direct naar inhoud van 5.3 Natuurwaarden
Plan: Bestemmingsplan Miggelenbergweg 20 Hoenderloo
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1136-ont1

5.3 Natuurwaarden

5.3.1 Algemeen

Bescherming van natuurwaarden vindt plaats via de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de provinciale richtlijn voor Bos- en natuurcompensatie.

Soortbescherming

Op grond van de Flora- en faunawet (verder: Ffw) is iedere handeling verboden die schade kan toebrengen aan de op grond van de wet beschermde planten en dieren en/of hun leefgebied. De wet kent een algemene zorgplicht, omvat daarnaast een reeks van verbodsbepalingen en heeft een groot aantal soorten (verdeeld over verschillende categorieën) als beschermd aangewezen.

Gebiedsbescherming

Naast de soortbescherming wordt de gebiedsbescherming geregeld binnen de Natuurbeschermingswet (in de Natura 2000-gebieden) en binnen de Ecologische Hoofdstructuur. Bescherming van bos is aan de orde als bestemmingen van bestaand bos worden gewijzigd.

Bos- en natuurcompensatie

Bos en natuur worden ook beschermd door de Boswet en de provinciale richtlijn Bos- en natuurcompensatie uit 1998, die is gericht op de instandhouding van het bos- en natuurareaal in de provincie Gelderland. Voor gronden met de hoofd- of medebestemming 'Bos' en 'Natuur' die in het kader van ruimtelijke planvorming wordt aangetast, gelden bepaalde compensatieregels. Deze compensatie is afhankelijk van de vervangbaarheid van de aan te tasten natuur of de leeftijd van het te kappen bos. Bij bos jonger dan 25 jaar geldt een compensatie van 120%; voor bos van 25 tot 100 jaar 130% en voor bos ouder dan 100 jaar, 140%. Voor gronden binnen de bebouwde kom die volgens de criteria van de Boswet herplantplichtig zijn (bosjes van minimaal 10 are of 20 bomen in rijbeplanting) geldt eveneens de compensatieverplichting vanuit de richtlijn.

In de richtlijn is bepaald dat er in principe fysieke compensatie plaatsvindt: als natuur of bos moet plaatsmaken voor andere vormen van ruimtegebruik moet er op een andere plek natuur of bos voor terugkomen. Er moet dan gelijktijdig met het bestemmingsplan ten gevolge waarvan bos of natuur verdwijnt, een nieuw aan te leggen natuur- of bosgebied worden bestemd, hetzij in het eigen plangebied, hetzij in een ander plangebied. Slechts wanneer fysieke compensatie niet of maar gedeeltelijk mogelijk is dan wel onaanvaardbare vertraging voor het project oplevert, mag financieel gecompenseerd worden. In het geval van financiële compensatie dient die compensatie gelijktijdig met het vaststellen van het bestemmingsplan geregeld te zijn. Dat kan door het vastleggen van een privaatrechtelijke overeenkomst met een initiatiefnemer maar ook door het instellen van een gemeentelijk groenfonds dat is gericht op natuur- en boscompensatie.

De gemeente hanteert daarbij de Groene Kluis, waarin de financiële vergoeding van compensatieverplichtingen gericht worden ingezet op compensatie van de arealen bos of natuur en daarmee op versterking van de Groene Mal.

5.3.2 Onderzoeksresultaten

EcoGroen Advies B.V. (D.J. Sietses) heeft een quickscan uitgevoerd naar de gevolgen voor beschermde natuur als gevolg van de geplande ontwikkeling. Dit onderzoek is bijlage 4 van de Bijlagen bij de toelichting.

Ten aanzien van soortenbescherming blijkt uit het onderzoek dat in het plangebied mogelijk gierzwaluwen en vleermuizen voorkomen. Voor de vaststelling van dit bestemmingsplan zal daarnaar nader onderzoek worden uitgevoerd. Bij de realisatie van het plan moeten daarvoor hoe dan ook in voldoende mate mitigrerende maatregelen worden genomen. Daarnaast moet bij de sloopwerkzaamheden rekening worden gehouden met de aanwezige broedvogels.

Het plangebied ligt deels binnen de grens van het Natura2000-gebied de Veluwe. Het gaat dan om de weidegrond. Dergelijk gebruik is echter tekstueel geexclaveerd. Dat houdt in dat het plangebied geen onderdeel uit maakt van het Natura2000-gebied. Significante, negatieve effecten door externe werking als gevolg van de geplande woningbouw zijn niet te verwachten.

Het plangebied is geheel gelegen binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), onderdeel Verweving. Volgens het uitgevoerde onderzoek tast de geplande woningbouw een van de kernkwaliteiten aan. Het plan leidt tot areaalverlies van de EHS, doordat weidegrond plaats maakt voor woningen.

In aanvulling op het rapport geldt dat de uitvoering van het plan er toe leidt dat de aangrenzende houtsingel ten zuidoosten van het plangebied minder geschikt wordt voor fauna door een vergroting van de menselijke aanwezigheid/activiteit nabij die singel.

Ondanks dat de effecten in verhouding beperkt zijn, mede omdat ook de aanwezige natuurwaarden beperkt zijn, moeten daarvoor compenserende maatregelen worden genomen. Alleen dan leidt het plan niet tot een aantasting van de EHS.

In het plangebied is echter niet voldoende ruimte aanwezig om compensatiemaatregelen te treffen. Daarom is met de ontwikkelaar afgesproken dat dit financieel gecompenseerd gaat worden. Die compensatie zal de gemeente vervolgens inzetten voor landschapsversterking in De Krim en als uitvloeisel van de structuurvisie voor Hoenderloo die momenteel in voorbereiding is.