direct naar inhoud van 3.1 Provinciaal beleid
Plan: Bestemmingsplan Vossen 66 Uddel
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1121-ont1

3.1 Provinciaal beleid

Het provinciale ruimtelijke beleid is in hoofdzaak opgenomen in het Streekplan Gelderland 2005. Het streekplan is er op gericht de verschillende functies in regionaal verband een zodanige plek te geven dat de ruimtelijke kwaliteiten worden versterkt en er zuinig en zorgvuldig met de ruimte wordt omgegaan. Hoofddoel van het streekplanbeleid is het scheppen van ruimte voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak. Om krachtige steden en vitale regio's te bevorderen zijn de belangrijkste uitgangspunten 'bundeling van verstedelijking aan/nabij infrastructuur' en het 'organiseren in stedelijke netwerken'.

De volgende onderdelen uit het streekplan zijn relevant voor dit bestemmingsplan.

Recreatie

Grondgedachte voor het beleid in het landelijk gebied is dat extensieve vormen van recreatie zich in het algemeen goed verenigen met de diverse functies in het buitengebied. Extensieve vormen van recreatie kunnen een nieuwe functie vormen voor vrijgekomen (agrarische) bebouwing. Onder extensieve recratie wordt verstaan: kleinschalige nevenactiviteiten zoals verhuur van recreatieve producten, een mini-camping of gelijksoortige vormen met een beperkte capaciteit.

Het specifieke beleid voor recreatiewoningen richt zich met name op (grootschalige) terreinen voor verblijfsrecreatie. Wel is bepaald dat aan de bouw van solitaire recreatiewoningen geen medewerking wordt verleend. Daarnaast geldt voor het Veluwemassief het 'Groei- en krimp'beleid, zoalsd uitgewerkt in het Reconstructieplan Veluwe.

Het Groei- en krimpscenario gaat uit van een betere ruimtelijke afstemming op het Veluwemassief van recreatie en natuur om zo een kwaliteitsslag te kunnen maken. Hoofdlijn van dit scenario is enerzijds groei toestaan aan recreatiebedrijven op vanuit natuuroverwegingen minder kwetsbare plekken en anderzijds krimp van recreatiebedrijven, die vanuit natuuroverwegingen ongunstig gelegen zijn.

Hoofdlijn van het krimp-groei beleid is dat binnen de aangewezen groeiplekken, intensieve verblijfsrecreatie mag worden uitgebreid. Aan de andere kant vindt binnen de aangewezen krimpgebieden extensivering plaats door middel van het saneren van recreatiebedrijven.

Toetsing

De voorgestane omzetting van een woning naar een recreatiewoning op het perceel Vossen 66 maakt deel uit van een project van Staatsbosbeheer dat zich richt op het bieden van een passend alternatief gebruik van al aanwezige gebouwen. Het alternatieve gebruik in de vorm van een recreatiewoning wordt toegepast als de locatie geschikt is. Doelstellingen zijn het bieden van een extensieve vorm van recreatie in of bij natuur, waarbij rust en ruimte voorop staan.

Het hergebruik van de woning Vossen 66 als recreatiewoning kan als een extensieve, kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie worden aangemerkt. Omzetten van het gebruik van wonen naar verblijfsrecreatie betekent in het kader van de planologische afweging een functieverlichting en een beperking in bebouwingsmogelijkheden. Er zal daardoor geen negatief effect optreden voor de omliggende natuurgebieden. Op grond hiervan ontstaat met de functieverandering een in ruimtelijk opzicht beter passende situatie, welke past binnen het streekpanbeleid.

Ecologische Hoofd Structuur

Streven is een samenhangend netwerk van kwalitatief hoogwaardige natuurgebieden en natuurrijke cultuurlandschappen te realiseren. Deze Ecologische Hoofd Structuur (EHS) is vastgelegd in het streekplan. Het perceel Vossen 66 ligt in dat gebied. Binnen de EHS geldt dat bestemmingswiijziging niet mogelijk is alsdaarmee de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant worden aangetast, tenzij er geen reele alternatieven zijn en er sprake is van redenen van groot openbaar belang.

Extensieve vormen van recreatie moeten verenigbaar zijn met natuur- en landschapsdoelstellingen. Bezien vanuit de kwersbaarheid van de EHS is het bovengenoemde 'nee, tenzij'-regime ook van toepassing op extensieve vormen van verblijfsrecreatie, tenzij het gaat om functieverandering van vrijkomende (agrarische) bebouwing.

Zie verder paragraaf 5.3.