direct naar inhoud van 5.3 Bestemmingen
Plan: Bestemmingsplan Binnenstad Zuid-Oost
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1110-von1

5.3 Bestemmingen

De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de plankaart. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen worden hierna besproken.

Bedrijf

De bedrijven die in het plangebied (deelgebied Veldhuis) voorkomen hebben de bestemming Bedrijf. Aangezien het hier een gebied met functiemenging betreft, zijn bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 toegestaan. Dit is een beperking ten opzichte van de Bebouwingsvoorschriften Kern. Gezien de ligging van de woningen in de nabijheid van de bedrijven en de toekomstige ontwikkeling in de vorm van een toename van het aantal woningen is voor deze beperking gekozen. De bestaande bedrijven worden niet beperkt in de voortzetting van hun huidige bedrijfsvoering. Daar waar een bedrijf in een hogere milieucategorie aanwezig is, is aangegeven dat naast de op grond van de richtafstanden toelaatbare categorie bedrijven ook het aanwezige bedrijfstype is toegelaten. Dit heeft tot gevolg dat het bestaande legaal aanwezige bedrijfstype kan worden voortgezet maar niet kan worden omgezet in een ander bedrijfstype met een hogere milieucategorie dan ter plaatse aanvaardbaar is.

In de regels wordt voor de bedrijfsactiviteiten van categorie 1 en 2 die zijn toegelaten, verwezen naar de Lijst van toegelaten bedrijfstypen die als bijlage bij de regels is opgenomen. Ten opzichte van de basislijst van de VNG is de hier gehanteerde Lijst van toegelaten bedrijfstypen nader ingeperkt. Dit is gebeurd vanwege milieuhygiënische en planologische redenen. Ten eerste zijn er bedrijfstypen die wel op de basislijst van de VNG voorkomen maar die om planologische redenen niet een bedrijfsbestemming krijgen. Het gaat hier om detailhandels- en horecabedrijven (met uitzondering van cateringbedrijven), maatschappelijke dienstverlening en bepaalde sport- en recreatieactiviteiten. Omdat deze bedrijfstypen een heel andere uitstraling op de omgeving hebben dan gewone bedrijven worden hiervoor specifieke bestemmingen gebruikt. Ze zijn daarom niet in de Lijst van toegestane bedrijfstypen opgenomen. Ten tweede zijn er ook bedrijven die in deze buurt niet passen omdat er geen ruimte voor is of omdat de buurt zich er niet voor leent. Het gaat dan om land- en tuinbouw, zeevaart, binnenvaart, visserij, luchtvaart en delfstoffenwinning. Ten derde staan er op de Lijst van toegelaten bedrijfstypen die bedrijfstypen van milieucategorie 2 met uitsluitend voor het aspect geluid een afstand van 30 meter; voor de overige aspecten hebben ze een adviesafstand van 10 meter. Een nadere motivering daarvoor is opgenomen in paragraaf 4.1.3.

Tot slot wordt om milieuhygiënische redenen de opslag van gevaarlijke stoffen hier niet wenselijk geacht en daarom uitgesloten. Ook geluidzoneringsplichtige bedrijven als bedoeld in onderdeel D van Bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht en risicovolle inrichtingen zijn uitgesloten, omdat zij niet passen in een woonwijk. Binnen de bestemming Bedrijf zijn detailhandelsbedrijven uitgesloten, met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit, niet voor particulieren toegankelijke detailhandelsbedrijven en detailhandel die op de plankaart is aangeduid als 'specifieke vorm van bedrijf - handel en reparatie in auto's'.

Bedrijfswoningen zijn alleen toegelaten waar dat met een aanduiding op de plankaart is aangegeven.

