direct naar inhoud van 4.4 Waterhuishouding
Plan: Scherpenbergh Golfbaan
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1077-ont1

4.4 Waterhuishouding

Waterhuishoudingsplan provincie Gelderland (WHP3)

Het derde Waterhuishoudingsplan Gelderland 2005-2009 (WHP3) schetst de mogelijkheden om de kansen van water voor mens en natuur in Gelderland goed te benutten. Het doel van het Waterhuishoudingsplan is om tenminste de algemeen voorkomende planten en dieren voldoende levenskansen te bieden en te voorzien in water dat geschikt is voor de verschillende functies, waaronder natte natuur. Per functie is het beleid van de provincie Gelderland afgestemd op het grondgebruik en op de locatie van desbetreffende functie. De provincie ziet erop toe dat de waterhuishoudkundige randvoorwaarden die een bepaalde functie vereist, in stand worden gehouden.


Een aantal wateren in de provincie Gelderland heeft een zeer hoge ecologische waarde, waaronder de Oosthuizerspreng en de Veldhuizerspreng in de omgeving van de golfbaan. Deze wateren stellen hoge eisen aan vooral morfologie, kwaliteit, watervoerendheid en stroming. Deze wateren zijn op de functiekaart behorende bij het WHP3 aangeduid als wateren van het


Hoogst Ecologische Niveau (HEN-wateren). Deze wateren benaderen het meest een natuurlijke situatie en hebben nu al een zeer hoge ecologische waarde. De opgave voor deze wateren is vooral om deze ecologische waarde te beschermen en eventuele negatieve beïnvloeding terug te dringen. De inrichting en het beheer van het waterhuishoudkundige systeem voor HEN-wateren zijn gericht op het veiligstellen en ontwikkelen van de HEN-wateren en het minstens handhaven van de huidige waterhuishoudkundige situatie. Dit betekent minimaal 'stand still' van de huidige situatie.


De HEN-wateren worden beschermd tegen toename van de milieudruk door een beschermingszone van 15 meter vanaf de insteek naast de HEN-wateren en 10-meter vanaf de insteek naast de A-watergangen, die uitkomen in de HEN-wateren. Doel van de zones is de milieubelasting van deze wateren niet te laten toenemen.

De Albaplas, welke in het oosten grenst aan het plangebied, oefent invloed uit op de lokale grondwaterstroming, die west-oost is gericht. Deze stroming volgt de regionale, diepere grondwaterstroming die vanaf de Veluwe naar het IJsseldal gaat.

Aan de noordzijde van de golfbaan ligt de Oosthuizerspreng. Aan de zuidzijde van de golfbaan ligt de Veldhuizerspreng. Beide sprengen hebben de functie HEN water (Hoogst Ecologisch Niveau). De meeste sprengen zijn gegraven om watermolens aan te drijven. De sprengen in de omgeving van het plangebied zijn waarschijnlijk gegraven om het Apeldoorns Kanaal van water te voorzien. In de directe nabijheid van de sprengen is sprake van een lokale stroming gericht op de sprengen, die naast grondwater ook een deel van het neerslagoverschot afvoeren. Het grootste deel van de neerslag wordt echter ondergronds afgevoerd. Het poeltje in het midden van het plangebied wordt door ondiep grondwater gevoed.

Onderzoeksresultaten waterhuishouding

Golfbaan De Scherpenbergh ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Het plangebied bevindt zich niet binnen enige Keurzone en niet binnen de zoekgebieden voor waterberging die de provincie Gelderland in het streekplan heeft aangegeven. Als gevolg van de ontwikkeling zal het verhard oppervlak niet toenemen.

Grondwaterhuishouding

Ten aanzien van de waterhuishouding is vooral de wijze en mate van beregening van de golfbaan relevant. Voor de beregening van de banen en voeding van de waterpartijen werd tot medio 2007 gebruik gemaakt van water uit de Albaplas. Dit water werd via een pomp in de centrale vijver voor het clubhuis gepompt en vormde de voeding van de sprinklerinstallaties die over de banen verspreid liggen. Totaal werd in de afgelopen jaren circa 18.000 m3 per jaar onttrokken aan de Albaplas voor beregening en voeding van de vijvers. Dit is 9.000 m3 meer dan voor de 9 holes baan.

Alleen de grens en de tees worden beregend (2 mm per keer), alleen bij extreem droog weer worden de fairways ook beregend . De beregeningsinstallatie is buiten werking tussen 1 oktober en 1 april.

De huidige baan is aangesloten op het reeds bestaande beregeningssysteem van de 9 holes baan. Voor het onttrekken van water uit de Albaplas zijn afspraken gemaakt met het waterschap Veluwe. Er zijn geen nadelige effecten ten aanzien van het oppervlaktewater. Daling van de waterstand van de Albaplas door wateronttrekking (voor beregening) is als zeer beperkt ingeschat en (enkele millimeters) en deze lichte fluctuatie valt binnen het natuurlijke regime.

