Plan:
Ugchelen
Status:
onherroepelijk
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
Artikel 2.2 Woondoeleinden

1 Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor woondoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. woningen, waaronder begrepen begeleid wonen tot maximaal 2 aaneengesloten woningen per bebouwingsvlak;
  2. woonwagens, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding;
  3. detailhandel en dienstverlening op de begane grond, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding;
  4. onderdoorgang of overbouwing, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding;
  5. praktijkruimte uitsluitend op de begane grond, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding;
  6. tuin en/of erf;
  7. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende bouwwerken.

2 Toegestane woningen

Als woningen zijn uitsluitend toegestaan:

  1. ter plaatse van de aanduiding v: vrijstaande woningen;
  2. ter plaatse van de aanduiding hv: halfvrijstaande of vrijstaande woningen;
  3. ter plaatse van de aanduiding a: aaneengesloten woningen;
  4. ter plaatse van de aanduiding s: gestapelde woningen;
  5. ter plaatse van de aanduiding w: woonwagens.

3 Aanduiding woonwagens

Ter plaatse van de aanduiding w zijn woonwagens toegestaan, alsmede vrijstaande woningen als bedoeld in lid 2 sub a. Voor vrijstaande woningen zijn de bebouwingsbepalingen voor woningen met de aanduiding v van overeenkomstige toepassing.

4 Bebouwing

Voor de regels omtrent het bouwen zie het bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijsnummers verwijzen naar de in lid 4 genoemde specifieke vrijstellingen.

Bebouwing Maximale grondoppervlakte Maximale goothoogte Maximale hoogte Bijzondere bepalingen
Woningen met aanduiding s bebouwingsvlak zie plankaart zie plankaart (5a)  
Woningen met aanduiding v, hv en a bebouwingsvlak, mits niet meer dan 60% van de kavel (met inbegrip van alle op de kavel aanwezige bebouwing) bebouwd wordt 6 m, tenzij anders op de plankaart is aangegeven 10 m, tenzij anders op de plankaart is aangegeven - binnen het bebouwingsvlak bedraagt de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, voorzover de woningen daarop niet aaneen gebouwd zijn, voor woningen met de aanduiding v en hv tenminste 2,50 m
- binnen het bebouwingsvlak bedraagt de afstand tussen woningblokken voor woningen met de aanduiding a tenminste 5 m
-binnen het bebouwingsvlak met de nadere aanduiding "inhoudsmaat" mag de inhoud van de woning maximaal 800 m3 bedragen,
Woonwagens 100 m, mits niet meer dan 60% van de kavel (met inbegrip van alle op de kavel aanwezige bebouwing) bebouwd wordt 4 m 9 m - het aantal woonwagens mag niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven
- de lengte van een woonwagen mag niet meer dan 17 m bedragen
- de afstand tussen woonwagens bedraagt ten minste 5 m
- de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 2,50 m
Bijgebouwen, overkappingen en aan- bij woningen met de aanduiding v, hv, a, en w bij een kaveloppervlakte tot 500 m: 50 m;
bij een kaveloppervlakte tussen 500 m en 750 m: 65 m;
bij een kaveloppervlakte vanaf 750 m: 85 m, mits niet meer dan 60% van de kavel (met inbegrip van alle op de kavel aanwezige bebouwing) bebouwd wordt; 20 m is in ieder geval toegestaan
bijgebouw en aan- of: 3 m bijgebouw en aan- of: 5 m
overkapping: 3 m
- tevens toegestaan op de als erf aangeduide gronden
-op de als tuin aangeduide gronden uitsluitend de:
a) bestaande overkappingen en
b) bergingen binnen de op de plankaart voorkomende aanduiding "voorbouwstrook"
- situering minimaal 3 m achter de lijn, waarin de voorgevel van de woning is gebouwd ( 5b)
- bij een aan de woning aangebouwd bijgebouw, overkapping of aan- of waarvan het dakvlak in het verlengde van het dakvlak van de woning ligt mag op de hoogte van het dakvlak van de woning worden aangesloten
- bij vastbouwen aan de woning van bijgebouw of aan- of maximaal aan n zijde en aan de achtergevel van de woning
- uitsluitend in bijgebouwen bij woonwagens is het aanbrengen van sanitaire voorzieningen toegestaan
- daar waarop de plankaart de aanduiding "voorbouwstrook" is aangegeven zijn uitsluitend bijgebouwen, overkappingen en aan- of uitbouwen toegestaan met dien verstande dat:
a) in geval van diepte voorbouwstrook groter of gelijk aan 7 m geldt een maximum oppervlakte 20 m
b) in geval van diepte voorbouwstrook kleiner dan 7 m: geldt een maximum oppervlakte van 12 m
c) maximum hoogte: 3 m
d) minimum afstand tot openbare weg: 1,5 m
e) minimum afstand tot n van de zijdelingse perceels-grenzen: 2,5 m
en dat voor overkappingen geldt:
a) maximum opper vlakte: 20 m
b) maximum hoogte: 3 m
c) minimum afstand tot openbare weg: 0,5 m
Andere bouwwerken en, niet zijnde overkappingen     tuinmeubilair: 3 m
antenne-installatie: 15 m
overig: 2 m
erf- en terreinafscheidingen op de als tuin aangeduide grond: 1 m (5 c)

5 Vrijstellingsbevoegdheden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het in lid 4 bepaalde:

  1. voor het overschrijden van de maximale hoogte van een woning met de aanduiding (s) met niet meer dan 3,50 meter tot een maximum van 1/3 van het grondoppervlak van het gebouw ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen, waaronder in ieder geval begrepen liftkokers en installatieruimten;
  2. dat bijgebouwen, aan- of uitbouwen en overkappingen minimaal 3 meter achter de lijn waarin de voorgevel is gebouwd moeten worden gesitueerd, eventueel met overschrijding van de bebouwingsgrens, indien dit past in het stedenbouwkundig beeld dat in het plan is beoogd;
  3. ten behoeve van het bouwen van erfafscheidingen op hoekpercelen tot een hoogte van 2 meter, indien dit met het oog op het stedenbouwkundig beeld dat in het plan is beoogd en de verkeers- en sociale veiligheid niet onaanvaardbaar is.

6 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van bijgebouwen en de oppervlakte per bijgebouw, voor zover dit noodzakelijk is voor:

  1. het waarborgen van de in het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;
  2. het voorkomen van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  3. het bewerkstelligen van een onderlinge afstemming van de bebouwing.

7 Gebruik van niet bebouwde grond

De niet bebouwde grond mag uitsluitend als tuin of erf en/of parkeervoorziening worden gebruikt met dien verstand dat ter plaatse van de aanduiding "ondergronds parkeren" het parkeren uitsluitend ondergronds dient plaats te vinden.

8 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de bestemming Woondoeleinden om te zetten in de bestemming Bijzondere woondoeleinden indien:

  1. geen onevenredige hinder voor de omgeving ontstaat;
  2. geen nadelige invloed ontstaat op de normale afwikkeling van het verkeer en in de parkeerbehoefte wordt voorzien;
  3. de bebouwing per bebouwingsvlak maximaal 2.500 m3 bedraagt;
  4. de bebouwing voldoet aan de voor de betreffende locatie geldende aanwijzingen op de plankaart en bepalingen in het bebouwingsschema.