direct naar inhoud van TOELICHTING
Plan: Boomrecreatiewoning Miggelenbergweg 65 Hoenderloo
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1252-ont1

TOELICHTING

behorende bij het bestemmingsplan Boomrecreatiewoning Miggelenbergweg 65 Hoenderloo

1 BESCHRIJVING INITIATIEF

1.1 Aanleiding

Landal GreenParks heeft verzocht om medewerking aan het toevoegen van een boomrecreatiewoning op het verblijfsrecreatiepark aan de Miggelenbergweg 65 in Hoenderloo. De aanleiding hiervoor komt voort uit de veranderingen binnen de verhuurmarkt en de consumentenbehoeften. Op het gebied van de verblijfsrecreatie wil Landal zich blijven onderscheiden.

1.2 Ligging en begrenzing

De beoogde locatie van de boomrecreatiewoning ligt op het verblijfsrecreatiepark aan de Miggelenbergweg 65 in Hoenderloo. De omvang van het recreatiepark bedraagt ruim 30 hectare en is gesitueerd op verschillende kadastrale percelen.

De locatie waar de boomrecreatiewoning is voorzien, ligt binnen het recreatiepark op het kadastrale perceel Gemeente Beekbergen, Sectie F, nummer 5557 met een oppervlakte van 22.370 m2. De planlocatie van voorliggend bestemmingsplan betreft uitsluitend het deel van voornoemd perceel waar de boomrecreatiewoning op is voorzien.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0001.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0002.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0003.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0004.png"

1.3 Geldend bestemmingsplan

Voor het verblijfsrecreatiepark aan de Miggelenbergweg 65 is op 19 december 2013 het geldende bestemmingsplan Miggelenbergweg 65 Hoenderloo vastgesteld. Het park heeft daarin de bestemming Recreatie-Verblijfsrecreatie.

Deze gronden zijn bestemd voor het in de vorm van bedrijfsmatige exploitatie bieden van recreatief verblijf aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben. Ten dienste van dit gebruik mogen conform de bouwregels op de locatie waar de boomrecreatiewoning is voorzien tot op de bestemmingsgrens onder andere recreatiewoningen worden opgericht met een maximale oppervlakte van 75 m2 en een maximale inhoud van 300 m3 per recreatiewoning. Hierbij mag de goothoogte maximaal 4 meter en de bouwhoogte maximaal 5 meter bedragen. Tevens mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht tot een maximale hoogte van 10 meter. Hieronder worden onder andere speel- en klimtoestellen geschaard.

Het aantal recreatiewoningen is binnen de verblijfsrecreatieve bestemming gemaximeerd op 270. Voorliggende herziening van het bestemmingsplan Miggelenbergweg 65 Hoenderloo is nodig aangezien het huidige recreatiepark al voorziet in 270 recreatiewoningen en de toegestane maatvoering niet voorziet in de realisatie van een boomrecreatiewoning.

Zie onderstaande afbeelding voor de plankaart van het recreatiepark. Op de daar onderstaande detailuitsnede van de plankaart is met een kruis de beoogde locatie van de boomrecreatiewoning weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0005.png"

Uitsnede plankaart bestemmingsplan Miggelenbergweg 65 Hoenderloo

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0006.png"

Detailuitsnede plankaart bestemmingsplan Miggelenbergweg 65 Hoenderloo

1.4 Planbeschrijving

De boomrecreatiewoning is gesitueerd in het bos op de overgang van de speeltuin naar het vakantiepark. De locatie is niet zichtbaar vanaf de openbare weg. Op de locatie staan voornamelijk grove dennen in een zeer open bos. Op de bodem bevindt zich een strooisellaag met mossen, grassen, kruiden en open grond.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0007.png"

Situatiekaart

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0008.png"

De boomwoning wordt tussen de bestaande bomen geplaatst waarbij de entree van de woning zo dicht mogelijk naast een bestaande den komt. De bosgrond loopt onder de woning door, er worden bewust geen extra voorzieningen op de vloer getroffen zodat er geen of nauwelijks verschil ontstaat in de bodem onder of naast de woning.

