direct naar inhoud van 2.2 Milieuaspecten
Plan: Bestemmingsplan Woudhuizermark 100
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1099-onh1

2.2 Milieuaspecten

2.2.1 milieuzonering

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:

  • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
  • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Apeldoorn de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand.

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden.

De tabel geeft de relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype weer.

milieucategorie   richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk   richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied  
1   10 m   0 m  
2   30 m   10 m  
3.1   50 m   30 m  
3.2   100 m   50 m  
4.1   200 m   100 m  
4.2   300 m   200 m  
5.1   500 m   300 m  
5.2   700 m   500 m  
5.3   1.000 m   700 m  
6   1.500 m   1.000 m  

Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder.


Resultaten

bedekte teelt

De geldende afstanden volgens de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' voor de planologisch toegestane activiteitenvoor bedekte teelt zijn weergegeven in onderstaande tabel. Aangrenzend aan de planlocatie bevindt zich op het perceel Barnewinkel 21 een open grond kwekerij (substraat op doek) met kassen >2500 m2 glasoppervlak met gasverwarming.

Milieu-categorie   SBI-code   Omschrijving   Geur   Stof   Geluid   Veiligheid  
2   011, 012, 013   Tuinbouw: kassen met gasverwarming   10   10   30 - 1 stap =10
 
10  
2   0113   Tuinbouw: champignonkwekerij   30 - 1 stap
=10
 
10   30 -1 stap =10
 
10  
    Gebruik bestrijdingsmiddelen         25 #  
* gecorrigeerd conform bedrijven en milieuzonering 2009  
# Op basis van jurisprudentie (E03.95.1762) en TNO rapporten (TNO–Milieu en Energie, rapport nr. IMW-R92/304, 10-09-1992 en TNO en Centrum voor Milieukunde RU Leiden, TNO_MEP-R96/313a/CML rapport 133, 1996) is de geldende afstand tot woningen van derden voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor bedekte teelt 25 meter.  

De afstand van de bedekte teelt tot de nieuwe bedrijfswoning bedraagt circa 30 meter. Daarmee kan aan de gewenste afstand van 25 meter worden voldaan.

Open grondteelt

De onderstaande afstanden voor open grond teelt zijn wegens gebrek aan regels of richtlijn gebaseerd op jurisprudentie (kenmerken 200401868/1,200103400/1, 200305192/1).

Soort kwekerij   Omschrijving   Geur   Stof   Geluid   Veiligheid  
Fruitteelt   Toepassen bestrijdingsmiddelen         40 – 100  
Overige   Toepassen bestrijdingsmiddelen         30 – 50  

Kwekerij-gronden worden niet genoemd in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Op grond van de jurisprudentie wordt een afstand van 50 meter als spuitzone aanvaardbaar geacht, zij het dat de specifieke omstandigheden van een geval kunnen leiden tot het accepteren van een kleinere afstand.

Situatie Woudhuizermark 100

Er is reeds een bedrijfswoning op het perceel Woudhuizermark 100 gevestigd. De afstand van zowel de huidige woning als de nieuwe bedrijfswoning tot de gronden met een kwekerijbestemming bedraagt circa 20 meter. De afstand wordt door het toevoegen van een bouwmogelijkheid voor een tweede bedrijfswoning niet kleiner. In die zin wijkt de nieuwe situatie niet af van de bestaande.

Ondanks de bestaande situatie en het feit dat de afstand niet afneemt is op de gronden met de bestemming kwekerij met een zone van 30 meter rond de woningen een "milieuzone kwekerij" opgenomen om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat deze gronden tevens bestemd zijn voor bescherming van het woon- en leefmilieu van onder meer de naastgelegen (bedrijfs)woningen. Ter plaatse van de aanduiding "milieuzone kwekerij" is daarom voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor open teelt een aanlegvergunning noodzakelijk. Er geldt een uitzondering van deze aanlegvergunningplicht op het bestrooien van gronden of gewassen met bestrijdingsmiddelen voor open teelt waarvan het gebruik is toegestaan op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel voor open teelt wordt op basis van de genoemde wet toegelaten indien het gewasbeschermingsmiddel op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis, voldoende werkzaam is, geen onaanvaardbare uitwerking heeft op planten of plantaardige producten, geen onnodig lijden of pijn veroorzaakt bij te bestrijden gewervelde dieren, geen directe of indirecte schadelijke uitwerking heeft op de gezondheid van mens of dier via drinkwater, voedsel, voer of welke andere wijze dan ook of op het grondwater, en geen voor het milieu onaanvaardbaar effect heeft.

