direct naar inhoud van 6.3 Bestemmingen
Plan: Bestemmingsplan Dorp Hoenderloo
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1128-von1

6.3 Bestemmingen

De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de plankaart. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen worden hierna besproken.

Agrarisch

De agrarische gronden, van de buiten het plangebied gelegen agrarische bedrijven, hebben de bestemming Agrarisch. Op deze gronden zijn agrarische bedrijven toegestaan, met uitzondering van intensieve veehouderij. De landschappelijke waarden zijn op de plankaart aangeduid. Ter bescherming van de landschappelijke waarden is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. In de bestemmingsomschrijving zijn de vormen van recreatief gebruik genoemd, die tevens zijn toegestaan. Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden voor andere vormen van recreatief gebruik dan die genoemd in de bestemmingsomschrijving. Criterium voor het verlenen van beide omgevingsvergunningen is dat het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig worden aangetast.

Bedrijf

De bedrijven die in het plangebied voorkomen, hebben de bestemming Bedrijf. Op gronden met deze bestemming zijn altijd bedrijven van milieucategorie 1 toegestaan. De reeds aanwezige bedrijven zijn in de bestemmingsomschrijving benoemd.

Via een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag van het bestemmingsplan afwijken voor de vestiging van bedrijven die in een hogere milieucategorie vallen, mits die bedrijven naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijfstypen die ter plaatse bij recht zijn toegestaan.

Daar waar een bedrijf in een hogere milieucategorie aanwezig is dat niet naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met bedrijven in de milieucategorie die op grond van de richtafstand toegelaten kan worden, is aangegeven dat naast die op grond van de richtafstanden toelaatbare categorie bedrijven ook het feitelijk aanwezige bedrijfstype is toegelaten. Dit heeft tot gevolg dat het bestaande legaal aanwezige bedrijfstype kan worden voortgezet, maar niet kan worden omgezet in een ander bedrijfstype met een hogere milieucategorie dan ter plaatse aanvaardbaar is. In de regels wordt voor de bedrijfsactiviteiten van categorie 1 die zijn toegelaten, verwezen naar de Lijst van toegelaten bedrijfstypen die als bijlage bij de regels is opgenomen. In paragraaf 5.1.3 is de milieuzoneringssystematiek verder besproken.

Ten opzichte van de basislijst van de VNG is de hier gehanteerde Lijst van toegelaten bedrijfstypen nader ingeperkt. Dit is gebeurd vanwege milieuhygiënische en planologische redenen. Ten eerste zijn er bedrijfstypen die wel op de basislijst van de VNG voorkomen maar die om planologische redenen niet een bedrijfsbestemming krijgen. Het gaat hier om detailhandels- en horecabedrijven (met uitzondering van cateringbedrijven die wel in de bestemming Bedrijf thuishoren), maatschappelijke dienstverlening en bepaalde sport- en recreatieactiviteiten. Omdat deze bedrijfstypen een heel andere uitstraling op de omgeving hebben dan gewone bedrijven worden hiervoor specifieke bestemmingen gebruikt, zoals Detailhandel, Horeca en Maatschappelijk. Ze zijn daarom niet in de Lijst van toegestane bedrijfstypen opgenomen. Ten tweede zijn er ook bedrijven die in deze buurt niet passen, omdat er geen ruimte voor is of omdat de buurt zich er niet voor leent. Het gaat dan om land- en tuinbouw (een kleinschalig bedrijfsvorm als een hoveniersbedrijf is hier wel denkbaar en daarom wel in de Lijst opgenomen), zeevaart, binnenvaart, visserij, luchtvaart en delfstoffenwinning. Tot slot wordt om milieuhygiënische redenen de opslag van gevaarlijke stoffen hier niet wenselijk geacht en daarom uitgesloten. Ook geluidzoneringsplichtige bedrijven als genoemd in Bijlage 1 onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht en risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichten zijn uitgesloten, omdat zij niet passen in een woonwijk.

Een bedrijfswoning is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Indien een bedrijfswoning is opgenomen in een bedrijfsgebouw (inpandige bedrijfswoning), is de aanduiding 'bedrijfswoning' op het betreffende bedrijfsgebouw gelegd.