Vanaf de weg (op de scheiding van de speeltuin en het bos) loopt een halfverhard pad naar de entree van de boomwoning (trap). In het verlengde van dit entreepad wordt op de scheiding met het dichte bos achter de locatie een berging van 6 m2 geplaatst waarin de fietsen gestald kunnen worden. Deze berging wordt in dezelfde houten planken en met dezelfde detaillering uitgevoerd als de boomwoning zodat er eenheid in het ensemble ontstaat. Doordat de berging aan de rand van het dichte bos staat verstoord deze niet het ruimtelijke beeld van de boomwoning op palen tussen de bomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0009.png"

Het bouwvlak waarbinnen de boomrecreatiewoning gerealiseerd moet worden, ligt op ongeveer 16 meter afstand van de naastgelegen natuurbestemming. Ter plaatse van de fietsenberging wordt het bos dichter aangeplant met deels wintergroene beplanting ten behoeve van de privacy op het naastgelegen perceel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0010.png"

Luchtfoto met tennisbaan en Woning Miggelenbergweg 45

Op ongeveer 150 m ten zuiden van het bouwvlak ligt de woning Miggelenbergweg 45. Het bijbehorende woonperceel begint op ongeveer 95 meter afstand. Op ongeveer 8,5 meter afstand van de verblijfsrecreatieve bestemming ligt binnen de aangrenzende bestemming Natuur een tennisbaan die bij het woonperceel hoort.

Naast het aanbrengen van extra privacy beplanting wordt de uitkijkpost die in het ontwerp van de boomrecreatiewoning is opgenomen aan de zijde van het perceel van de tennisbaan geblindeerd. Los staand van deze privacy-maatregelen en mede gelet op de aangehouden afstanden en de huidige gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de verblijfsrecreatie bestemming ter plaatse, komt het woongenot van het woonperceel Miggelenbergweg 45 niet onder druk te staan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0011.png"

Impressie boomrecreatiewoning, zie Bijlage 1 voor een groter formaat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0012.png"

Situatietekening met ingemeten hoogte, zie Bijlage 2 voor een groter formaat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0013.png"

Impressie bouwplan, zie Bijlage 3 Bouwplan boomrecreatiewoning voor een groter formaat.

2 BELEIDSKADER

2.1 Natura-2000

De Europese Unie heeft een gevarieerde natuur, die van biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Voor Nederland gaat het in totaal om 162 gebieden. Voor het plangebied is relevant dat Veluwe is aangewezen als Natura 2000 gebied (Vogel- en Habitatrichtlijn).

Bij het nemen van een besluit tot het vaststellen van een plan dat, gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor een Natura 2000 gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, dient rekening te worden gehouden met de gevolgen die het plan kan hebben voor het gebied.

De planlocatie ligt buiten het Natura 2000 gebied Veluwe, zie onderstaande kaartuitsnede.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0014.png"

Ligging planlocatie t.o.v. Natura 2000 

2.2 Nationaal Landschap

Het Rijk heeft twintig karakteristieke gebieden in Nederland aangewezen als Nationaal Landschap, maar liefst zeven liggen er in Gelderland. Eén daarvan is de Veluwe. De Nationale Landschappen zijn de symbolen bij uitstek van het Gelderse cultuurlandschap. Ze geven op (inter)nationale schaal een afspiegeling van de landschappelijke diversiteit en hebben daarom speciale aandacht.

Het ruimtelijk beleid is er op gericht om de kernkwaliteiten van deze gebieden te behouden en verder te ontwikkelen. Behoud wordt bereikt middels een regel in Omgevingsverordening Gelderland die bepaalt dat in een bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk gemaakt mogen worden die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten.

Voor het plangebied geldt dat de locatie al een verblijfsrecreatieve bestemming heeft. Daarnaast staat op voorhand vast dat gelet op de ligging, aard en omvang de toevoeging van een enkele boomrecreatiewoning geen invloed heeft op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.

