direct naar inhoud van 5.1 Milieuaspecten
Plan: Bestemmingsplan Vossen 66 Uddel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1121-ont1

5.1 Milieuaspecten

5.1.1 Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening.

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid.

5.1.2 Bodem

Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming.

Onderzoeksresultaten bodem

Er zijn geen bodemonderzoeken nodig voor deze bestemmingsplanwijziging aangezien de functie hetzelfde (primair wonen) blijft en er geen fysiek-ruimtelijke aanpassingen worden gedaan.

5.1.3 Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.

Onderzoeksresultaten milieuzonering

De planherziening betreft een milieugevoelige functie. Er is hier enkel sprake van inwaartse zonering.

Inwaartse zonering

In de nabijheid van de planlocatie zijn enkele bedrijven gelegen. De voor de ontwikkeling relevante worden hieronder vermeld.

Op 58 meter van de planlocatie is aan de Vossen 61-69 een veehouderij en een akkerbouwbedrijf gelegen. De feitelijke en planologische milieuzone is 50 meter. De planlocatie ligt derhalve buiten de milieuzone. Hierbij dient opgemerkt te worden, dat de huidige woning aan de Vossen 66 al maatgevend is voor het bedrijf. Op dit moment is een aanvraag in procedure voor het houden van een andere aantallen melkvee en vleesvarkens. De gemeente Apeldoorn is voornemens de milieuvergunning te verlenen.

Op dit bedrijf is onder andere de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) van toepassing. De planlocatie is gelegen buiten de bebouwde kom.

Voor het houden van melkkoeien en jongvee gelden vaste afstanden. De aan te houden afstand tot woningen van derden bedraagt op basis van de Wgv 50 meter. (buiten de bebouwde kom). De veehouderij is gelegen op circa 58 meter van de planlocatie en vormt dus geen belemmering voor de gewenste wijziging van de bestemming van wonen in een recreatiebestemming.

Vleesvarkens hebben op grond van de Wet geurhinder en veehouderij een geuremissiefactor. Voor buiten de bebouwde kom geldt een geurnorm van 14 ou/m³. Bij de huidige aanvraag is een geurberekening uitgevoerd op basis van V-stacks vergunningen. Uit deze indicatieve berekening blijkt dat de geurbelasting op de planlocatie 1,85 ou/m³ is. Hiermee wordt voldaan aan de geldende geurnorm van 14 ou/m³. De veehouderij vormt geen belemmering voor de gewenste wijziging van de bestemming van wonen in een recreatiebestemming.

5.1.4 Geluidhinder

Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Het plangebied is gelegen binnen de invloedssfeer van een verkeersweg.

Wegverkeerslawaai

Een recreatiewoning is in principe geen geluidgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk voor de gewenste bestemmingsplanwijziging.

5.1.5 Luchtkwaliteit

De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn sinds november 2007 vastgelegd in de Wet milieubeheer (in titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen). De Wet milieubeheer kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels.

Onderzoeksresultaten luchtkwaliteit

Er worden geen woningen toegevoegd. Nader onderzoek van de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.