direct naar inhoud van 5.4 Archeologie
Plan: Engelenweg 20 en Leeuwenbergweg 23 Loenen
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1176-ont1

5.4 Archeologie

Voor het gehele grondgebied van de gemeente Apeldoorn is een archeologische beleidskaart opgesteld. Deze kaart vormt een onderdeel van de nota I-cultuur en is daarmee door de gemeenteraad vastgesteld. Op deze archeologische beleidskaart staan bekende archeologische vindplaatsen en terreinen waarbij reeds is vastgesteld dat er archeologische waarden aanwezig zijn, daarnaast is het gehele grondgebied van de gemeente Apeldoorn verdeeld in zones met een hoge, middelhoge en een lage archeologische verwachtingswaarde. Deze verdeling is gebaseerd op onder andere bodemkundige, geo(morfo)logische, archeologische en historische kaarten en kennis Deze verwachtingswaarden geven geen feitelijke vindplaatsen weer, maar de kàns op het aantreffen van een archeologische vindplaats bij het uitvoeren van bodemingrepen. Concreet betekent dit dat de kans op het aantreffen van archeologische sporen en/of vondsten binnen een zone met een lage archeologische verwachtingswaarde wel aanwezig is, maar dat deze kans veel kleiner is dan binnen een zone met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Het verschil in de zogenaamde trefkans heeft ertoe geleid dat er verschillende grenzen van bodemingrepen zijn opgesteld waarbij het doen van archeologisch onderzoek nodig is. Deze grenswaarden zien er als volgt uit:

  • Hoge archeologische verwachting, bebouwde kom: bij bodemingrepen groter dan 50 m2en dieper dan 50 cm is een archeologisch onderzoek nodig.
  • Hoge archeologische verwachting, buitengebied: bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 35 cm is een archeologisch onderzoek nodig.
  • Middelhoge archeologische verwachting, bebouwde kom: bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm is een archeologisch onderzoek nodig.
  • Middelhoge archeologische verwachting, buitengebied: bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 35 cm is een archeologisch onderzoek nodig.
  • Lage archeologische verwachting, bebouwde kom: bij bodemingrepen groter dan 1000 m2 en dieper dan 50 cm is een archeologisch onderzoek nodig.
  • Lage archeologische verwachting, buitengebied: bij bodemingrepen groter dan 1000 m2en dieper dan 35 cm is een archeologisch onderzoek nodig.

Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart 2006 ligt het plangebied binnen een zone met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Dit betekent dat bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm, zoals in het plangebied, een archeologisch onderzoek verplicht is (bebouwde kom).

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1176-ont1_0015.jpg"

Figuur 5.1 Archeologische verwachtingswaarde Engelenweg 20 en Leeuwenbergweg 23 te Loenen

Archeologisch onderzoek

Econsultancy heeft in opdracht van Saltos een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Engelenweg 20 te Loenen in de gemeente Apeldoorn. De rapportage d.d. 15 augustus 2011, opgesteld oor Econsultancy, is opgenomen in bijlage 4 van de Bijlagen bij de toelichting. In het plangebied zal het huidige pand worden gesloopt, waarna nieuwbouwwoningen zullen worden gerealiseerd. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er een gerede kans is dat archeologische waarden wel of niet aanwezig (kunnen) zijn in de ondergrond, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan. Daarom is het binnen het kader van de Wet op de Archeologische MonumentenZorg uit 2007 (WAMZ), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.

Doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden, om daarmee een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied op te stellen. Het inventariserend veldonderzoek, (IVO-overig, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen. Het IVO dient inzicht te verschaffen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied. Daarnaast is het gericht op het opsporen van eventueel aanwezige archeologische vondsten en/of sporen en het verkrijgen van een eerste indruk van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging hiervan. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek en/of planaanpassing noodzakelijk is.

Gespecificeerde archeologische verwachting

In het plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten wordt hoog geacht.