2.3 Omgevingsverordening Gelderland

In de Omgevingsverordening Gelderland is bepaald dat recreatiewoningen niet permanent mogen worden bewoond. Solitaire recreatiewoningen zijn enkel toegestaan op locaties waar ook reguliere woningen mogelijk zijn. Ook is, teneinde de kwaliteit van het toeristisch product te behouden en te vergroten, de eis gesteld dat nieuwvestiging en uitbreiding van recreatiewoningen in bestemmingsplannen alleen mogelijk mag wordt gemaakt indien daaraan de eis van bedrijfsmatige exploitatie wordt verbonden.

Volledigheidshalve zij vermeld dat de verordening geen specifieke regels meer bevat ten aanzien van uitbreiding en nieuwvestiging van recreatieparken. De activiteit dient net als elke andere ontwikkeling te passen binnen het beleid dat voor het specifieke gebied geldt. Zo dient uitbreiding van recreatieparken in het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone te voldoen aan het beschermingsregime voor het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone.

Natuur en landschap

Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur, wat bijdraagt aan een prettige leef- en werkomgeving. Hiertoe wordt ingezet op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wordt bereikt door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO).

De planlocatie is buiten het Gelders Natuurnetwerk gelegen, maar binnen de Groene Ontwikkelingszone, zie onderstaande kaartuitsnedes.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0015.png"

Ligging planlocatie t.o.v. het Gelders Natuur Netwerk (GNN) 

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1252-ont1_0016.png"

Ligging planlocatie in Groene Ontwikkelingszone (GO)

Groene Ontwikkelingszone 

De Groene Ontwikkelzone (GO) bestaat uit alle gebieden met een andere bestemming dan natuur binnen de voormalige Gelderse EHS. Het beleid met betrekking tot de GO is gericht op het versterken van de ecologische samenhang door de aanleg van ecologische verbindingszones, waaronder landgrensoverschrijdende klimaatcorridors. In de Omgevingsvisie is een toelichtende kaart opgenomen van de verbindingszones. De ontwikkelingsdoelstelling is tweeledig: ontwikkeling van functies in combinatie met versterking van de kernkwaliteiten natuur en landschap. In de GO worden natuur- en landschapselementen aangelegd ter verbetering van de migratiemogelijkheden voor planten en dieren volgens de ontwikkelingsmodellen beschreven in de atlas Kernkwaliteiten GNN en GO, en in Bijlage 7 van de omgevingsverordening. Zowel door compensatie als verevening worden er nieuwe natuurelementen gerealiseerd. Na realisatie worden deze onderdelen toegevoegd aan het GNN.

Kleinschalige uitbreiding

Voor gronden die liggen in GO geldt dat kleinschalige uitbreiding mogelijk is wanneer er per saldo geen aantasting is. Dit houdt in dat een beperkte uitbreiding (tot 30 procent) van een bestaande functie in een bestemmingsplan kan worden toegestaan, indien is aangetoond en verzekerd dat de betreffende activiteit landschappelijk wordt ingepast en de kernkwaliteiten per saldo niet worden aangetast. In het algemeen zal een goede landschappelijke inpassing ter plaatse van de ingreep volstaan.

De realisatie van een enkele boomrecreatiewoning kan als een kleinschalige uitbreiding worden aangemerkt. Het terrein is reeds als verblijfsrecreatie bestemd, als zodanig in gebruik en de nieuwe recreatiewoning bevindt zich temidden van de andere voorzieningen. Tevens geeft het geldende bestemmingsplan al de mogelijkheid om binnen de planlocatie bouwwerken geen gebouw zijnde op te richten tot een hoogte van 10 meter. Desalnietemin wordt de nieuwe boomrecreatiewoning landschappelijk goed ingepast zoals onder meer blijkt uit paragraaf 1.4 Planbeschrijving.

2.4 Structuurvisie Apeldoorn biedt ruimte

In de structuurvisie beschrijft de gemeente de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Apeldoorn. Het maatschappelijke en economische belang van de toeristische sector voor de gemeente Apeldoorn wordt hierin benadrukt. De structuurvisie zet in op vernieuwing en verbreding van het aanbod, versterking van de samenhang tussen aangeboden voorzieningen en verruiming van de toegankelijkheid van De Veluwe voor toeristen en recreanten.