In 2007 zijn op de golfbaan twee pompputten gerealiseerd nabij de onderhoudsloods, ten behoeve van beregening van de golfbaan. Deze situatie is door de provincie geaccepteerd. De golfbaan is hiertoe overgegaan omdat slibdeeltjes in het water uit de Albaplas het beregeningssysteem verstopten en vanwege de onzekere toekomstsituatie vanwege herinrichting van de Albaplas. De pompen hebben samen een capaciteit van 60 m3/uur. Maximaal wordt 30.000 m3 per jaar onttrokken. In de huidige situatie wordt op jaarbasis ca 22.000 m3 onttrokken. In een droge periode wordt maandelijks maximaal 5.000 m3 gebruikt voor de beregening van de golfbaan (dan moeten ook de fairways worden beregend). De opgepompte hoeveelheden voor beregening (op basis van pompcapaciteit en onttrekkinghoeveelheid van 60 m3/uur en maximaal 5.000 m3/maand) vallen onder de algemene regels van de provincie Gelderland (Waterhuishoudingsplan) en zijn niet vergunningplichtig op grond van de Grondwaterwet. Als gevolg van het oppompen van grondwater treden geen effecten in de 15 m beschermingszone van HEN-wateren op.

De aanleg van holes op de westelijke akker en het MMC heeft een zeer beperkte toename van de hoeveelheid onttrokken grondwater als gevolg. De toename is circa 8%. Uitgaande van de gemiddelde jaarlijkse watergift van 22.000 m3 betekent dat in de nieuwe situatie op jaarbasis een toename van de grondwateronttrekking van 1.760 m3 tot circa 23.730 m3. Dat is nog steeds onder de door de provincie Gelderland geaccepteerde hoeveelheid van 30.000 m3.

Sprengen

De uitbreiding van de golfbaan tot 18 holes heeft (in de situatie met gebruik van water uit de Albaplas voor beregening) geen invloed op de Oosthuizerspreng en de Veldhuizerspreng gehad. De sprengen liggen buiten de huidige golfbaan en worden gevoed door grondwater vanaf de Veluwe. Bij de uitbreiding van de golfbaan in 2003 werden geen effecten verwacht op de grondwaterhuishouding omdat geen grondwater werd onttrokken voor beregening. De grondwaterstand ligt in het gehele plangebied diep onder maaiveld, en de nieuwe banen zijn vanwege de goede doorlatendheid (hoog infiltratievermogen) van de bodem niet voorzien van drainage.

Voor de onlangs geïnstalleerde grondwateronttrekking is een berekening uitgevoerd om na te gaan of er sprake is van een effect op de Oosthuizerspreng, die in de omgeving van de onttrekking ligt. De spreng ligt op het dichtstbijzijnde punt op 300 meter vanaf de grondwaterpomp. Volgens de peilvakindeling van het waterschap Veluwe ligt de grens van het afwateringsgebied van de Oosthuizerspreng op 200 meter vanaf de pompen.

Uit de berekeningen blijkt dat bij maximale onttrekking het invloedsgebied maximaal 130 meter bedraagt. De grondwateronttrekking heeft daarom geen relevant effect op de watervoerendheid van de sprengen. Als gevolg van deze beperkte toename van de grondwateronttrekking als gevolg van de uitbreiding van het golfterrein met de westelijke akker en het MMC zal de veerkracht van het watersysteem niet worden aangetast en zullen geen effecten op de sprengen optreden.

Op de golfbaan zijn twee pompputten gerealiseerd. Hieruit wordt water ontrokken voor beregeningsdoeleinden. De pompen hebben samen een capaciteit van 60 m3/uur. Aan de noordzijde van de golfbaan ligt de Oosterhuizer Spreng. Aan de zuidzijde van de golfbaan ligt de Veldhuizer Spreng. Beide sprengen hebben de functie HEN water (Hoogst Ecologisch Niveau).

Om te bepalen of de onttrekkingen effect hebben op de sprengen zijn indicatieve berekeningen uitgevoerd. Het lastige bij onttrekkingen voor beregeningen is dat ze niet constant aanstaan. In een droge periode, waarbij de pomp een week gedurende enkele uren per dag aanstaat (met een maximaal debiet van 165 m3/dag), is het beinvloedingsgebied maximaal 50 m. De Veldhuizer spreng ligt op circa 1200 m van de onttrekking en de Oosterhuizer spreng ligt op circa 400 meter van de onttrekkingslocatie. Beide sprengen liggen ruim buiten het beïnvloedingsgebied van de onttrekking.

Bij een langere periode, waarbij de pompen enkele uren per dag aanstaan, neemt het beïnvloedingsgebied toe tot ongeveer 80 m (bij 30 dagen onttrekken). In een extreem droge periode (300 m3/dag gedurende 17 dagen) neemt het beïnvloedinggebied toe tot maximaal 130 m. Ook dan liggen de sprengen buiten het beïnvloedingsgebied. Naar verwachting is daarmee de invloed van de onttrekking op de watervoerendheid van de sprengen niet aan de orde.

De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar ten aanzien van het aspect waterhuishouding.