zijn mede bestemd voor de instandhouding en ontwikkeling van de natuur- en cultuurhistorische waarden.

Realisatie van ecologische verbindingszones kan ook plaatsvinden door middel van het nemen van specifieke beheermaatregelen op agrarische gronden. De agrarische gronden worden zo beter geschikt als verspreidingsroute voor planten en dieren. Hiervoor hoeft echter geen regeling in het bestemmingsplan te worden opgenomen, zolang het hoofdgebruik agrarisch blijft.

6.3.5 Natura 2000

Bij de voorbereidingen van de bestemmingsplannen is sprake van de m.e.r.-plicht. Deze plicht geldt voor wettelijk of bestuursrechtelijk verplichte plannen (zoals bestemmingsplannen) waarvoor een passende beoordeling nodig is op grond van de Natuurbeschermingswet.

Op basis van de Natuurbeschermingswet wordt het Natura 2000-gebied 'De Veluwe' beschermd. Wanneer een ingreep gepland is in of nabij een Natura 2000-gebied, dient voor de ingreep onderzocht te zijn of er een significant effect wordt verwacht op de gestelde doelen. Wanneer een dergelijk effect, als gevolg van de ingreep, niet uitgesloten kan worden, dient een vergunning aangevraagd te worden bij de provincie. Het bestemmingsplan kan een degelijke ingreep/ontwikkeling mogelijk maken.

In paragraaf 6.4 wordt hier nader op ingegaan.

6.3.6 Ecologisch waardevolle wateren

In het plangebied is een aantal beken aanwezig met een bijzondere ecologische waarde. Het gaat om de Egelbeek (water van het Hoogste Ecologische Niveau), de Koningsbeek, Wenumse Beek en de Papegaaibeek (water met een Speciale Ecologische Doelstelling) en de Grift (KRW waterlichaam). Voor deze beken zal een gebiedsaanduiding worden opgenomen ter bescherming van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarde. Oever- en watergebonden faunapassages (zoals vistrappen) zijn rechtstreeks binnen de bestemming 'Water' mogelijk.

6.3.7 Nieuwe landgoederen

Nieuwe landgoederen zijn een vorm van een “win-win” situatie in het landelijk gebied. Aan de ene kant kunnen natuur en landschap erbij gebaat zijn dat er op een bepaalde locatie (openbaar toegankelijke) nieuwe natuur wordt gecreëerd, aan de andere kant ontstaat de mogelijkheid om in het buitengebied woonbebouwing van allure op te richten. De gemeente is dan ook een voorstander van nieuwe landgoederen, mist er sprake is van voldoende verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Deze 'ruimtelijke kwaliteit' is onder andere afhankelijk van:

  • de mate waarin de nieuwe natuur- en landschapswaarden passen bij de gewenste natuurdoeltypen;
  • de afstemming tussen de landschappelijke inpassing en de kernkwaliteiten van het landschap;
  • de wijze waarop de cultuurhistorische waarden bij de inrichting van het landgoed een rol hebben gespeeld;
  • de wijze waarop de inrichting van het landgoed (gebouwen en groene elementen) een architectonische eenheid vormt die past binnen de gemeentelijk beeldkwaliteitseisen;
  • de wijze waarop de recreatieve (mede)gebruiksmogelijkheden aansluiten bij bestaande recreatieve routes en voorzieningen.

Gelet op de vele (kwalitatieve) randvoorwaarden die aan een nieuw landgoed worden gesteld, is het geen eenvoudige opgave om dit in de bestemmingsplanregels te vatten. Of een nieuw landgoed mag worden opgericht is van tal van factoren afhankelijk, onder meer de aard, ligging, inrichting en inpassing in de omgeving. Dit dient via maatwerk te worden bepaald, waarop een wijzigingsbevoegdheid niet voldoende is toegesneden. Nieuwe landgoederen zijn daarom niet via het bestemmingsplan geregeld, ook omdat de realisatie van nieuwe landgoederen binnen de planperiode niet regelmatig zal voorkomen. Wanneer er een aanvraag komt voor een nieuw landgoed, en deze voldoet aan de gemeentelijke kwaliteits- en kwantiteitseisen, dan kan dit via een aparte planologische procedure ruimtelijk worden ingepast.