2.5 Notitie Speelruimte Verblijfsrecreatie

Algemeen uitgangspunt op dit moment in de Apeldoornse bestemmingsplannen is dat voor recreatiewoningen op recreatieparken het bestaande aantal wordt vastgelegd. Per recreatiewoning worden daarbij maximale maten wat betreft het oppervlak (75 m²), de inhoud (300 m³), de goothoogte (4 m) en de hoogte (5 m) opgenomen.

Deze maatvoering is niet toereikend om de beoogde boomrecreatiewoning te realiseren. Daarnaast is het bestaande aantal recreatiewoningen (270) in het geldende bestemmingsplan gelimiteerd vastgelegd op deze 270 recreatiewoningen.

In de gemeentelijke beleidsnotitie Speelruimte Verblijfsrecreatie uit 2014 wordt een andere invalshoek gekozen ten opzichte van voorgaande jaren over hoe in ruimtelijke zin om te gaan met de verblijfsrecreatie. Doel van de notitie is het bieden van speelruimte voor een duurzame ontwikkeling van verschillende kampeervormen en -terreinen binnen de gemeente Apeldoorn. Ruimte wordt geboden aan nieuwe initiatieven vanuit de ondernemers zelf. Flexibiliteit in ondermeer de maatvoering van de recreatiewoningen wordt hiermee mogelijk gemaakt, met een absoluut maximum van 150 m² en 600 m³. Dit uiteraard wel binnen de gemeentelijke verantwoordelijkheid van een goede ruimtelijke ordening. Indien wordt aangetoond dat vanuit de toeristische markt behoefte bestaat aan grotere maatvoering dan het algemene uitgangspunt van 75 m² en 300 m³ en indien voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening kan medewerking worden verleend.

Bij een grootschalig recreatiepark als Landal GreenParks is de kans op permanente bewoning niet groot en kan gesteld worden dat preventieve maatregelen in de vorm van bouwregels niet noodzakelijk zijn.

Het beleid staat het versterken van de bestaande structuur voor, bijvoorbeeld door ruimte te bieden aan nieuwe initiatieven op bestaande verblijfsrecreatieterreinen. De boomrecreatiewoning kan worden gezien als een vernieuwend concept op een bestaand verblijfsrecreatieterrein en betekent een versterking van de bestaande structuur.

3 UITVOERBAARHEID

3.1 Milieuaspecten

3.1.1 Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening.

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Ook is een paragraaf gewijd aan het al dan niet noodzakelijk zijn van een milieueffectrapportage of milieueffectbeoordeling.

3.1.2 Bodem

Onderzoeksresultaten bodem

Op basis van het historisch bodembestand, het bedrijven-/tankenbestand en het bodeminformatiesysteem is de locatie onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Er zijn daardoor geen bezwaren voor een bestemmingsplanwijziging.

3.1.3 Milieuzonering

Inwaartse zonering

Binnen 200 meter zijn geen andere bedrijven gelegen dan het recreatiepark van Landal zelf.

Uitwaartse zonering

De gewenste activiteit op de planlocatie is een recreatiewoning. De vigerende bestemming is 'recreatie – verblijfsrecreatie'. De gewenste recreatiewoning past qua activiteit op basis van milieuzonering dus binnen de vigerende bestemming. Het realiseren van een grotere recreatiewoning ten opzichte van wat is toegestaan binnen het bestemmingsplan wijzigt de uitwaartse zonering niet. Daarnaast is de afstand van de recreatiewoning ten opzichte van de omliggende woonbestemmingen dusdanig groot (> 100 meter) dat dit initiatief geen belemmering oplevert. Het toevoegen van een nieuwe recreatiewoning vormt dus geen (extra) belemmering voor de omliggende woningen buiten het recreatiepark.

3.1.4 Geluidhinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is voor plannen inzicht noodzakelijk in de geluidkwaliteit. Op een plan kan tevens de Wet geluidhinder van toepassing zijn. In de Wet geluidhinder zijn regels opgenomen ten aanzien van de geluidkwaliteit en ten aanzien van de onderzoeksplicht. Voor dit plan geldt dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is. De realisatie van de boomwoning heeft verder een dusdanig beperkte omvang dat geen significante toename van verkeer en dus geluid verwacht wordt. Daarnaast is de afstand tot de Miggelenbergweg zodanig groot dat deze weg geen relevante geluidbelasting veroorzaakt.

