direct naar inhoud van 4.8 Milieueffectrapportage
Plan: Bestemmingsplan De Voorwaarts
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1035-ont1

4.8 Milieueffectrapportage

Procedure

Gezien de verwachte bezoekersaantallen moet ter onderbouwing van het besluit over het bestemmingsplan de procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.) worden doorlopen. Hiermee is in 2001 gestart en vervolgens zijn de volgende fasen doorlopen:

  • Openbare bekendmaking startnotitie MER op 6 april 2001
  • Inspraakavond startnotitie MER op 18 april 2001
  • Advies Commissie voor de milieueffectrapportage op 13 juni 2001
  • Informatieavond verkeersontsluiting De Voorwaarts op 19 juni 2001
  • Vaststelling definitieve richtlijnen door de gemeenteraad op 28 juni 2001
  • Aanvaarding MER door gemeenteraad op 20 februari 2003
  • Inspraakavonden MER op 5 en 24 maart 2003
  • Toetsingsadvies Commissie voor de milieueffectrapportage op 25 april 2003.

De Commissie voor de m.e.r. schrijft in 2003 het toetsingsadvies dat “de essentiële informatie in het MER aanwezig is”.
“Het MER geeft een voldoende beschrijving van de voorgenomen activiteit, van de alternatieven en van de effecten daarvan op het milieu. Daardoor is bruikbare informatie beschikbaar gekomen om het milieubelang een volwaardige plaats te kunnen geven in de besluitvorming. De Commissie vindt met name de thematische speurtocht naar steeds de beste milieuoplossing voor een bepaald onderdeel heel helder, omdat de gemaakte keuzes per onderdeel heel goed inzichtelijk zijn gemaakt en daardoor ook goed betrokken kunnen worden bij het nemen van het besluit.”

Aanvulling MER 2009
Bij uitspraak van 3 januari 2007 (200605309/4) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan De Voorwaarts vernietigd. De gemeente Apeldoorn is naar aanleiding van deze uitspraak genoodzaakt om een nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen. Ten behoeve van de besluitvorming hierover heeft de gemeente ook een aanvulling op het MER 2003 gemaakt. In deze aanvulling worden de volgende vragen beantwoord:

  • 1. Is het voornemen uit 2009 nog vergelijkbaar met de situatie van zes jaar geleden?
  • 2. Mag nog steeds worden uitgegaan van dezelfde referentiesituatie ofwel hetzelfde nulalternatief?
  • 3. Is het toetsingskader nog vergelijkbaar en zo nee welke wijzigingen hebben zich de afgelopen zes jaar voorgedaan in het vigerende milieubeleid?
  • 4. Wat is de betekenis van de verschillende veranderingen voor de effectbeschrijving en –beoordeling? Leidt dit tot een andere kijk op het meest milieuvriendelijk alternatief (MMA)?

Voor deze aanvulling op het MER 2003 is een verkorte procedure gevolgd. Dit was mogelijk omdat in 2003 al een MER was opgesteld. Dit kon omdat de voorgenomen inrichting van het plangebied in 2009 was gebaseerd op het “alternatief basismodel” uit het MER De Voorwaarts van 2003 (zie figuur 4.9 en 4.10). In 2009 waren het Omnisportcentrum en de schaats/skeelerbaan reeds gerealiseerd. De WSV terreinen waren verlegd en Intratuin was verbouwd. Omdat ten tijde van het opstellen van de aanvulling MER 2009 nog overleg werd gevoerd over de omvang van het commerciële programma, is er toen voor gekozen om twee programmavarianten, in beschouwing te nemen (zie tabel 4.1).

