direct naar inhoud van 6.3 Bestemmingen
Plan: Bestemmingsplan Buurtweg 8 Uddel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1166-ont1

6.3 Bestemmingen

De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de plankaart. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen worden hierna besproken.

Agrarisch

Met de bestemming Agrarisch krijgt het agrarische bedrijf aan de Buurtweg 12 in het plangebied van een nieuwe planologische regeling.

Een gedeelte van het agrarische bouwvlak ligt binnen 50 meter tot het bouwvlak binnen de bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie. Binnen dat gedeelte is de bedrijfswoning gelegen en enkele andere gebouwen waar geen vee wordt gehouden. Dat gedeelte heeft de aanduiding 'bedrijfswoning' gekregen. Met die aanduiding wordt geregeld dat daar geen vee mag worden gehouden. krijgt dat ook in het bestemmingsplan een doorvertaling. Zo wordt bewerkstelligd dat binnen 50 meter van de recreatiegebouwen geen vee gehouden kan worden in gebouwen en wordt een goed verblijfsklimaat in die gebouwen gegarandeerd.

Het agrarische bedrijf in het plangebied is geen intensieve veehouderij, maar een melkveehouderij. De omschakeling van dit bedrijf naar intensieve veehouderij met dit plan zondermeer faciliteren, zou betekenen dat dit aan diverse factoren, qua milieu, moet worden getoetst. Dat zou dan moeten gebeuren aan de hand van het slechtst mogelijke scenario. In dat geval zou de uitvoerbaarheid van dit plan op zijn minst twijfelachtig worden. Dat terwijl er geen concrete aanleiding is om ter plaatste nog intensieve veehouderij mogelijk te maken. Daarom wordt in de regels geregeld dat intensieve veehouderij in principe niet is toegestaan. Wanneer een omschakeling in de toekomst alsnog als mogelijk, nodig en wenselijk wordt beschouwd, dan is een nieuwe herziening van het bestemmingsplan nodig.

De mogelijkheden voor het oprichten van gebouwen en andere bouwwerken zijn verwerkt in een bebouwingsschema.

Recreatie - Verblijfsrecreatie

Met de bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie wordt voorzien in de kampeerboerderij en de horeca. Het hele perceel Buurtweg 8 heeft die bestemming gekregen. Zo wordt het geldende, agrarische bouwvlak opgeheven.

Binnen de bestemming is een bouwvlak aangegeven voor de te handhaven bebouwing en de nieuwe bebouwing. In de regels is het maximumoppervlakte voor de bedrijfsgebouwen vastgelegd: 750 m². Verder is de aanduiding 'kampeerboerderij' aangegeven. Binnen die aanduiding zijn de groepsaccommodaties, recreatiewoningen en horecafuncties toegestaan. Zo wordt in het geplande hergebruik van een deel de aanwezige gebouwen voorzien, evenals de realisatie van de groepsaccommodatie.

Die aanduiding zorgt ervoor dat de genoemde functies en de bijbehorende activiteiten op meer dan 30 meter plaatsvinden van de omliggende woningen, zodat vanuit milieuhygiënisch oogpunt een verantwoorde situatie kan ontstaan. Buiten de aanduiding mogen de gronden voor parkeren en als tuin/erf bij de bedrijfswoning worden gebruikt.

De geplande bed&breakfest-eenheden moeten voor het bestemmingsplan worden aangemerkt als recreatiewoningen. Als zodanig zijn die dan ook verwerkt in de regels. Wel zijn daar specifieke voorschriften aan verbonden, zodat geen separate, reguliere recreatiewoningen opgericht kunnen worden. Recreatiewoningen tellen mee voor de genoemde maat van 750 m² en mogen afzonderlijk niet groter zijn dan 40 m². Verder zijn niet meer dan 6 recreatiewoningen toegestaan. Ook zijn solitaire recreatiewoningen niet toegestaan.

In de specifieke gebruiksregels wordt expliciet duidelijk gemaakt dat de recreatieve bestemming alleen bedoeld is voor groepsaccommodaties en recreatiewoningen. Daar wordt het maximum aantal standplaatsen voor kampeermiddelen en stacaravans namelijk op 0 gezet. Daarnaast wordt in de specifieke gebruiksregels bepaald dat de oppervlakte bebouwing dat voor horeca wordt gebruikt, niet meer dan 250 m² mag bedragen. Deze limiet is aangebracht om de omvang van de horeca te beperken tot een omvang die past in de omgeving. Daarnaast is er op het perceel te weinig ruimte om voldoende parkeerplaatsen aan te kunnen leggen op een ruimtelijk verantwoorde manier, op het moment dat er meer horeca bij komt.

Verder is voorzien in regels die voorwaarden stellen aan het medegebruik van de verblijfsrecreatieve voorzieningen voor dagrecreatie. Die voorwaarden regelen dat het alleen om medegebruik kan gaan en geen horeca. Ook is een oppervlaktebeperking aangebracht: 250 m² van de bebouwde en onbebouwde grond. Aangezien het om medegebruik gaat, volgt daaruit ook dat dit alleen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kampeerboerderij'.


Waarde - Archeologie hoog en Waarde - Archeologie middelhoog

Gebieden die op de archeologische beleidskaart zijn aangemerkt als gebied met hoge trefkans op archeologische resten hebben de dubbelbestemming Waarde - Archeologie hoog gekregen, gebieden die zijn aangemerkt als gebied met middelhoge trefkans op archeologische resten hebben de dubbelbestemming Waarde - Archeologie middelhoog gekregen. Voor beide bestemmingen geldt dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 50 m2 (hoog) respectievelijk 100 m2(middelhoog) tevens een archeologisch onderzoeksrapport moet worden ingediend. Als uit dit rapport blijkt dat de archeologische waarden door het oprichten van het bouwwerk zullen worden verstoord kan het bevoegd gezag bepaalde voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden. Wanneer de archeologische waarde van het terrein al uit andere informatie (bijvoorbeeld uit eerder uitgevoerd onderzoek) bij de gemeente bekend is, is het niet nodig nieuw onderzoek uit te voeren. Voor een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die mogelijke archeologische waarden in de bodem kunnen verstoren geldt in beide bestemmingen dat ze niet mogen worden uitgevoerd tenzij daarvoor een omgevingsvergunning is verleend.

Bevoegd gezag

Waar dit bestemmingsplan de bevoegdheid in het leven roept om af te wijken van de regels, is die bevoegdheid toebedeeld aan het bevoegd gezag. Over het algemeen zal dat bevoegd gezag het college van burgemeester en wethouders zijn. In een enkel geval zijn op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gedeputeerde staten dan wel de minister bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning en daarmee ook voor het bij die omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan.