direct naar inhoud van 2.2 Provinciaal beleid
Plan: Kruisweg 28 Beekbergen
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1068-onh1

2.2 Provinciaal beleid

Het Streekplan Gelderland 2005 (vastgesteld op 29 juni 2005) is er op gericht de verschillende functies in regionaal verband een zodanige plek te geven dat de ruimtelijke kwaliteiten worden versterkt en er zuinig en zorgvuldig met de ruimte wordt omgegaan. Naast het generieke beleid, het beleid dat geldt voor de gehele provincie, wordt in het streekplan dan ook uitvoerig ingegaan op het regiospecifieke beleid.

Volgens de beleidskaart 'Ruimtelijke structuur' van het streekplan ligt de locatie binnen het zgn. Rood Raamwerk, waarin als sturingsfilosofie geldt 'ontwikkelingsplanologie en benutten van kansen' en is er tevens sprake van Multifunctioneel Platteland waarin de sturingsfilosofie 'toelatingsplanologie' opgeld doet. Voor uitbreiding van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied geldt een maximum van + 20 % tot ten hoogste 375 meterĀ². Ook in op 15 december 2010 door Provinciale Staten vastgetelde Ruimtelijke Verordening Gelderland (RVG) is deze regeling opgenomen. Om te kunnen af wijken van deze in de RVG opgenomen norm te kunnen afwijken is ontheffing nodig van de RVG. De gemeente Apedoorn heeft hiertoe een verzoek ingediend bij het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland. Het verzoek heeft met ingang van 20 oktober 2011 voor twee weken ter visie gelegen met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen tegen de voorgenomen ontheffing. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Het besluit om ontheffing te verlenen is genomen op .. november 2011 en is als bijlage bij de toelichting op dit bestemmingsplan opgenomen.

Formeel past dit initiatief niet binnen het beleidskader. Het plangebied ligt evenwel in een gebied waarin niet direct sprake is van provinciale belangen (ecologisch hoofdstructuur EHS, gebieden met verbrede plattelandsontwikkeling, reconstructiegebieden) en waar de gemeente op haar beurt een grote mate van sturingsmogelijkheden heeft als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Voorwaarde is dan wel dat er een goede ruimtelijke onderbouwing wordt gegeven aan de gewenste ontwikkeling.