3.1.5 Luchtkwaliteit

Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn grenswaarden opgenomen in de Wet milieubeheer. In de Ministeriële Regeling “Niet in betekenende mate bijdragen” zijn situaties vastgelegd waarvoor geen luchtonderzoek nodig is. Verder is geen onderzoek nodig als het plan is opgenomen in het NSL en als uit de berekeningen volgens de NIBM-tool van Infomil blijkt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt. In casu geldt dat geen toename wordt verwacht in voertuigaantal. Er is dus geen sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit.

3.1.6 Externe veiligheid

In het plangebied en/of de directe omgeving van het perceel zijn geen risicobronnen aanwezig. Externe veiligheid is derhalve geen relevant milieuaspect.

3.1.7 Elektromagnetische velden

In en direct nabij het plangebied bevinden zich geen hoogspanningsleidingen en/of zendmasten. Dit betekent dat er geen belemmeringen zijn met betrekking tot dit aspect.

3.1.8 Milieueffectrapportage

Uit de adviesaanvraag is gebleken dat geen sprake is van een activiteit die genoemd is in de bijlage van het Besluit mer. Zodoende is geen aanleiding te veronderstellen dat een MER, vormvrije mer of (vormvrije) mer-beoordeling nodig is.

3.2 Waterhuishouding

Het betreft de realisatie van slechts een enkele recreatiewoning. Het verhard oppervlak wordt hiermee slechts in zeer beperkte mate uitgebreid. Het plangebied bevindt zich niet binnen enige Keurzone en niet binnen de zoekgebieden voor waterberging die de provincie Gelderland in het streekplan heeft aangegeven.


Grondwater

Grondwaterstanden binnen het plangebied zijn zeer laag. Er is in en om het plangebied geen grondwateroverlast bekend en de grondwaterstanden vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.


Oppervlaktewater en waterafhankelijke natuur

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater of waterafhankelijke natuur aanwezig. Binnen de nieuwe ontwikkelingen zal ook geen nieuw oppervlaktewater worden gecreëerd.


Afvoer van hemelwater

Binnen het gebied is enkel riolering voor afvalwater aanwezig. Hemelwater mag daarop niet worden aangesloten. Afvloeiend hemelwater dient binnen het perceel te worden geborgen en geïnfiltreerd.


De materialen die in aanraking komen met het hemelwater mogen niet uitlogen en dienen volgens Duurzaam Bouwen geselecteerd te zijn. Bij de infiltratie van hemelwater mag de bodem niet verontreinigd raken door met het hemelwater afgevoerde vervuilende stoffen.


Afvoer van afvalwater

De recreatiewoning dient te worden voorzien van gescheiden afvoeren voor vuil- en hemelwater, zoals op grond van het Bouwbesluit verplicht is. De vuilwaterafvoer van de bebouwing wordt aangesloten op het gemeentelijke vuilwaterriool. Het bestaande drukriool in de Miggelenbergweg heeft op dit moment voldoende capaciteit. Het gemiddelde aanbod van afval zal door genoemde ontwikkeling niet of verwaarloosbaar toenemen.


Watertoets

Het plan omvat slechts 1 recreatiewoning. Het plangebied ligt niet in een Keurzone of in een zoekgebied voor waterberging. Het plan betreft geen HEN-water (inclusief beschermingszone), landgoed, weg, spoorlijn, damwand, scherm, ontgronding et cetera. Bovendien zal er niet meer dan de landelijke afvoernorm geloosd gaan worden op het oppervlaktewater. Daarom is dit plan in het kader van de watertoets een postzegelplan als omschreven door Waterschap Veluwe. Voor het plan geldt dan ook het standaard wateradvies. Afwijkingen van dit standaard wateradvies zijn gemotiveerd aangegeven. Bij negatieve gevolgen voor het watersysteem is aangegeven hoe deze gemitigeerd dan wel gecompenseerd worden.


Om deze redenen is het plegen van overleg met het waterschap als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening achterwege gelaten, dit in overeenstemming met de richtlijn 'Watertoetsprocedureregels voor postzegelplannen' van het Waterschap Veluwe.

