direct naar inhoud van Artikel 18 Verkeer - Verblijfsgebied
Plan: De Parken, Indische Buurt en Beekpark
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1131-ont1

Artikel 18 Verkeer - Verblijfsgebied

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verblijfsgebied;
  • b. een parkeergarage, ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage';
  • c. evenementen;
  • d. markten en standplaatsen voor ambulante handel;
  • e. watergangen en overige voorzieningen voor de waterhuishouding;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. tuin;

met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

18.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 29 en de regels voor gebiedsaanduidingen van hoofdstuk 3 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 18.3 genoemde afwijkingen.

Bebouwing
 
Maximale oppervlakte   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
een parkeergarage ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'   bouwvlak   de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven waarde   de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven waarde    
een lichtzuil ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument'       6 m    
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
 
    antenne-installaties: 15 m
speel- en klimtoestellen: 4 m (18.3)
overig: 2,50 m  
 

18.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in lid 18.2 bepaalde ten behoeve van het bouwen van speel- en klimtoestellen tot een bouwhoogte van 6 meter, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het in het plan beoogde stedenbouwkundig beeld en dit voor de omringende woningen geen onevenredige hinder oplevert.

18.4 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, met het oog op de verkeersveiligheid, het in het planbeoogde straatbeeld en de bescherming van het openbaar groen, nadere eisen stellen aan de omvang en situering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 34 opgenomen procedureregels van toepassing.