Om alle twijfel weg te nemen is bepaald dat beroepsuitoefening aan huis is toegestaan.

Door middel van het bij omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels kunnen ook bedrijven die niet voorkomen op de Lijst en bedrijven uit een hogere categorie dan bij recht is toegestaan worden toegelaten, mits ze naar aard en invloed op hun omgeving vergelijkbaar zijn met de bij recht toegestane bedrijven. Bij de toetsing kan worden bezien of de benodigde hinderbeperkende maatregelen mogelijk zijn (bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe technieken). Criterium voor het afwijken is in dit geval dat de hinder die resulteert na het nemen van maatregelen niet groter is dan van de ter plekke wel bij recht toegelaten bedrijven zou kunnen worden verwacht.

Bedrijf - Nutsvoorziening

De grote bestaande nutsvoorzieningen binnen het plangebied hebben deze bestemming. Nutsvoorzieningen tot 60 m³ zijn binnen de overige bestemmingen toegestaan, zo is geregeld in de algemene bouwregels. Voor grotere nutsvoorzieningen is specifiek deze bestemming opgenomen omdat de ruimtelijke invloed van een dergelijke functie iets groter is.

Bos

Op de gronden met de bestemming Bos zijn bos, struikgewas, hakhout en afschermende groenbeplanting toegestaan. Daarnaast zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, de bescherming en de versterking van het bos met de bijbehorende landschaps- en natuurwaarden. Verder zijn paden, in- en uitritten en nutsvoorzieningen toegestaan.

Cultuur en ontspanning

Op de gronden met de bestemming Cultuur en ontspanning zijn activiteiten toegestaan zoals genoemd in de bij de regels behorende Lijst van toegelaten vormen van cultuur en ontspanning. Met een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van de gebruiksregels en toestaan dat ook activiteiten worden toegelaten die niet voorkomen op de Lijst van toegelaten vormen van cultuur en ontspanning.

Gemengd

Met de bestemming 'Gemengd' worden diverse functies/activiteiten bij en naast elkaar toegestaan. Deze functies/activiteiten betreffen wonen, kantoren en/of zakelijke dienstverlening, detailhandel en maatschappelijke voorzieningen, voorzover genoemd inde bij de regels behorende Lijst van toegelaten maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast zijn tevens toegestaan activiteiten van cultuur en ontspanning in de categorieën 1 en 2 volgens de Lijst van toegelaten vormen van cultuur en ontspanning, en bedrijfsactiviteiten in de categorieën 1 en 2 zoals genoemd in de Lijst van toegelaten bedrijfstypen. Horecavormen in categorie 1 van de Lijst van toegelaten horecatypen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horeca'.

Met een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van de gebruiksregels en toestaan dat ook activiteiten worden toegelaten die niet voorkomen op de genoemde Lijsten.

Groen

Het structurele en structurerende openbare groen in het plangebied is onder de bestemming Groen gebracht. Hier zijn groenvoorzieningen, paden, hondenuitlaatplaatsen, nuts- en speelvoorzieningen toegestaan. Binnen deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegelaten. De bouwhoogte van speel- en klimtoestellen mag bij recht niet meer dan 4 meter bedragen. Het bevoegd gezag kan onder voorwaarden bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor speel- en klimtoestellen tot een hoogte van 6 meter.

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kiosk' is een muziekkiosk toegestaan.

Horeca - 1

Op gronden met de bestemming Horeca - 1 zijn horecavormen in categorie 1 van de Lijst van toegelaten horecatypen toegelaten. Met een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van de gebruiksregels en ook andere horecatypen worden toegelaten. Criterium voor het afwijken is dat de dan toegelaten horecavorm naar aard en invloed vergelijkbaar is met de bij recht toegelaten vormen. Een bedrijfswoning is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Indien een bedrijfswoning is opgenomen in een bedrijfsgebouw (inpandige bedrijfswoning), is de aanduiding 'bedrijfswoning' op het betreffende bedrijfsgebouw gelegd.

Hoewel in het plangebied uitsluitend horecavormen in categorie 1 zijn toegelaten en voor dit plangebied in principe gekozen had kunnen worden voor de bestemming Horeca, is toch de bestemming Horeca - 1 gebruikt. Hiermee wordt bewerkstelligd dat vergelijkbare horecavormen in het hele grondgebied van Apeldoorn dezelfde bestemming krijgen. Met name in de situatie waarin voor het hele grondgebied digitale bestemmingsplannen gelden geeft dat snel en goed inzicht.


Maatschappelijk

Binnen deze bestemming zijn de in het plangebied aanwezige maatschappelijke voorzieningen ondergebracht. Om de nodige flexibiliteit te kunnen bieden laat deze bestemming een vrije uitwisseling tussen de verschillende maatschappelijke voorzieningen toe. Welke voorzieningen dat zijn staat in de Lijst van toegelaten maatschappelijke voorzieningen die in de bijlagen bij de regels is opgenomen. Daar waar de betreffende aanduiding is opgenomen is een bedrijfswoning toegestaan.

Het gaat hier om maatschappelijke voorzieningen, die thuishoren in een woongebied en noodzakelijk zijn voor het functioneren van het woongebied, zoals scholen en (para)medische praktijken. Daarom worden overal in het plangebied maatschappelijke voorzieningen in (milieu)categorieën 1 en 2 aanvaardbaar geacht, ook op kortere afstand van woningen dan de richtafstand van 30 meter die in principe voor milieucategorie 2 wordt gehanteerd.

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - woonzorgcentrum' is een woonzorgcentrum toegestaan.


Maatschappelijk - Begraafplaats

Binnen deze bestemming valt de in het plangebied aanwezige begraafplaats. Omdat de ruimtelijke uitstraling van een begraafplaats een heel andere is dan die van andere maatschappelijke voorzieningen, is hier niet gekozen voor het toelaten van vrije uitwisseling tussen de verschillende maatschappelijke voorzieningen, maar is een specifieke bestemming voor de begraafplaats gehanteerd.

Maatschappelijk - Zorginstelling

Deze bestemming is gelegd op de gronden van de Hoederloogroep.

Binnen deze bestemming zijn maatschappelijke voorzieningen in de categorieën 1 en 2 toegestaan, waaronder de bestaande zorginstelling. Uitwisseling tussen diverse vormen maatschappelijke voorzieningen is mogelijk, zolang deze worden genoemd in de bij de regels behorende Lijst van toegelaten maatschappelijke voorzieningen.

De bouwmogelijkheden zijn opgenomen in grote bouwvlakken, maar met een beperkt bebouwingspercentage. Het bebouwingspercentage over de gehele bestemming is gelijk aan het vigerend bebouwingspercentage, de verdeling over het gebied is echter gewijzigd waarbij rond de Arckelaan een beperkte verdichting mogelijk is.

Ter bescherming van de in het gebied aanwezige karakteristieke laanbeplanting is deze ervan specifiek aangeduid en zijn mogelijk verstorende en beschadigende activiteiten gekoppeld aan een omgevingsvergunning. Een bedrijfswoning is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'.

Recreatie - Dagrecreatie

Op de gronden met de bestemming Recreatie – Dagrecreatie zijn evenementen, nutsvoorzieningen en dagrecreatieve voorzieningen inclusief bouwwerken en parkeervoorzieningen toegestaan. Een bedrijfswoning is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'.

Recreatie - Verblijfsrecreatie

Deze bestemming is gelegd op de gronden van de camping Den Brink binnen het plangebied. Ter plaatse is recreatie verblijf toegestaan in kampeermiddelen en recreatieverblijven alsmede evenementen. Een bedrijswoning is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'.

Sport - Manege

Op de gronden met de bestemming Sport - Manege zijn evenementen, nutsvoorzieningen, sport en sportvoorzieningen tot en met categorie 3.1 van de Lijst van toegelaten sportvoorzieningen toegestaan. Een bedrijfswoning is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'.

Verkeer

De wegen met primair een functie voor het doorgaande verkeer hebben de bestemming Verkeer gekregen.

Wonen

De woningen in het plangebied hebben de bestemming Wonen. Er zijn een aantal bedrijven aanwezig die qua bedrijfsactiviteiten en/of qua omvang niet passen binnen de regeling voor bedrijfsuitoefening aan huis. Deze bedrijven zijn specifiek aangeduid. Ook zijn aanduidingen opgenomen voor detailhandel, beroep aan huis en een dependance. De aanduiding 'detailhandel' binnen deze bestemming is gebruikt voor percelen waar de detailhandel ondergeschikt is aan de woonfunctie. De cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is nader aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Aan deze aanduiding is ook een regeling voor de omgevingsvergunning voor het slopen gekoppeld.

Voor de woningen is op de plankaart een bouwvlak gegeven. In de meeste gevallen heeft dit bouwvlak de vorm van een bouwstrook waarin meerdere woningen zijn opgenomen. Daar waar vanuit cultuurhistorisch oogpunt de open ruimte tussen de woningen behouden moet blijven is gewerkt met kleinere bouwvlakken. Het bouwvlak voor gestapelde woningen is strak om de gebouwen getrokken.

Door middel van bouwaanduidingen is onderscheid gemaakt tussen de verschillende bouwwijzen van de woningen: vrijstaand, twee-onder-een-kap, aaneengebouwd en gestapeld. Ter plaatse van de aanduiding twee-aaneen zijn zowel twee-onder-een-kapwoningen als vrijstaande woningen toegestaan. Bij de woningen zijn standaarddieptes voor de bouwvlakken gehanteerd: 10 meter voor aaneengesloten woningen, 12 meter voor halfvrijstaande en 15 meter voor vrijstaande woningen. De nog beschikbare uitbreidingsruimte hangt daarmee af van de diepte van de bestaande woning. In principe krijgt een rijtjeswoning minder uitbreidingsmogelijkheden dan een vrijstaande woning. De reden hiervoor is dat een achteraanbouw aan een vrijstaande woning in het algemeen minder van invloed is op het woongenot van de buren, dan wanneer het gaat om een rijtjeswoning. Voorwaarde bij het toekennen van de diepte van het bouwvlak is dat de tuinen diep genoeg zijn: in principe wordt een afstand van 16 meter tussen twee tegenover elkaar liggende (potentiële) achtergevels aangehouden.

Bij vrijstaande, twee-onder-een-kap- en aaneengebouwde woningen heeft het perceelsgedeelte voor de voorgevel (en bij hoekpercelen naast de zijgevel en het verlengde daarvan) de aanduiding 'tuin'; het perceelsgedeelte achter de achtergevel (en bij vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen die niet op een hoek liggen het gedeelte naast de zijgevel) de aanduiding 'erf'. Deze aanduidingen zijn van belang voor de situering van bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen. In de regels is namelijk bepaald dat deze bouwwerken niet alleen binnen het bouwvlak maar ook ter plaatse van de aanduiding erf mogen worden gebouwd. Daarbij is nog specifiek bepaald dat deze erfbebouwing ten minste 3 meter achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) moet worden gesitueerd.

De maximaal toegelaten oppervlakte aan bijgebouwen, aan- of uitbouwen en overkappingen is gerelateerd aan de oppervlakte van de kavel. Is de kavel kleiner dan 500 m2 dan is ten hoogste 50 m2 aan bijgebouwen, aan- of uitbouwen en overkappingen toegestaan, bij kavels tussen 500 en 750 m2 is die oppervlakte maximaal 65 m2 en is de kavel groter dan 750 m2dan is ten hoogste 85 m2 aan erfbebouwing toegestaan. Daarbij geldt wel steeds de voorwaarde dat niet meer dan 60% van de kavel wordt bebouwd.

