direct naar inhoud van 3.4 Natuur
Plan: Dorp Hoenderloo
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1128-ont1

3.4 Natuur

De natuurwaarden in het gebied zijn deels gerelateerd aan het gegeven dat het plangebied deel uitmaakt van de het uitgestrekte Veluwegebied maar deels ook vanwege het feit dat het daarbinnen een enclave vormt met een overwegend kleinschalige landschapsstructuur.


Binnen het plangebied komen de bosgebieden vooral voor in het deel ten noorden van de dorpskern, het gebied dat deel uitmaakt van de Hoenderloo-groep. Het gaat hier overwegend om loofbos en gemengd bos. Het betreft deels bossen van het type dat wel te boek staat als het Wintereiken-Beukenbos, bossen die te zien zijn als een soort climaxvegetatie van de daar voorkomende zandgronden. Een groot deel van dit gebied is opgenomen binnen de grenzen van Natura 2000 en de bossen zijn daarbinnen gekenmerkt als een beschermd habitattype, de zgn Beuken-Eikenbossen met hulst (H9120).


In het deelgebied de Krim gaat het om een overwegend in kleinschalig agrarisch gebruik zijnd landschap, dooraderd met singels en bosjes. Er komen vooral graslanden voor die momenteel door de gebruiksdruk vegetatiekundig vrij soortenarm zijn. De aard van het landschap maakt wel dat er sprake is van een grote soortenrijkdom aan dieren. In 2011 zijn in een verkennend onderzoek de belangrijkste natuurwaarden in beeld gebracht. Duidelijk wordt dat het plangebied vooral van waarde is voor vogelsoorten, zoogdiersoorten als das en diverse vleermuissoorten.


De bosgebieden rondom het plangebied herbergen de in het kader van Natura 2000 belangrijke soorten als Zwarte specht en Wespendief. Binnen het plangebied komen deze niet broedend voor. Van de meer kritische soorten zijn binnen het plangebied als de volgende soorten als broedvogel vastgesteld: Bonte vliegenvanger, Bosuil, Ekster, Fluiter, Glanskop, Huiszwaluw, Grauwe vliegenvanger, Groene specht, Grote bonte specht, Kleine bonte specht, Zwarte specht en Raaf.


Opvallend is dat de soorten verspreid over het gebied en in de omgeving daarvan veel voorkomen. Dit hangt samen met het landschapstype van het gebied, dat bestaat uit kleinschalige besloten graslanden, waaraan een groot aantal van deze soorten is gebonden. In de zin van het voorkomen van vogelsoorten is het landschap dan ook als waardevol aan te merken. Daarnaast is het gebied van belang voor de das. Van de das zijn in de omgeving diverse hoofd- en bijburchten bekend. Ook binnen het gebied van de Krim komt een verblijfplaats voor. De graslanden in de omgeving worden daarbij gebruikt als foerageergebied.


Duidelijk is ook dat het gebied een leefgebied vormt voor diverse vleermuissoorten. In ieder geval komen de volgende soorten voor: de Gewone dwergvleermuis, de Laatvlieger, de Ruige dwergvleermuis en de Rosse vleermuis. Voor vleermuizen vormen vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden belangrijke onderdelen van hun leefgebied. Vaste verblijfplaatsen van de overwegend gebouwbewonende soort Gewone dwergvleermuis zijn er op verschillende plaatsen in de Krim en ook in de dorpskern. Vaste verblijfplaatsen van boombewonende soorten (Rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis) zijn tijdens het onderzoek niet aangetroffen; wel zijn met name de oude lanen in het gebied daarvoor wel geschikt. Van de Laatvlieger kan een verblijfplaats in het gebied ten noorden van de dorpskern verwacht worden. Geconcentreerde vliegroutes van vleermuizen zijn in het gebied niet aangetroffen. Ook daar zijn lanen en singels wel geschikt voor. Foeragerende vleermuizen (m.n. van de Gewone dwergvleermuis) werden vooral in het kleinschalige landschap rond de bebouwde gebieden (Hoenderloo, De Krim) aangetroffen. In de bosgebieden zelf werd opmerkelijk weinig gefoerageerd. De meest waargenomen vleermuissoorten (de Laatvlieger en de Gewone dwergvleermuis) zijn soorten die in het half besloten landschap voorkomen. De meer kleinschalige gebiedsdelen binnen het plangebied, zoals de overgangen tussen bos en (paarden)weide, erfbeplantingen en de extensief bebouwde gebieden vormen een voorkeursbiotoop voor deze soorten.