Detailhandel

De bestaande detailhandelsvestigingen hebben de bestemming Detailhandel gekregen. Dit zijn de detailhandelsvestigingen aan Molenstraat – Centrum en de twee supermarkten aan Kanaal Noord. De supermarkt aan Kanaal Noord 17 zal daar tijdelijk gevestigd zijn. Op termijn zullen beide supermarkten moeten verdwijnen om ruimte voor de nieuwe ontwikkelingen te maken. Om te voorkomen dat deze panden voor andere vormen van detailhandel gebruikt gaan worden hebben beide supermarkten de aanduiding 'supermarkt' gekregen en is in de regels bepaald dat ter plaatse van deze aanduiding uitsluitend een supermarkt is toegestaan. Om te voorkomen dat de supermarkten verder uitbreiden is in artikel 21 bepaald dat de mogelijkheid van het bestemmingsplan af te wijken in het horizontale vlak met ten hoogste 10 meter en van maten en afstanden met ten hoogste 10% niet van toepassing is op die supermarkten.

Gemengd

Er zijn vier bestemmingen Gemengd opgenomen, te weten Gemengd - 1, Gemengd - 2, Gemengd - 3 en Gemengd - 4. De onderstaande tabel geeft weer welke functies binnen de vier verschillende bestemmingen Gemengd zijn toegestaan.

  Wonen   Maatschappelijk   Kantoor   Cultuur & Ontspanning   Bedrijf   Horeca   Detailhandel  
Gemengd - 1   Ja   Ja   Ja   Ja   Nee   ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1'   ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'  
Gemengd - 2   Ja   Ja   Ja   Ja   Ja, categorie 1 en 2   ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1'   ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'  
Gemengd - 3   Nee   Ja, echter onderwijs uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs'   Ja   Ja   Ja, categorie 1 en 2   ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1'   nee  
Gemengd - 4   Nee   Nee   Ja   Ja   Ja, categorie 1 en 2   ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1'   ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'  

Het onderscheid tussen Gemengd - 1 en Gemengd - 2 is het al dan niet toestaan van bedrijven. Dit onderscheid is gemaakt op basis van de bestaande rechten uit de vigerende regimes.

De voormalige Nettenfabriek heeft de bestemming Gemengd - 3. Zowel ruimtelijk als functioneel is dit gebied aan het transformeren. Daarom is gekozen voor een brede functionele bestemming. Deze bestemming biedt derhalve enige flexibiliteit, maar conflicteert niet met de binnenstad en is passend in de stationsomgeving. Onderwijsfuncties zijn alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs'. Dat komt, zoals in paragraaf 4.1.2 is beschreven, omdat er sprake is van bodemverontreiniging en alvorens nieuwe functies worden toegevoegd waarbij mensen langdurig in het gebouw verblijven, zoals bij wonen en onderwijs, onderzocht moet worden of er risico's voor de gezondheid optreden.

Het stationsgebouw heeft de bestemming Gemengd - 4. Gezien de ligging is gekozen voor dynamische functies, die passend zijn in de stationsomgeving en in het monumentale pand. Dit betekent tevens dat er uitdrukkelijk voor is gekozen geen woningen toe te staan binnen deze bestemming.

In de regels wordt verwezen naar lijsten van toegelaten functies om te bepalen welke vormen van bijvoorbeeld maatschappelijke voorzieningen, horeca, cultuur en ontspanning en bedrijfsactiviteiten zijn toegelaten.

Groen

Het structurele en structurerende openbare groen in het plangebied is onder de bestemming Groen gebracht, te weten de strook aan Kanaal Noord en de strook aan de Spoorstraat. Binnen deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegelaten. De bouwhoogte van speel- en klimtoestellen mag bij recht niet meer dan 4 meter bedragen. Het bevoegd gezag kan onder voorwaarden een omgevingsvergunning verlenen voor speel- en klimtoestellen tot een hoogte van 6 meter.

Kantoor

Binnen deze bestemming zijn kantoren en/of zakelijke dienstverlening toegestaan. Dit betreft het kantoor van de Belastingdienst aan het Stationsplein/Sophialaan en het daarnaast gelegen, nu nog braakliggende, terrein.