Vergelijkbaarheid programma bestemmingsplan 2011 met Aanvulling MER 2009
In de voorgaande paragrafen is het programma beschreven dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan De Voorwaarts. Omdat het nu bestemde programma pas definitief tot stand is gekomen nadat het MER 2009 is afgerond verschilt dit op een aantal punten met de in het MER 2009 beschreven alternatieven. Programmavariant 2 heeft de meeste overeenkomsten met het nu bestemde programma (zie tabel 4.1). Verschillen zijn:

  • 1. In het voorliggende bestemmingsplan wordt niet langer rekening gehouden met de bouw van 180 appartementen in drie woontorens langs de Laan van Erica;
  • 2. De oppervlakte grootschalige detailhandel is 33.300 m² (27.300 m² en 6.000 m² wijzigingsbevoegdheid) in plaats van 31.000 m²; de 4.000 m² leisure, kantoren en zakelijke dienstverlening kan worden gewijzigd in grootschalige detailhandel;
  • 3. De oppervlakte sportgerelateerde semi-commerciële handel (5.300 m²) is komen te vervallen (een deel hiervan nl. 2700 m²) is opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid;
  • 4. De oppervlakte zelfstandige horeca is afgenomen van 1.200 m² naar 700 m²;
  • 5. Het totaal aantal parkeerplaatsen in het gebied De Voorwaarts is toegenomen van 2244 naar 2332 parkeerplaatsen (exclusief transferium).

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1035-ont1_0015.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1035-ont1_0016.png"

Figuur 4.11 Bestemmingsplan 2011

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1035-ont1_0017.png"

Effectbeschrijving MER 2009 in relatie tot programma bestemmingsplan 2011
Voor het toetsen van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van de effectbeschrijvingen uit het MER 2009. De onderzoeken naar wegverkeerslawaai en luchtkwaliteit zijn voor dit bestemmingsplan geactualiseerd en uitgebreid. Deze laatstgenoemde berekeningen zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Programmavariant 2 (tabel 4.1).
Er is bewust voor gekozen om de uitgangspunten voor de berekeningen niet opnieuw aan te passen aan het nu bestemde programma. Reden hiervoor is dat de verkeersproductie van het nu bestemde programma kleiner is dan de verkeersproductie van Programmavariant 2 uit het MER 2009 (wordt hierna verder onderbouwd). Daarnaast zou met het introduceren van nog een set onderzoeksdata de navolgbaarheid van hetgeen ten behoeve van dit bestemmingsplan is onderzocht in het geding komen.

Verkeersaantrekkende werking van het bestemde programma
De verkeersaantrekkende werking is voor beide varianten in beeld gebracht. De verkeersproductie is berekend op basis van de geprojecteerde functies en op basis van het specifieke gebruik van de parkeerplaatsen door deze functies (zie Bijlage 13).
Geconcludeerd kan worden dat de verkeersproductie van het nu bestemde programma per saldo lager is dan bij Programmavariant 2 dat in de MER 2009 uitgangspunt was. Met name het wegvallen van de woningen met de bijbehorende verkeersbewegingen zorgt voor een daling. In de tabel 4.1 is de verkeersproductie voor beide varianten aangegeven.
Op basis van deze verschillen in de verkeersproductie kan worden gesteld dat de effecten van het nu bestemde programma passen binnen de effecten die in het MER 2009 zijn beschreven. De effecten die in het MER 2009 zijn beschreven zullen daarmee niet worden overschreden.
In het MER 2009 wordt ook nog aangegeven dat de realisatie van Programmavariant 2 kan leiden tot verkeersstagnatie in de avondspitsperiode, op het kruispunt van de Zutphensestraat met de Laan van Erica.
Het nieuwe programma zorgt voor een lagere verkeersbelasting. Daarnaast is de belasting in de avondspitsperiode lager om de volgende redenen:

  • De woningen zijn uit het programma geschrapt en er wordt meer grootschalige detailhandel toegestaan. Daardoor concentreert de toename in verkeersproductie zich vooral buiten de reguliere avondspits: donderdagavond (koopavond) en zaterdagmiddag;
  • Voor de berekeningen in het MER 2009 en de onderzoeken voor dit bestemmingsplan is wat betreft de autonome groei van het autoverkeer uitgegaan van 2% per jaar; de afgelopen jaren blijkt dat de autonome groei zich beperkt tot 1 à 1,5% per jaar;
  • Bij de bepaling van de verkeersproductie van het gebied De Voorwaarts is naar het totale programma gekeken. Hierbij is geen rekening gehouden met de verwachting dat bezoekers bij een bezoek aan het gebied meerdere functies bezoeken.

Op grond hiervan wordt verwacht dat het verkeer zich over dit kruispunt ook tijdens de avondspits goed afwikkelt.