3.3 Natuurwaarden

3.3.1 Algemeen

Bescherming van natuurwaarden vindt plaats via de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet.

Soortbescherming

Op grond van de Flora- en faunawet (verder: Ffw) is iedere handeling verboden die schade kan toebrengen aan de op grond van de wet beschermde planten en dieren en/of hun leefgebied. De wet kent een algemene zorgplicht, omvat daarnaast een reeks van verbodsbepalingen en heeft een groot aantal soorten (verdeeld over verschillende categorieën) als beschermd aangewezen.

De zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Het gevolg is onder andere dat iedereen die redelijkerwijs weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor beschermde dier- of plantensoorten worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten, dan wel naar redelijkheid alle maatregelen te nemen om die gevolgen te voorkomen, zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

Om de instandhouding van de wettelijk beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op de instandhouding van soorten voorkomen worden. Een aantal voor planten en dieren schadelijke handelingen zijn op grond van de Flora- en faunawet verboden. Hiervoor zijn van belang de artikelen 8 t/m 12 Ffw waarin onder andere de vernieling en beschadiging van beschermde planten en het doden, verwonden, vangen, verontrusten en verstoren van diersoorten en hun verblijfplaatsen is verboden.

Op grond van artikel 75 Ffw kunnen ontheffingen van de verboden worden verleend en op grond van de ex artikel 75 vastgestelde AMvB (het Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet) gelden enkele vrijstellingen van het verbod. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing of vrijstelling hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen. Hierbij wordt volgens de wettelijke kaders onderscheid gemaakt in drie categorieën, waarin soorten zijn ingedeeld op basis van zeldzaamheid en kwetsbaarheid.

  • Algemene soorten
    Voor de algemene soorten die zijn genoemd in tabel 1 bij de AMvB geldt de lichtste vorm van bescherming. Voor deze soorten geldt voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de artikelen 8 t/m 12 Ffw. Aan deze vrijstelling zijn geen aanvullende eisen gesteld. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht.
  • Overige soorten
    De overige soorten, genoemd in tabel 2 bij de AMvB, genieten een zwaardere bescherming. Voor deze soorten geldt voor activiteiten die zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van het verbod, mits die activiteiten worden uitgevoerd op basis van een door de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde gedragscode. Wanneer er geen (goedgekeurde) gedragscode is, is voor die soorten een ontheffing nodig; de ontheffingsaanvraag wordt voor deze soorten getoetst aan het criterium 'doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort'.
  • Soorten genoemd in bijlage IV Habitatrichtlijn en bijlage 1 AMvB ex artikel 75
    Voor de soorten die zijn genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en bijlage 1 van de AMvB ex artikel 75 Ffw geldt de zwaarste bescherming. Het hangt van de precieze aard van de werkzaamheden en van de betrokken soort(en) af of een vrijstelling met gedragscode geldt, of dat een ontheffing noodzakelijk is. Voor de soorten die zijn genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn wordt geen ontheffing verleend bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de soorten van bijlage 1 geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen verstorende werkzaamheden alleen mogen worden uitgevoerd nadat daarvoor een ontheffing is verkregen. De ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria:
    • 1. er is sprake van een in of bij de wet genoemd belang; en
    • 2. er is geen alternatief; en
    • 3. doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort.

Vogelsoorten zijn niet opgenomen in de hierboven genoemde categorieën. Voor verstoring van vogels en vogelnesten door ruimtelijke ontwikkelingen kan geen ontheffing worden verleend. Voor vogels kan alleen een ontheffing worden verleend op grond van een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn. Dat zijn: bescherming van flora en fauna, veiligheid van het luchtverkeer, volksgezondheid en openbare veiligheid. Van een (beperkt) aantal vogels is de nestplaats jaarrond beschermd. Voor de overige vogelsoorten geldt dat verstoring van broedende exemplaren is verboden. Buiten het broedseizoen mogen de nestplaatsen, zonder ontheffing, worden verstoord. Daarbij geldt geen standaardperiode voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. De meeste vogels broeden tussen medio maart en medio juli.

