direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijf
Plan: Wenum Wiesel en buitengebied
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1092-ont1

Artikel 4 Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
    • 1. bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels behorende Lijst van toegelaten bedrijfstypen;
    • 2. een bouwbedrijf (41, 42, 43) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bouwbedrijf'
    • 3. een goederenwegvervoerbedrijf (zonder schoonmaken) (494.0 ) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - goederenvervoer';
    • 4. een meelfabriek p.c. < 500 t/u (1061.2 ) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - meelfabriek';
    • 5. een drukkerij (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) (1812) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - drukkerij';
    • 6. een stamp-, pers-, dieptrek- & forceerbedrijf (255, 331.A) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – stamp-, pers-, dieptrek- & forceerbedrijf';
    • 7. een groothandel in akkerbouwproducten & veevoeders (4621.0 ) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – groothandel in akkerbouwproducten & veevoeders';
    • 8. een groothandel in chemische producten (46751) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel in chemische producten';
    • 9. een algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. >500 m² (016.0) en agrarisch bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - dienstverlening landbouw';
    • 10. een installatiebedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - installatiebedrijf';
    • 11. een autosloperij, b.o. <= 1000 m² (4677.1) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – autosloperij';
    • 12. een 'goederenwegvervoerbedrijf (zonder schoonmaken van tanks) autowasserij reparatie van auto's (494.0,45205, 452) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – goederenwegvervoer';
    • 13. een plantsoenendienst & hoveniersbedrijf b.o. >500m² (016.3) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – plantsoen- en hoveniersbedrijf';
    • 14. een houtzagerij (16101) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – houtzagerij';
    • 15. een metaalwarenfabriek n.e.g. (259, 331.B) ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van bedrijf – metaalwarenfabriek n.e.g';
    • 16. een groothandel in vloeibare en gasvormige brandstoffen (46721.2.1) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – groothandel in brandstoffen'' ;
    • 17. opslag in bouwmaterialen ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van bedrijf - opslag in bouwmaterialen';
    • 18. opslag van zand, grond, puin of grind als los gestort materiaal ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
    • 19. een verkooppunt voor motorbrandstoffen, daaronder begrepen lpg, ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg';
    • 20. vulpunt lpg, ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt lpg';
    • 21. nutsvoorziening, ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening';
    • 22. hovenier, ter plaatse van de aanduiding 'hovenier';
    • 23. landbouwmechanisatiebedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-landbouwmechanisatiebedrijf';
    • 24. een bedrijfswoning, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
    • 25. behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle panden, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek';
    • 26. tuin en/of erf;
    • 27. ontsluitingswegen;
    • 28. groenvoorzieningen;
    • 29. beroepsuitoefening aan huis;
    • 30. nutsvoorzieningen;
  • b. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn niet bestemd voor:
    • 1. bedrijven die krachtens artikel 2.1, lid 3, van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als inrichtingen als bedoeld in artikel 41, lid 3, van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, welke inrichtingen als zodanig zijn genoemd in de van deze regels deel uitmakende bijlage Inrichtingen Wet geluidhinder,inrichtingen
    • 2. risicovolle inrichtingen, met uitzondering van bestaande risicovolle inrichtingen;
    • 3. detailhandelsbedrijven, met uitzondering van:
      • I. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van nijverheid en industrie, in ter plaatse vervaardigde en/of bewerkte goederen, niet zijnde detailhandel in textiel, schoeisel en lederwaren, voedings- en genotmiddelen en huishoudelijke artikelen;
      • II. niet voor particulieren toegankelijke detailhandelsbedrijven die zich uitsluitend toeleggen op postorderactiviteiten;
      • III. bestaande detailhandelsbedrijven.
  • c. voor zover aangeduid gelden tevens de regels voor gebiedsaanduidingen van hoofdstuk 3;

met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen.

4.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 25 en de regels voor gebiedsaanduidingen van hoofdstuk 3 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 4.4 genoemde afwijkingen.

Voor het bouwen van gebouwen en overige bouwwerken geen gebouw zijnde gelden, ter plaatse van de aanduiding 'beschermd dorpsgezicht', de in artikel 28 opgenomen bouwbepalingen.

