direct naar inhoud van 4.1 MER en bestemmingsplan
Plan: Scherpenbergh Golfbaan
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1077-ont1

4.1 MER en bestemmingsplan

4.1.1 Inleiding

Voor dit bestemmingsplan is ook een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De procedure voor dit MER “Uitbreiding golfbaan De Scherpenbergh” is grotendeels doorlopen. In het MER zijn de (milieu)effecten van uitbreiding van de golfbaan van 9 naar 18 holes in beeld gebracht, evenals de effecten van de uitbreiding van de golfbaan op de westelijke akker en op het MMC.

Wijziging besluit-m.e.r. per 1 april 2011

Met ingang van 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. Het Besluit m.e.r. biedt het kader voor welke activiteiten in het kader van ruimtelijke besluiten, danwel planvorming, een m.e.r.-procedure doorlopen dient te worden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de activiteit 'golfbanen' niet meer benoemd als m.e.r.-plichtige activiteit. Deze activiteit kent zowel geen rechtstreekse m.e.r.-plicht als geen m.e.r.-beoordelingsplicht. Ook is er geen sprake van de 'vergewisplicht', doordat de activiteit niet meer in het Besluit m.e.r. is benoemd. Wel kan er nog sprake zijn van een plan-m.e.r.plicht, wanneer significant negatieve effecten op Natura 2000-doelen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten.

Ondanks het feit dat er geen formele m.e.r-plicht meer bestaat (zie kader) en significante effecten op Natura 2000 doelen in de passende beoordeling worden uitgesloten (zie hoofdstuk 4.5) wordt het MER voor dit plan in stand gehouden en maakt het integraal onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Het MER heeft reeds ter visie gelegen bij het voorontwerp van dit bestemmingsplan. Bij het ontwerpbestemmingsplan zal het opnieuw ter inzage worden gelegd en daarmee wordt de m.e.r.-procedure formeel afgerond.

4.1.2 Aanleiding tot doorlopen m.e.r.-procedure

Het opstellen van een MER was belangrijk omdat de baan in én in de nabijheid van gevoelig gebied ligt, te weten het Natura 2000-gebied Veluwe en in de Ecologische Hoofdstructuur. De uitspraak van de Raad van State van 19 november 2003 over het bestemmingsplan “Golfbaan De Scherpenbergh” ging hier nadrukkelijk op in (uitstralingseffecten op deze gebieden). Doel van de m.e.r.-procedure was om het milieubelang naast andere belangen een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. In de procedure zijn milieueffecten die te verwachten zijn bij de uitbreiding van de golfbaan inzichtelijk gemaakt. In 2005 heeft de Golf- en Businessclub De Scherpenbergh een startnotitie ingediend om met het doorlopen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) de voorgenomen uitbreiding opnieuw (en uitgebreider) onderbouwen.

Naast projectm.e.r. ook planm.e.r.-plicht

Het is voorafgaand aan besluiten door een overheid in sommige gevallen tevens verplicht een milieueffectprocedure voor plannen te doorlopen. Het gaat daarbij om plannen die kunnen leiden tot concrete projecten of activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Meer concreet geldt planm.e.r.-plicht onder meer in geval van wettelijk of bestuursrechtelijk verplichte plannen die het kader vormen voor toekomstige projectm.e.r.(beoordelings)-plichtige besluiten of waarvoor een passende beoordeling nodig is op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. Het nieuwe bestemmingsplan voor de Scherpenbergh was een dergelijk kaderstellend plan.


In het MER is tevens nagegaan of als gevolg van het initiatief significant negatieve effecten op het Natura2000-gebied Veluwe optreden. De resultaten van deze beoordeling zijn verwerkt in het MER. Door het doorlopen van de projectm.e.r.-procedure is ook voldaan aan de verplichtingen van de geldende planm.e.r. verplichting.

