direct naar inhoud van 2.1 Rijksbeleid
Plan: Bestemmingsplan Klarenbeekseweg 8-13-15 Klarenbeek
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1127-ont1

2.1 Rijksbeleid

Niet-agrarische bedrijvigheid

De Nota Ruimte, onderdeel van de planologische kernbeslissing Nationaal Ruimtelijk Beleid, bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. De nota bevat de ruimtelijke bijdrage aan een sterke economie, een veilige en leefbare samenleving en een aantrekkelijk land. Het gaat om de inrichtingsvraagstukken die spelen tussen nu en 2020, met een doorkijk naar 2030.

Het locatiebeleid dient volgens de rijksoverheid gericht te zijn op het bieden van voldoende geschikte vestigingsplaatsen voor bedrijvigheid. Nu in het onderhavige geval sprake is van een lokaal voor de omgeving belangrijk en evenwichtig bedrijf dient door een zorgvuldige optimalisatie van het ruimtegebruik ondersteuning te worden geboden aan een voor de regio en de lokale arbeidsmarkt belangrijke onderneming. Hierbij dient de schaal, het gevaar en het gebruik van het bedrijf in voldoende mate op het bestaande terrein, en de in de omgeving gelegen voorzieningen, te worden ingepast.

Functieveranderingsbeleid

In paragraaf 3.4.5.1 ("Optimale benutting van de bestaande bebouwing en ruimte voor nieuwbouw") van de Nota Ruimte wordt geconstateerd: "De komende jaren zal het aantal vrijkomende gebouwen in het buitengebied blijven stijgen. Tot vrijkomende bebouwing wordt niet alleen de agrarische bebouwing gerekend. Het kan om allerlei soorten bebouwing gaan, zoals zorginstellingen of kazernes die hun oorspronkelijke functie verliezen."

Met betrekking tot deze bebouwing kunnen provincies, onder meer, Ruimte voor ruimte-regelingen in het leven roepen:

"Om te voorkomen dat gebouwen langdurig leegstaan en verpauperen, hebben provincies de mogelijkheid om, naast hergebruik, deze gebouwen te slopen en in ruil daarvoor - en ter financiering daarvan - woningen terug te bouwen ('ruimte voor ruimte'). 'Ruimte voor ruimte' leidt per saldo tot een substantiƫle vermindering van het bebouwde oppervlak."