Toetsingsadvies Commissie voor de m.e.r.
Op 25 mei 2011 heeft de Commissie voor de m.e.r. haar toetsingsadvies voor het MER 2009 uitgebracht (Bijlage 11 Toetsingsadvies Commissie m.e.r.). De Commissie formuleert haar eindoordeel als volgt:
Gegeven het feit dat de activiteiten en evenementen binnen De Voorwaarts op elkaar worden afgestemd, is de Commissie van oordeel dat de essentiële informatie voor besluitvorming over het bestemmingsplan aanwezig is. De Commissie adviseert deze informatie over afstemming van activiteiten en evenementen in de toelichting op het bestemmingsplan op te nemen

Verder is in het advies van de Commissie m.e.r. het volgende opgemerkt:

  • De Commissie voor de m.e.r. vraagt om expliciet inzichtelijk te maken of de verkeers- en milieueffecten als gevolg van de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met het bestemmingsplan, vergelijkbaar of kleiner zijn dan de effecten die in het MER zijn beschreven.
    Voor dit doel is onder meer tabel 4.1 toegevoegd. In deze tabel is te zien dat het bestemde programma binnen de bandbreedte van de beschreven effecten blijft zoals die in het MER 2009 zijn onderzocht. Het aantal verkeersbewegingen van en naar het gebied De Voorwaarts tijdens de maatgevende spitsperiode is in het nu bestemde programma kleiner dan in Programmavariant 2. Conclusie is dat de milieueffecten binnen de milieuruimte/bandbreedte blijven zoals in het MER 2009 is beschreven.
  • De Commissie voor de m.e.r. constateert dat de Americahal geen onderdeel vormt van Programmavariant 2 van het MER 2009. In het bestemmingsplan blijft deze hal in gebruik. Daarom vraagt de Commissie zich af wat de verkeerseffecten zijn als alle activiteiten, die het bestemmingsplan mogelijk maakt, hun maximale aantal bezoekers trekken.
    Het streven van zowel de gemeente als de ontwikkelaar van de grootschalige detailhandel is om binnen nu en maximaal tien jaar een plan te ontwikkelen waarbij de Americahal wordt betrokken. Omdat deze plannen nog niet concreet genoeg zijn, blijft de Americahal nu nog planologisch juridisch gehandhaafd in het bestemmingsplan. Wat betreft de afstemming van activiteiten in Omnisportcentrum en Americahal geldt dat het voor de Gemeente Apeldoorn als eigenaar van de Americahal evident is dat er geen grootschalige evenementen gelijktijdig in deze twee voorzieningen kunnen plaatsvinden. Middels afspraken en het stelsel van de evenementenvergunning ziet de gemeente hierop toe.
  • De Commissie voor de m.e.r. constateert dat de in het MER 2009 gehanteerde parkeernorm van 4,0 parkeerplaatsen per 100 m² b.v.o. aan de lage kant is.
    Deze opmerking is onderkend. In de parkeerbalans voor dit bestemmingsplan wordt nu rekening gehouden met een norm van 5,0 parkeerplaatsen per 100 m² b.v.o. voor de functie Grootschalige detailhandel. Ook in de berekeningen van het aantal verkeersbewegingen (Bijlage 13) is nu rekening gehouden met deze verhoogde parkeernorm.
  • De Commissie voor de m.e.r. adviseert in aanvulling op het MER 2009 de belasting van de kruispunten met de op- en afritten van de A50 in beeld te brengen
    Hier is in voorzien, zie hiervoor Bijlage 15 Berekening verkeersbelasting op- en afritten A50.

Evaluatieprogramma
Teneinde de daadwerkelijke milieugevolgen van het voorgenomen plan in beeld te brengen (te monitoren) wordt een evaluatieprogramma opgesteld.
De verwachte verkeerseffecten en de gevolgen daarvan voor het milieu worden de komende jaren bijgehouden en geëvalueerd. Van dit onderzoek wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt conform artikel 7.41 Wet milieubeheer bekend gemaakt. Indien uit het evaluatieonderzoek blijkt dat de gevolgen groter zijn dan op basis van het MER 2009 en de aanvullende milieuonderzoeken mag worden verwacht, zullen maatregelen worden overwogen om deze te mitigeren.