Bebouwing   Maximale opperv lakt e /inhoud   Maximale gootho ogt e   Maximale bouwh oo gt e   Bijzondere regels  
Gebouwen en overkappingen

 
120% van de bestaande oppervlakte per bouwvlak aan gebouwen en overkappingen , tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlakte mag de oppervlakte niet meer bedragen dan is aangegeven   6 m, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'   8,5 m, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'   - voor het bepalen van de oppervlakte worden bedrijfswoningen, bijgebouwen niet meegeteld
- per verkooppunt motorbrandstoffen is een overkapping van 50 m2 toegestaan
- de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m  
Bedrijfswoningen   700 m3   4 m, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'   nvt, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'   - ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één bedrijfswoning toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen'
- voor het bepalen van de inhoud worden inpandige garages en bergingen meegeteld;
-
- de afstand van de bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m
- voor het splitsen van de bedrijfswoning in twee wooneenheden geldt het in artikel 25 lid 25.3 bepaalde
- de afstand van een op te richten bedrijfswoning tot bestaande kassen bedraagt ten minste 30 m  
Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen   75 m2   3 m   5 m   - bijgebouwen en overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan worden opgericht (4.4.1a)  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen
 
       
- erf- en terreinafscheidingen       2 m   - de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan bedraagt ten hoogste 1 m (4.4.1b)
 
- antenne-installa tie s       15 m    
- paardenbakken:
- omheiningen
- lichtmasten
 
   
2 m
4 m
 
- één paardenbak toegestaan
- de afstand van een paardenbak tot (bedrijfs)woningen van derden bedraagt ten minste 50 meter
 
- stapmolens       4 m    
- overig       6 m    

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwingbinnen het bouwvlak en de oppervlakte per gebouw teneinde de bebouwing in een compacte eenheid te situeren, voor zover dit noodzakelijk is voor een landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare en verantwoorde inpassing in de omgeving.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 43 opgenomen procedureregels van toepassing

4.4 Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken:

  • a. van het in lid 4.2 bepaalde voor het bouwen van bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en overkappingen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan;
  • b. van het in lid 4.2 bepaalde voor het ten behoeve van de privacy bouwen van een erf- of terreinafscheiding voor de voorgevelrooilijn bij bedrijfswoningen tot een bouwhoogte van 2 m, indien dit met het oog op de cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de verkeers- en sociale veiligheid niet onaanvaardbaar is.
4.4.2 Voorwaarden voor afwijken

Afwijken als bedoeld in dit lid is alleen mogelijk voor zover de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied niet significant worden aangetast en het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

4.5 Specifieke gebruiksregels

Naast de algemene gebruiksregels van artikel 26 en de regels voor gebiedsaanduidingen van hoofdstuk 3 gelden de volgende specifieke regels.

4.5.1 Agrarisch gebruik

Agrarische bedrijvigheid is uitsluitend als nevenactiviteit toegestaan, mits dit niet leidt tot een milieuhygiënisch onaanvaardbare situatie.

4.5.2 Regels voor verkooppunt motorbrandstoffen

Voor een verkooppunt motorbrandstoffen gelden de volgende regels:

  • a. van de toegestane oppervlakte aan bebouwing per vestiging mag ten hoogste (175 m² langs snelweg, 75 m2 langs overige wegen) worden benut als servicegebouw voor winkel, magazijn en sanitaire ruimten ten dienste van het verkooppunt motorbrandstoffen. Van deze bepaling zijn technische werkruimten, zoals werkplaatsen, wasinstallaties en overige technische ruimten uitgezonderd;
  • b. in het onder a genoemde servicegebouw zijn geen afzonderlijke ruimten voor detailhandeltoegestaan;
  • c. al dan niet zelfstandige horecaruimten in de zin van café, bar, restaurant, snackbar et cetera zijn niet toegestaan. Buffetverkoop en verkoop uit automatiek zijn, als onderdeel van de detailhandelsactiviteiten, wel toegestaan;
  • d. bij beëindiging van het verkooppunt motorbrandstoffen dienen de hiervoor genoemde detailhandelsactiviteiten eveneens te worden beëindigd.
4.5.3 vrachtwagens uitgesloten

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf uitgesloten - stalling vrachtwagens' mogen geen vrachtwagens worden hersteld en gestald.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het in lid 4.1 onder a bepaalde teneinde de vestiging van bedrijfstypen toe te staan die niet zijn genoemd in de Lijst van toegelaten bedrijfstypen, dan wel voorkomen in een hogere categorie dan in het betreffende bestemmingsvlak is toegestaan, en die naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijfstypen die ter plaatse bij recht zijn toegestaan, met dien verstande dat de belasting van het (leef)milieu en het landschap in de omgeving alsmede de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig mogen toenemen en de belangen van de omliggende functies ook anderszins niet onevenredig mogen worden geschaad.

4.6.2 Voorwaarden voor afwijken

Afwijken als bedoeld in dit lid is alleen mogelijk voor zover de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied, waaronder begrepen die van het Natura2000 gebied en van de Ecologische Hoofdstructuur, niet significant worden aangetast en het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden

De in artikel 45 opgenomen regels voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zijn van toepassing.