Gebiedsbescherming

Naast de soortbescherming wordt de gebiedsbescherming geregeld binnen de Natuurbeschermingswet (in de Natura 2000-gebieden) en binnen het Gelders Natuur Netwerk. Bescherming van bos is aan de orde als bestemmingen van bestaand bos worden gewijzigd. Dit is niet het geval. Het plangebied ligt buiten Natura-2000 gebied en buiten het Gelders Natuur Netwerk. Wel licht de locatie in de Groene Ontwikkelingszone, zie hiervoor paragraaf 2.3.

Bos- en natuurcompensatie

Bos en natuur worden ook beschermd door de Boswet. Met het plan wordt er geen bestemming 'Bos' of 'Natuur' aangetast en dus gelden er geen compensatieregels.

3.3.2 Onderzoeksresultaten

Het terrein is reeds als verblijfsrecreatie bestemd en de enkele boomrecreatiewoning bevindt zich temidden van de andere voorzieningen. Mocht er kap nodig zijn van omringende bomen dan is het eventueel noodzakelijk om dit buiten het broedseizoen te doen en indien nodig een ontheffingsaanvraag Flora- en Faunawet te doen als er beschermde verblijfplaatsen in de bomen blijken te zitten.

Econsultancy heeft een notitie opgesteld waarin de gevolgen van de bouw van de boomrecreatiewoning staan beschreven, in relatie tot de in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 reeds vergunde uitbreiding binnen hetzelfde bestemmingsvlak d.d. 21 mei 2014. In deze notitie is onderbouwd dat bij het plaatsen van de boomrecreatiewoning negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura-2000 gebied de Veluwe op voorhand kunnen worden uitgesloten. Een aanvullende toetsing of vergunningaanvraag in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 is niet nodig. Zie Bijlage 4 voor de notitie van Econsultancy d.d. 8 juli 2014.

3.4 Cultuurhistorie en Archeologie

3.4.1 Cultuurhistorie

Het plangebied heeft volgens de cultuurhistorische beleidskaart een lage attentiewaarde.

Nader onderzoek is niet nodig.

3.4.2 Archeologie

Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart 2014 ligt het plangebied binnen een zone met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Op basis van dit beleid geldt dat indien de bodemingrepen dieper dan 35 cm meer dan 500 m2 zullen bedragen, dit vooraf dient te worden gegaan door een archeologisch onderzoek. Er is geen onderzoek nodig aangezien dit niet het geval is.

3.5 Financieel-economische uitvoerbaarheid

Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst over grondexploitatie als bedoeld in artikel 6.24 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening gesloten. Hierin is geregeld dat de initiatiefnemer de kosten die de gemeente maakt er uitvoering van zijn initiatief voor zijn rekening komen. Alle met deze planwijziging samenhangende kosten komen dus ten laste van de initiatiefnemer waarmee het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Deze wijziging heeft voor de gemeente geen financiële gevolgen en er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld.

De locatie is reeds in eigendom van de initiatiefnemer en heeft al een verblijfsrecreatieve bestemming. Met de bouw of anderszins zijn geen dermate hoge kosten gemoeid op basis waarvan verondersteld zou moeten worden dat het plan financieel niet uitvoerbaar is.

4 JURIDISCHE PLANOPZET

4.1 Inleiding

Bestemmingsplan Boomrecreatiewoning Miggelenbergweg 65 Hoenderloo is een ontwikkelingsplan. De toekomstige situatie is uitgangspunt voor de wijze van bestemmen. Door het vaststellen van het bestemmingsplan wordt de realisatie van boomrecreatiewoning mogelijk.

4.2 Regels

Hoofdstuk 1 van de regels geeft de definities van de in het plan voorkomende begrippen en legt de wijze van meten en berekenen vast. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin worden de regels gegeven voor gebruik en bebouwing van de grond. Net zoals in de oude situatie wordt in de nieuwe situatie aan het perceel de bestemming Recreatie-Verblijfsrecreatie toegekend in overeenstemming met de benaming in het SVBP 2012.

Voor de maatvoering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is een bebouwingsschema opgenomen. In het bebouwingsschema staan de maatvoeringsaspecten die voor de bestemming Recreatie-Verblijfsrecreatie gelden.

