direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Plan: Dorp Hoenderloo
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1128-ont1

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarische gebruik in de vorm van akkerbouw, weidebouw en veehouderij;
  • b. natuurbeheer;
  • c. nutsvoorzieningen;
  • d. behoud en bescherming van de waardevolle ruimtelijke structuur en de cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen;
  • e. recreatief medegebruik in de vorm van paardrijden, hobbymatig weiden van vee, wandelen en fietsen;
  • f. wegen en paden;
  • g. voorzover aangeduid gelden tevens de regels voor gebiedsaanduidingen van hoofdstuk 3;

met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen.

3.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 23 en de regels voor gebiedsaanduidingen van hoofdstuk 3 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 3.3 genoemde afwijkingsbevoegdheden.

Bebouwing   Maximale oppervlakte/inhoud   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
- Erf- en terreinafscheidingen



 







 
  1,5 m

 


 

3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het in lid 3.2bepaalde:

  • a. Voor het oprichten van bouwwerken met een oppervlakte van ten hoogste 50 m2 en een hoogte van ten hoogste 3 m, mits dat noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering .
3.3.2 Voorwaarden voor afwijking

Afwijken als bedoeld in dit lid is alleen mogelijk voor zover de in het plan beoogde waardevolle ruimtelijke structuur en de cultuurhistorische waardevolle landschapselementen niet onevenredig worden aangetast.

3.4 Specifieke gebruiksregels

Naast de algemene gebruiksregels van artikel 24 gelden de volgende specifieke regels:

3.4.1 Niet toegelaten bedrijven

Behoudens bestaande bedrijven zijn niet toegestaan:

  • a. Wormen-, maden- en viskwekerijen en fokkerijen en mesterijen van ganzen, eenden en kalkoenen, voor zover dit in de open lucht plaatsvindt;
  • b. Pelsdierhouderijen, voor zover dit in de open lucht plaatsvindt.
3.4.2 Paardenbakken

Het is niet toegestaan de gronden te gebruiken ten behoeve van paardenbakken.

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

De in artikel 32 opgenomen regels voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden zijn van toepassing.