Maatschappelijk

Binnen deze bestemming zijn de in het plangebied aanwezige maatschappelijke voorzieningen ondergebracht, onder andere de Mariakerk en de moskee. Om de nodige flexibiliteit te kunnen bieden is binnen deze bestemming een vrije uitwisseling tussen de verschillende maatschappelijke voorzieningen mogelijk. Welke voorzieningen dat zijn staat in de Lijst van toegelaten maatschappelijke voorzieningen die in de bijlagen bij de regels is opgenomen. Bedrijfswoningen zijn alleen toegelaten waar dat met een aanduiding op de plankaart is aangegeven.

Verkeer – Spoorweg

Binnen deze bestemming vallen de gronden behorend bij de spoorlijnen bij station Apeldoorn. Tevens is binnen deze bestemming een aantal bouwvlakken opgenomen, onder andere ten behoeve van een fietsenstalling.

Verkeer – Verblijfsgebied

Binnen deze bestemming vallen de gebieden die een verblijfsfunctie hebben. Dit betreft de wegen, straten, voet- en fietspaden, bermen en parkeervoorzieningen in de woongebieden. Ter plaatse van de aanduiding 'terras' zijn terrassen ten behoeve van de toegelaten horecavoorzieningen toegestaan.

Binnen deze bestemming zijn in zijn algemeenheid standplaatsen voor ambulante handel toegelaten. Om de hoge ruimtelijke kwaliteit van het Stationsplein te behouden is het gewenst hier slechts twee standplaatsen toe te laten en eisen te kunnen stellen aan die standplaatsen. Daarom is in de regels bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'terras', die op het Stationsplein voorkomt, twee standplaatsen voor ambulante handel zijn toegelaten nadat bij omgevingsvergunning van het bestemmingsplan is afgeweken. Vervolgens zijn voorwaarden genoemd waaraan moet zijn voldaan om te kunnen afwijken.

Verkeer – Weg

De Molenstraat-Centrum, een weg met primair een functie voor het doorgaande verkeer, heeft de bestemming Verkeer - Weg gekregen.

Wonen

De woningen in het plangebied hebben de bestemming Wonen. Voor de woningen is op de plankaart een bouwvlak gegeven. In de meeste gevallen heeft dit bouwvlak de vorm van een bouwstrook waarin meerdere woningen zijn opgenomen. Voor een aantal woningen aan de Veldhuisstraat en aan de Polstraat is een bouwvlak per woning opgenomen om de bestaande openheid tussen de panden te behouden.

Door middel van bouwaanduidingen is onderscheid gemaakt tussen de verschillende bouwwijzen van de woningen: vrijstaand, twee-onder-een-kap, aaneengebouwd en gestapeld. Ter plaatse van de aanduiding twee-aaneen zijn zowel twee-onder-een-kapwoningen als vrijstaande woningen toegestaan.

Bij vrijstaande, twee-onder-een-kap- en aaneengebouwde woningen heeft het perceelsgedeelte voor de voorgevel (en bij hoekpercelen naast de zijgevel) de aanduiding 'tuin'; het perceelsgedeelte achter de achtergevel (en bij vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen die niet op een hoek liggen het gedeelte naast de zijgevel) de aanduiding 'erf'. Deze aanduidingen zijn van belang voor de situering van bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen. In de regels is namelijk bepaald dat deze bouwwerken niet alleen binnen het bouwvlak maar ook ter plaatse van de aanduiding erf mogen worden gebouwd. Daarbij is nog specifiek bepaald dat deze erfbebouwing ten minste 3 meter achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) moet worden gesitueerd.

De maximaal toegelaten oppervlakte aan bijgebouwen, aan- of uitbouwen en overkappingen is gerelateerd aan de oppervlakte van de kavel. Is de kavel kleiner dan 500 m2 dan is ten hoogste 50 m2 aan bijgebouwen, aan-of uitbouwen en overkappingen toegestaan, bij kavels tussen 500 en 750 m² is die oppervlakte maximaal 65 m2 en is de kavel groter dan 750 m2dan is ten hoogste 85 m2 aan erfbebouwing toegestaan. Daarbij geldt wel steeds de voorwaarde dat niet meer dan 60% van de kavel wordt bebouwd.

