direct naar inhoud van 5.4 Cultuurhistorie
Plan: Bestemmingsplan Barnewinkel naast 13
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1129-ont1

5.4 Cultuurhistorie

5.4.1 Cultuurhistorische waarden

Het plangebied ligt in een gebied dat op de Cultuurhistorische beleidskaart, vastgesteld d.d. 26 februari 2006, is aangemerkt als een gebied met een lage attentiewaarde. Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen een cultuurhistorische quickscan naar objecten verplicht is. Aanbevolen wordt om de cultuurhistorische waarden te behouden, herstellen en te versterken.

Uit de quickscan blijkt dat in de omgeving van het plangebied zich één waardevol object bevindt. Dit object ligt aan De Voorwaarts 61. De ligging van dit object is op een dermate grote afstand dat onderhavig plan de cultuurhistorische waarde van dit object niet beïnvloed.

5.4.2 Archeologische waarden

De gemeente Apeldoorn beschikt over een gemeentelijke archeologische beleidskaart. Deze archeologische beleidskaart, zoals hierna weergegeven, geeft inzicht in welke mate de kans bestaat om archeologische resten in de bodem aan te treffen. Het plangebied bestaat uit gebieden met een lage, middelhoge en hoge trefkans. Aan deze trefkans is een vorm van vervolgonderzoek gekoppeld, die bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen worden vereist. Bij een lage trefkans kan worden volstaan met een archeologische quickscan. Afhankelijk van de resultaten kan een vervolgonderzoek worden aanbevolen. Bij een middelhoge trefkans is een bureauonderzoek verplicht dat kan worden gevolgd door een verplicht veldonderzoek. Bij een hoge trefkans is een archeologisch onderzoek verplicht, waarbij wordt gestreefd naar het behoud van archeologische waarden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1129-ont1_0009.jpg"

Figuur 9: uitsnede archeologische beleidskaart

Op grond van de kaart blijkt dat het plangebied zich bevindt in een gebied met een middelhoge trefkans en voor een klein gedeelte in het gebied met een hoge trefkans. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk voor de planlocatie. Dit onderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden. De onderzoeksresultaten worden in deze paragraaf besproken.

Onderzoeksresultaten Archeologie

In de rapportage d.d. 7 april 2006, opgesteld door Arcadis en opgenomen in bijlage 10 van de Bijlagen bij de toelichting, zijn de resultaten van het archeologisch onderzoek weergegeven. Voor dit onderzoek zijn op een oppervlakte van 16 hectare 76 karterende boringen en, omdat het grotendeels bouwland betreft, aanvullend is het gebied door middel van een veldkartering afgelopen.

Hieruit blijkt dat het oorspronkelijke bodemprofiel, globaal genomen, in het gehele plangebied ernstig verstoord is. De verstoring is veroorzaakt door landbouwactiviteiten. Wanneer zich in het plangebied archeologische indicatoren als aardewerk of vuursteen materiaal bevinden, zou dit materiaal zich door deze activiteiten ook aan het oppervlak manifesteren. Het feit dat er geen archeologische indicatoren van deze typen zijn aangetroffen betekent daarom waarschijnlijk dat er zich nooit archeologische waarden van deze aard in het plangebied hebben bevonden.

Omdat bij dit onderzoek geen enkele archeologische indicatoren zijn aangetroffen kan de archeologische verwachting van het plangebied naar laag worden bijgesteld.

In januari 2011 is het onderzoek door de gemeente archeoloog opnieuw getoetst. Hierbij is geconcludeerd dat, alhoewel tegenwoordig een dichtheid van slechts 5 boringen per hectare niet afdoende is voor een karterend booronderzoek, de conclusie dat de archeologische verwachtingswaarde naar laag kan worden bijgesteld toch gehandhaafd kan worden. Dit heeft vooral te maken met het feit dat het bouwland indertijd ook systematisch is afgelopen en ook hierbij geen enkele archeologische indicator is aangetroffen.

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.