direct naar inhoud van 6.2 Bestemmingen
Plan: Bestemmingsplan Vossen 66 Uddel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1121-ont1

6.2 Bestemmingen

De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de plankaart. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen worden hierna besproken.


Agrarisch

De gronden direct rondom de recreatiewoning krijgen danwel behouden een agrarische bestemming. Op gronden met deze bestemming is een agrarisch gebruik toegestaan. Naast het agrarisch gebruik zijn onder andere (bestaande) wegen (waaronder de bestaande uitrit van Vossen 66) en recreatief medegebruik in de vorm van paardrijden, hobbymatig weiden van vee, wandelen en fietsen toegestaan.

Bebouwingsmogelijkheden zijn beperkt tot terrein- en erfafscheidingen.

Natuur

Een deel van het perceel Vossen 66 bestaat uit bos. Dat deel krijgt de bestemming Natuur. De bestemmingsregeling richt zich primair op het gebruik als bos- en natuurgebied. Verder toegestaan is een gebruik voor bosbouw en houtproductie, natuurbeheer en -educatie, (bestaande) wegen en recreatief medegebruik in de vorm van paardrijden, wandelen en fietsen. Er is een aanlegvergunningplicht opgenomen gericht op bescherming van het natuurgebied.

Bebouwingsmogelijkheden zijn beperkt tot bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming met een maximale hoogte van 2 meter.

Recreatie - Recreatiewoning

Het aanwezige hoofdgebouw en de direct aanliggende gronden krijden de bestemming Recreatie-Recreatiewoning. Op de gronden met deze bestemming is maximaal één recreatiewoning toegestaan met een oppervlak van maximaal 50 m2 en een goothoogte en hoogte van 4 en 5 meter. Voorzover de feitelijk bestaande situatie hiervan afwijkt is de vervangende maatregeling van toepasssing (artikel 8.1.1.g van de regels) .

Waarde - Archeologie hoog

Gebieden die op de archeologische beleidskaart zijn aangemerkt als gebied met hoge trefkans op archeologische resten hebben de dubbelbestemming Waarde - Archeologie hoog gekregen. Voor deze bestemming geldt dat bij het indienen van een bouwaanvraag voor een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 50 m2 tevens een archeologisch onderzoeksrapport moet worden ingediend. Als uit dit rapport blijkt dat de archeologische waarden door het oprichten van het bouwwerk zullen worden verstoord kunnen burgemeester en wethouders bepaalde voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden. Wanneer de archeologische waarde van het terrein al uit andere informatie (bijvoorbeeld uit eerder uitgevoerd onderzoek) bij de gemeente bekend is, is het niet nodig nieuw onderzoek uit te voeren. Voor een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden geldt in beide bestemmingen een omgevingsvergunningvereiste voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.