Bij recht is het gebruik van (een deel van) woning en bijgebouwen ten behoeve van beroepsuitoefening en niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis toegestaan. Daarbij worden enige beperkingen gesteld om ervoor te zorgen dat het woonkarakter van de woning het beroeps- of bedrijfsmatige gebruik blijft overheersen. Voor de niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis geldt dat alleen bedrijfsactiviteiten die voorkomen op de Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis zijn toegestaan. Voor deze lijst is aansluiting gezocht bij de bedrijven die in de richtafstandenlijst van de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering" als bedrijven van categorie 1 zijn aangemerkt. Omdat het gaat om activiteiten in een woning op een relatief klein oppervlak is het aantal bedrijfsactiviteiten dat is toegelaten zeer beperkt gehouden. Afwijkende functies welke ondergeschikt zijn aan de woonfunctie, zijn met een aanduiding op de plankaart opgenomen.

Waarde – Archeologie hoog

Het gebied dat op de archeologische beleidskaart is aangemerkt als gebied met hoge trefkans op archeologische resten heeft de dubbelbestemming Waarde - Archeologie hoog gekregen. Voor deze bestemming geldt dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 50 m2 tevens een archeologisch onderzoeksrapport moet worden ingediend. Als uit dit rapport blijkt dat de archeologische waarden door het oprichten van het bouwwerk zullen worden verstoord kan het bevoegd gezag bepaalde voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden. Wanneer de archeologische waarde van het terrein al uit andere informatie (bijvoorbeeld uit eerder uitgevoerd onderzoek) bij de gemeente bekend is, is het niet nodig nieuw onderzoek uit te voeren. Voor een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die mogelijke archeologische waarden in de bodem kunnen verstoren geldt een omgevingsvergunningvereiste.

Bouwregels

Voor de maatvoering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is per bestemming een bebouwingsschema opgenomen. In de bebouwingsschema's staan de maatvoeringsaspecten die voor die specifieke bestemming gelden.

Regeling karakteristieke panden

De panden die in het rapport 'Ruimtelijke en cultuurhistorische waardering van de karakteristieke bebouwing', dat is beschreven in paragraaf 4.4.3, een Hoge totaalwaarde hebben zijn in dit bestemmingsplan aangewezen als karakteristiek pand. Op de plankaart hebben ze de aanduiding 'karakteristiek' gekregen. In de bestemmingsomschrijving van die bestemmingen waar deze aanduiding voorkomt is bepaald dat ter plaatse van die aanduiding de gronden (ook) bstemd zijn voor behoud en herstel van cultuurhistorische waardevolle panden. Verder is bepaald dat het ter plaatse van die aanduiding verboden is de bebouwing te slopen zonder Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk van een bouwwerk. Kort gezegd wordt deze vergunning alleen verleend wanneer de kosten van renovatie zo hoog zijn dat handhaven van het pand redelijkerwijs niet meer kan worden geëist. De aanvrager dient dit met een rapport van een deskundige aan te tonen.

De volgende objecten hebben de aanduiding 'karakteristiek' gekregen:

Kanaal Noord 1   Sophialaan 46  
Kanaal Noord 1.2   Spoorstraat 23  
Kanaal Noord 7/Polstraat 20   Spoorstraat 27/29 (Nettenfabriek, onderdelen schoorsteen, ketelhuis, bouwdeel waar nu de Fotovakschool is gevestigd en kantoor)  
Kanaal Noord 9/Polstraat 11   Spoorstraat 37  
Molendwarsstraat achter 55   Spoorstraat 49  
Molendwarsstraat 61   Stationsstraat 11  
Molenstraat-Centrum 236   Stationsstraat 13  
Molenstraat-Centrum 248-250/Sophialaan 71-73   Veldhuisstraat 13  
Molenstraat-Centrum 258-260   Veldhuisstraat 30-32  
Molenstraat-Centrum 262-264, bedrijfsgebouw op achtererf   Veldhuisstraat 35  
Sophialaan 38-40   Veldhuisstraat 52  

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-von1_0029.png"

Figuur 18 Situering objecten met aanduiding 'karakteristiek'