Resultaten inventariserend veldonderzoek

Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) blijkt dat de aangetroffen bodemopbouw bestaat voor het onbebouwde deel van het plangebied uit een esdek met daaronder een grotendeels intact, begraven holtpodzolprofiel. Ter plaatse van de siertuin rondom het pand komt hierboven een geroerde laag voor, ter plaatse van de parkeerplaats (noordoostelijke deel) een dunne laag cunet-/stabilisatiezand, ten behoeve van de klinkerverharding.

Zowel in het esdek als in de onderliggende, begraven holtpodzolgrond zijn ijzerslakken aangetroffen. In het esdek zijn tevens twee roodbakkend aardewerkfragmenten aangetroffen, daterend uit de Nieuwe tijd.

Conclusie

De intactheid van het bodemprofiel en de aangetroffen archeologische indicatoren, vooral de ijzerslakken, geven aan dat een archeologische vindplaats in situ, in een onverstoorde context, nog aanwezig is. Mogelijk betreft het een oostelijke uitbreidingen van het direct ten westen gelegen AMKterrein, waar een vindplaats van Vroeg-Middeleeuws aardewerk en een ijzerslakkenhoop is aangetroffen. Wel ligt de archeologische laag op een diepte (voornamelijk op de overgang van esdek naar holtpodzolgrond), welke door de geplande bodemingrepen niet zullen worden aangetast. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek,wordt door het booronderzoek bevestigd.

Selectieadvies

Indien de geplande bodemingrepen zich daadwerkelijk zullen beperken tot de aanleg van standaard strook/sleuffundering ten behoeve van de nieuwbouwwoningen, waarbij de archeologische vindplaats niet zal worden aangetast, dan acht Econsultancy vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Wel wordt geadviseerd de aanleg van het horizontale bouwvlak (bouwrijp maken van de grond) te realiseren doormiddel van ophoging van de lager gelegen terreindelen (aflopend naar de openbare ruimte). Ook bij de sloop van de ondergrondse delen van het huidige pand dient verstoring van de onbebouwde, omliggende terreindelen zo veel mogelijk vermeden te worden.

Wanneer er ten behoeve van de nieuwbouw toch diepere graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan adviseert Econsultancy om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een IVO karterende en waarderende fase, proefsleuven (IVO-P). Voor het proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat voor aanvang van de werkzaamheden moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag, de gemeente Apeldoorn.

Wanneer de locatie van de toekomstige bebouwing niet wijzigt en de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 1 m beneden maaiveld, kan de gemeente Apeldoorn instemmen met het selectieadvies dat verder archeologisch onderzoek niet nodig is voor het plangebied.

Aangezien de huidige bouwplannen in principe de archeologische vindplaats niet verstoren (en deze dus in situ bewaard blijft), blijft de dubbelbestemming Waarde - Archeologie Hoog gehandhaafd. Daarnaast worden voorwaarden aan de vrijgave van het plangebied gesteld:

  • Verder archeologisch onderzoek is wel noodzakelijk wanneer de bouwplannen wijzigen en de graafwerkzaamheden dieper gaan dan 1 m onder maaiveld.
  • Bij de sloop van het huidige pand dient verstoring van het omliggende, onbebouwde terrein zoveel mogelijk vermeden te worden.
  • Bouwrijp maken van de grond dient, indien mogelijk, te worden gerealiseerd door ophoging van de lager gelegen terreindelen.
  • De gemeente Apeldoorn dient twee weken voor aanvang van de sloopwerkzaamheden en bouwactiviteiten op de hoogte te worden gesteld. De gemeente Apeldoorn zal tijdens de werkzaamheden meekijken.
  • Indien bij sloop- en/of grondwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische waarden (vondsten en/of sporen) dient hiervan, conform de monumentenwet 1988, een melding gemaakt te worden bij het Rijk. In het geval van de gemeente Apeldoorn dient deze melding bij de Sectie Archeologie van de Gemeente Apeldoorn plaats te vinden, waarna deze een waarneming kan doen. Deze waarneming zal in de regel geen vertraging voor de grondwerkzaamheden opleveren.