Waarde - Archeologie hoog en Waarde - Archeologie middelhoog

Gebieden die op de archeologische beleidskaart zijn aangemerkt als gebied met hoge trefkans op archeologische resten hebben de dubbelbestemming Waarde - Archeologie hoog gekregen, gebieden die zijn aangemerkt als gebied met middelhoge trefkans op archeologische resten hebben de dubbelbestemming Waarde - Archeologie middelhoog gekregen. Voor beide bestemmingen geldt dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 50 m2 (hoog) respectievelijk 100 m2(middelhoog) tevens een archeologisch onderzoeksrapport moet worden ingediend. Als uit dit rapport blijkt dat de archeologische waarden door het oprichten van het bouwwerk zullen worden verstoord kan het bevoegd gezag bepaalde voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden. Wanneer de archeologische waarde van het terrein al uit andere informatie (bijvoorbeeld uit eerder uitgevoerd onderzoek) bij de gemeente bekend is, is het niet nodig nieuw onderzoek uit te voeren. Voor een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die mogelijke archeologische waarden in de bodem kunnen verstoren geldt in beide bestemmingen dat ze niet mogen worden uitgevoerd tenzij daarvoor een omgevingsvergunning is verleend.

Beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis

Bij recht is het gebruik van een deel van (bedrijfs)woningen en bijgebouwen voor beroepsuitoefening en niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis toegestaan. Daarbij worden enige beperkingen gesteld om ervoor te zorgen dat het woonkarakter van de woning het beroeps- of bedrijfsmatige gebruik blijft overheersen. Voor de niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis geldt dat alleen bedrijfsactiviteiten die voorkomen op de Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis zijn toegestaan. Voor deze lijst is aansluiting gezocht bij de bedrijven die in de richtafstandenlijst van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' als bedrijven van categorie 1 zijn aangemerkt. Omdat het gaat om activiteiten in een woning op een relatief klein oppervlak is het aantal bedrijfsactiviteiten dat is toegelaten zeer beperkt gehouden.

Binnen de bestemmingen Bedrijf en Bedrijventerrein en die bestemmingen die ook bedrijfsactiviteiten mogelijk maken is het uitoefenen van een bedrijf op het hele perceel toegelaten. Het is dan het overbodig om nog iets te regelen over bedrijfsuitoefening aan huis. Voor alle duidelijkheid is in die bestemmingen vastgelegd dat het uitoefenen van een beroep aan huis is toegestaan.

Bedrijfswoningen

Bedrijfswoningen vallen onder bouwwerken. In het stedelijk gebied zijn bedrijfswoningen niet overal zonder meer toegestaan. Daar waar een bedrijfswoning is toegestaan is dat met een aanduiding op de plankaart aangegeven. In de regels is bepaald dat een bedrijfswoning uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' alsmede in de bestemming Horeca - 1 ook inpandig. Daar waar in een bestemming geen bedrijfswoning is toegestaan, is dat in de bestemmingsomschrijving expliciet bepaald.


Bouwregels

Voor de maatvoering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is per bestemming een bebouwingsschema opgenomen. In de bebouwingsschema's staan de maatvoeringsaspecten die voor die specifieke bestemming gelden. Vaak wordt verwezen naar de maatvoeringsaanduidingen op de plankaart.

Bevoegd gezag

Waar dit bestemmingsplan de bevoegdheid in het leven roept om af te wijken van de regels, is die bevoegdheid toebedeeld aan het bevoegd gezag. Over het algemeen zal dat bevoegd gezag het college van burgemeester en wethouders zijn. In een enkel geval zijn op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gedeputeerde staten dan wel de minister bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning en daarmee ook voor het bij die omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan.

Regeling karakteristieke panden

De panden die in de rapportage, die is beschreven in paragraaf 5.5.4, een hoge totaalwaarde hebben, zijn in dit bestemmingsplan aangewezen als karakteristiek pand. Op de plankaart hebben ze de aanduiding 'karakteristiek' gekregen. In de bestemmingsomschrijving van die bestemmingen waar deze aanduiding voorkomt is bepaald dat ter plaatse van die aanduiding de gronden (ook) bestemd zijn voor behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle panden. Verder is bepaald dat het ter plaatse van die aanduiding verboden is de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te slopen zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Kort gezegd wordt deze vergunning alleen verleend wanneer de kosten van renovatie zo hoog zijn dat handhaven van het pand redelijkerwijs niet meer kan worden geëist. De aanvrager dient dit met een rapport van een deskundige aan te tonen.