Toetsing MER

De Commissie voor de m.e.r. heeft op 22 augustus 2011 een positief toetsingsadvies uitgebracht over het MER. De Commissie is van oordeel dat de essentiële informatie in het MER aanwezig is om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij het besluit over het bestemmingsplan. Het hoofdoordeel van de Commissie is als volgt: “Het MER geeft een goed beeld van de historische ontwikkelingen en de juridische situatie. De twee referentiesituaties (de juridische referentie met 9 holes en de bestaande situatie, een baan met 18 holes en 7 oefenholes) zijn duidelijk beschreven. Ook zijn de milieugevolgen ten opzichte van de referenties in grote lijnen goed in beeld gebracht. Uit het MER komt naar voren dat er meer positieve dan negatieve milieugevolgen zijn door de uitbreiding van de golfbaan. Dat komt onder meer omdat een goed ingerichte en beheerde golfbaan eigenschappen heeft waar diverse dier- en plantensoorten van kunnen profiteren, zeker in vergelijking met landbouwkundig gebruik. De verschillen tussen de alternatieven voor de uitbreidingslocaties van de golfbaan zijn toereikend in beeld gebracht en relatief beperkt.”

4.1.3 Benoemde maatregelen in het MER

In het MER zijn verschillende alternatieven voor de uitbreiding van de golfbaan onderzocht. De initiatiefnemer en het bevoegd gezag hebben gekozen voor Alternatief 3 uit het MER: zowel een uitbreiding op de westelijke akker als op het MMC. In het MER is beschreven middels welke maatregelen de nadelige gevolgen voor het milieu worden voorkomen, dan wel zoveel mogelijk worden beperkt met gebruikmaking van de beste bestaande mogelijkheden ter bescherming van het milieu. Hiermee wordt aangegeven hoe de golfbaan vanuit milieuoogpunt zo goed mogelijk kan worden uitgebreid en beheerd, waarmee een zo beperkt mogelijke milieuaantasting kan worden bereikt.

Er geldt geen verplichting om de in het MER benoemde maatregelen over te nemen in het bestemmingsplan. Desondanks geeft Golfbaan De Scherpenbergh met de inrichting van de golfbaan, en de voorgenomen inrichting van de voorziene uitbreiding van de golfbaan, zoveel als mogelijk uitwerking aan benoemde maatregelen.

In de maatregelen wordt op navolgende wijze voorzien. Op de golfbaan wordt schraal graslandbeheer toegepast. Daarnaast zijn poelen aangelegd voor amfibieën. Aan de randen van de golfbaan worden halfnatuurlijke vegetatietypen ontwikkeld die voor een gradiënt (zoom) zorgen met het bestaande bos. Deze rand wordt bestemd als natuur. Hiermee ontstaan overgangsvegetaties naar het bosgebied (zoomvegetaties) voor onder andere vlinders en andere insecten. Op de golfbaan wordt gebruik gemaakt van gebiedseigen beplanting.

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen op de (nieuwe) baandelen is gering, zeker ten opzichte van het agrarische gebruik op de akker. Chemische bestrijdingsmiddelen worden slechts incidenteel gebruikt. Het bemestingsniveau zal ruim onder de meststoffennorm liggen.

De golfbaan wordt niet middels extra verlichtingsbronnen verlicht, waardoor geen lichtuitstraling en –verstoring optreedt. Hinder als gevolg van geluid zal niet plaatsvinden doordat geen speakers op de golfbaan zijn of worden geplaatst.

Om de relatie met de oorspronkelijke functie van het MMC-terrein te accentueren zal één bunker behouden blijven en zal een informatiebord worden geplaatst. Daarnaast blijven de aarden wallen die om de bunkers lagen intact. Hier is het grid waarbinnen de bunkers oorspronkelijk gesitueerd waren nog zichtbaar en dus beleefbaar. De aanwezige verharding op het MMC-terrein zal verwijderd worden. Het overgrote deel van het MMC krijgt de functie natuur en wordt beheerd door Natuurmonumenten.

De zuidwestelijk gelegen akker, die in het bezit is van de golfbaan, wordt ten behoeve van EHS-compensatie als natuur ingericht en bestemd.

De werkzaamheden voor uitbreiding van de golfban zullen buiten de broedperiode plaats vinden. Er wordt gestreefd naar een “Schotse” uitstraling van de baan met veel kleursoorten van groen naar geel, door beperkte beregening, afvoeren maaisel en stimulering van bloemen en natuurlijke gewassen. Dit in tegenstelling de Amerikaanse “manicured” variant waarbij de kleur groen overheerst en alle baandelen kort gemaaid worden inclusief de rough.