Het aantal recreatiewoningen is in dit plan vastgelegd op 1. Dit maakt dat samen met het bestemmingsplan Miggelenbergweg 65 Hoenderloo het aantal recreatiewoningen voor het totale verblijfsrecreatiepark gemaximeerd is op 271. Er is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de recreatiewoning moet worden gerealiseerd. Dit om voldoende afstand te waarborgen uit privacy-overwegingen tussen de boomrecreatiewoning en de naastgelegen natuurbestemming waarbinnen een tennisbaan aanwezig is.

De maximale inhoud van de boomrecreatiewoning is vastgelegd op 250 m3 waarbij tevens aan de oppervlakte eis van maximaal 70 m2 moet worden voldaan. Voor de boomrecreatiewoning is geen goothoogte opgenomen, maar wel een maximale bouwhoogte van 9 meter. Dit geeft een grote mate van ontwerpvrijheid van de boomrecreatiewoning. Met het oog op de toekomst biedt de bebouwingsregeling de mogelijkheid om de boomrecreatiewoning te vervangen voor een reguliere recreatiewoning mocht daar aanleiding voor zijn. De toegang van de boomrecreatiewoning vindt plaats via een trap naar het buitenterras cq de veranda die op ongeveer 3 meter boven maaiveld aan de recreatiewoning is vastgebouwd. De bouwregels geven voor deze verhoogde veranda een maximale oppervlakte van 30 m2 en deze vierkante meters maken geen onderdeel uit van de maximaal 70 m2 van de boomrecreatiewoning zelf. In de bijzondere bouwregels is bepaald dat een toegangstrap, lantaarnpaal en glijbaan op en/of aan de veranda gebouwd mag worden.

Binnen de bestemming is een buitenberging van 6 m2 toegestaan voor bijvoorbeeld het stallen van fietsen. In de bijzondere bouwregels is bepaald dat deze berging binnen het gehele bestemmingsvlak is toegestaan, maar niet binnen het bouwvlak. Dit om de beoogde openheid onder de boomrecreatiewoning te waarborgen.

In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen. Artikel 5 bevat algemene bouwregels. In dit artikel is onder andere de bepaling over ondergronds bouwen opgenomen. Hierin is bepaald dat ondergronds bouwen niet is toegestaan. In artikel 6 staan de algemene gebruiksregels. Hierin is beschreven welke vormen van gebruik in ieder geval gelden als gebruik in strijd met de bestemming. Artikel 10 geeft aan welke regeling geldt wanneer wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen en plannen. De overige artikelen bevatten bekende regels die geen nadere bespreking behoeven.

Hoofdstuk 4 bevat het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik en de titel van het bestemmingsplan.

5 INSPRAAK EN OVERLEG

5.1 Inspraak

Overeenkomstig het in de gemeentelijke inspraakverordening bepaalde heeft geen voorontwerp van dit plan ter inzage gelegen met de mogelijkheid een reactie te geven. Wel is door de initiatiefnemer een informatiebijeenkomst georganiseerd voor direct omwonenden. Hieruit zijn enkele opmerkingen naar voren gekomen ten aanzien van de privacy op het naastgelegen perceel. Naar aanleiding hiervan is de locatie van de boomrecreatiewoning iets verder van de perceelsgrens afgeschoven, heeft Landal Greenparks de toezegging gedaan extra privacy-beplanting aan te brengen en de uitkijkpost aan de zijde van het naastgelegen perceel te blinderen.

5.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening

Het overleg met het Waterschap als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is achterwege gelaten in overeenstemming met de richtlijn "Watertoetsprocedureregels voor postzegelplannen" van het Waterschap Veluwe. Dit zoals nader gemotiveerd in paragraaf 3.2 Waterhuishouding.

Gelet op de aard en omvang van het plan en aangezien het plan in overeenstemming is met het provinciale beleid, is geen formele overlegreactie ex artikel 3.1.1. Bro gevraagd aan de provincie Gelderland. Wel is een melding ex artikel 3.8 lid 1 onder b Wro gedaan van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Het plan is eveneens niet toegezonden aan de Rijksdiensten aangezien met dit plan geen nationale belangen in het geding zijn.