direct naar inhoud van Artikel 11 Recreatie - Verblijfsrecreatie
Plan: Wenum Wiesel en buitengebied
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1092-ont1

Artikel 11 Recreatie - Verblijfsrecreatie

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het in de vorm van bedrijfsmatige exploitatie bieden van recreatief verblijf aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben, in kampeermiddelen en tot het bedrijf behorende recreatiewoningen, groepsaccommodaties en stacaravans, met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, voorzieningen en open terreinen;
  • b. een bedrijfswoning, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • c. beroepsuitoefening aan huis;
  • d. parkeren en ontsluitingswegen;
  • e. nutsvoorzieningen;
  • f. voor zover aangeduid gelden tevens de regels voor gebiedsaanduidingen van hoofdstuk 3;

met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen.

11.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 25 en de regels voor gebiedsaanduidingen van hoofdstuk 3 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 11.4 genoemde afwijkingen.

Voor het bouwen van gebouwen en overige bouwwerken geen gebouw zijnde gelden, ter plaatse van de aanduiding 'beschermd dorpsgezicht', de in artikel 28 opgenomen bouwbepalingen.

Bebouwing   Maximale oppervlak te /inhoud   Maximale gootho ogt e   Maximale bouwhoog te   Bijzondere regels  
Gebouwen:
 
       
ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' uitsluitend:
maximaal
- 13 paardenboxen

- 2 toiletgebouwtjes


- 1 niet-overdekt zwembad
- 13 verplaatsbare chalets
- overige andere bouwwerken  





20 m² per box
25 m² per gebouwtje

50 m²

40 m² per chalet  





3 m

3 m




3 m  





3 m




1 m

3,5 m

2 m  
horecavoorziening is niet toegestaan

- hippische evenementen of activiteiten welke zijn gericht op grotere groepen dan de maximale capaciteit van de verblijfsrecreatieve voorziening, zijn niet toegestaan. Deze bepaling geldt ook voor aangrenzende gronden/gebouwen, al dan niet gescheiden door wegen.  
- groepsaccommodaties   bestaande oppervlakte
 
- tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'   6 m, tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'    
- voorzieningen   bestaande oppervlakte (11.4.1a,b)
 
3 m, tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'   6 m, tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'   - voor het bepalen van de oppervlakte aan voorzieningen worden bedrijfswoningen en bijgebouwen niet meegeteld  
- winkels   bestaande oppervlakte (11.4.1a,c)
 
3 m   6 m    
- recreatieverblij ven   75 m2/300 m3 per recreatieverblijf   4 m   5 m   - het aantal recreatieverblijven mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal,
met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'aantal' het aantal kampeermiddelen niet meer mag bedragen dan is aangegeven waarvan er ten hoogste drie sta-caravans mogen zijn
- bij recreatieverblijven zijn geen bijgebouwen toegestaan
- het in artikel 41 lid 41.1 onder e en artikel 42 lid 42.1 onder b bepaaldeis niet van toepassing op de maximale inhoud per recreatieverblijf  
Bedrijfswoningen
 
700 m3   4 m, tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'   -, tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'   - ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één bedrijfswoning toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen';
- voor het bepalen van de inhoud worden inpandige garages en bergingen meegeteld;
- voor het splitsen van de bedrijfswoning in twee wooneenheden geldt het in artikel 25 lid 25.3 bepaalde
- de afstand van een op te richten bedrijfswoning tot bestaande kassen bedraagt ten minste 30 m
- het in artikel 26 lid 26.1 onder f bepaalde is van overeenkomstige toepassing  
Bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen   75 m2   3 m   5 m   - bijgebouwen en overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning(en) of het verlengde daarvan worden opgericht (11.4.1e)
- voor het bepalen van de oppervlakte worden bijgebouwen die worden gebruikt voor beroepsuitoefening aan huis meegeteld
- in bijgebouwen is het aanbrengen van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de beroepsuitoefening aan huis dan wel voor de niet-publieksgerichte bedrijfsactiviteiten aan huis toegestaan  
Bijgebouwen bij stacaravans   6 m²     3 m   - bij de ingang van een stacaravan is een aanbouw toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 3 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 3,50 m  
Bouwwerken, geen gebouw zijnde, met uitzondering van overkappingen          
- erf- en terreinafscheidingen     2 m      
overig     10 m      

11.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwingbinnen het bouwvlak en de oppervlakte per gebouw teneinde de bebouwing in een compacte eenheid te situeren, voor zover dit noodzakelijk is voor een landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare en verantwoorde inpassing in de omgeving.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 43 opgenomen procedureregels van toepassing.

11.4 Afwijken van de bouwregels
11.4.1 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het in lid 11.2 bepaalde:

  • a. teneinde de maximaal toegelaten oppervlakte aan bebouwing voor voorzieningen en winkels te vergroten ten behoeve van de bouw van voorzieningen en winkels die ook aan andere verblijfsrecreatieve terreinen ten dienste staan, zoals gezamenlijke voorzieningen als kampwinkels, sanitaire voorzieningen, bergingen, kantines en administratieve voorzieningen, mits de oppervlakte van de vergroting in mindering wordt gebracht op de maximaal toegelaten oppervlakte aan voorzieningen en winkels op het terrein ten behoeve waarvan de desbetreffende voorziening mede wordt gebouwd en de groenvoorzieningen niet onevenredig worden aangetast. Onder voorzieningen worden hier in elk geval niet verstaan bedrijfswoningen, recreatieverblijven en kampeermiddelen;
  • b. teneinde de maximaal toegelaten oppervlakte aan bebouwing voor voorzieningen te vergroten met ten hoogste 15%, mits deze uitbreiding noodzakelijk is voor de economische continuïteit van het bedrijf;
  • c. teneinde de maximaal toegelaten oppervlakte aan bebouwing voor winkels op verblijfsrecreatieve terreinen te vergroten met ten hoogste 15%, mits de detailhandelsstructuur in nabijgelegen kernen niet onevenredig worden geschaad;
  • d. voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning voor de voorgevel van de woning of het verlengde daarvan.
11.4.2 Voorwaarden voor afwijken

Afwijken als bedoeld in dit lid is alleen mogelijk voor zover de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied, waaronder begrepen die van het Natura2000 gebied en van de Ecologische Hoofdstructuur, niet significant worden aangetast en het in het plan beoogde stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

11.5 Specifieke gebruiksregels

Naast de algemene gebruiksregels van artikel 26 en de regels voor gebiedsaanduidingen van hoofdstuk 3 gelden de volgende specifieke regels.

Het gebruik van bedrijfswoningen en bijgebouwen voor beroepsuitoefening aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • a. dit gebruik beslaat niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijgebouwen, met een gezamenlijk maximum van 50 m2per kavel;
  • b. het gebruik heeft geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu;
  • c. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en veroorzaakt geen nadelige toename van de parkeerbehoefte;
  • d. er wordt geen detailhandel uitgeoefend;
  • e. de activiteiten veroorzaken geen duurzame ontwrichting van de bestaande distributieve voorzieningen en hebben geen ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur tot gevolg;
  • f. het beroep respectievelijk de bedrijfsmatige activiteiten wordt respectievelijk worden in ieder geval door de bewoner uitgeoefend.