Door het gebruik van de bestrijdingsmiddelen te koppelen aan deze wetgeving kan een gezond woon- en leefklimaat worden gegarandeerd voor de tweede bedrijfswoning.

2.2.2 Wet bodembescherming

Op grond van artikel 9 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (verder: Bro) is de gemeente bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om onderzoek te doen naar de bestaande toestand van het plangebied en naar de mogelijke en wenselijke ontwikkeling daarvan. Bij dit onderzoek moet tevens de uitvoerbaarheid van het plan worden betrokken. Het beoordelen van de milieuaspecten vormt een belangrijk onderdeel van dit onderzoek. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening.

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid.

Resultaten

Voor het perceel Woudhuizermark 100 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door DHV, d.d. april 1995 met kenmerk Gho/HQVDR/AN-0536. Dit onderzoek is echter gedateerd en onvolledig voor wat betreft de oprichting van de tweede bedrijfswoning.

Het uitgevoerde bodemonderzoek geeft een indicatie van de kwaliteit van de grond. Uit deze indicatieve verouderde resultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met koper, lood, zink, PAK en minerale olie. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is matig verontreinigd met arseen en licht verontreinigd met fenolindex. Aangenomen wordt dat het verhoogde gehalte aan arseen een natuurlijke oorzaak heeft, aangezien dergelijke gehaltes vaker in Apeldoorn gemeten worden. Verder is op een deel van de locatie sprake van puin in de bodem, mogelijk afkomstig van een gesloopte schuur. Dit puin is in het bodemonderzoek niet onderzocht.

De bouwvergunning wordt verleend indien met zekerheid kan worden gesteld dat de bodem geschikt is voor de aangepaste bestemming. Derhalve wordt in deze vrijstelling de voorwaarde opgenomen dat ter plaatse van het perceel een vooronderzoek op basisniveau conform NVN 5725, een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd moeten worden.

2.2.3 Wet geluidhinder

In de Wet geluidhinder zijn regels opgenomen voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals bijvoorbeeld woningen) door het wegverkeer. Deze regels spelen bij het wijzigen van een weg en bij nieuwbouw van woningen, scholen en gezondheidsinstellingen.

Iedere weg heeft van rechtswege een zone. Uitzonderingen hierop zijn:

  • wegen gelegen binnen een tot woonerf bestemd gebied;
  • wegen waarop een wettelijke snelheid geldt van ten hoogste 30 km/h;

Bovengenoemde uitzondering van 30 km/u wegen is hier niet van toepassing. De rijksweg A50 en de Woudhuizermark zijn wel gezoneerd in het kader van de Wgh. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en of het binnen- of buitenstedelijke wegen zijn. De A50 is een buitenstedelijke weg en de Woudhuizermark binnenstedelijk met vier respectievelijk twee rijstroken. De zone is daarmee 400 respectievelijk 200 meter. Binnen deze geluidszone is men verplicht een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen.

Artikel 110g Wgh

De wet gaat ervan uit dat het verkeer in de toekomst stiller wordt. Daarom mag, voordat er getoetst wordt, van de berekende geluidsbelastingen ten hoogste 5 dB worden afgetrokken als het om verkeer gaat dat met een toegestane snelheid van minder dan 70 km/u of meer rijdt (zie artikel 110g van de Wgh).

De A50 heeft een maximaal toegestane snelheid van 120 km/u en de Woudhuizermark een maximaal toegestane snelheid van 50 km/u. In onderstaande tabel worden de resultaten met aftrek weergegeven.

Resultaten in dB, incl. aftrek ex art. 110g Wgh

Rekenpunt   Ten gevolge van   Geluidsbelasting (in dB)  
01 zuidgevel woning 1   A50   53  
05 zuidgevel woning 2   A50   52  
01 zuidgevel woning 1   Woudhuizermark   41  
05 zuidgevel woning 2   Woudhuizermark   41  

Ten gevolge van de Woudhuizermark wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Ten gevolge van de A50 wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wel overschreden. De maximale grenswaarde van 53 dB wordt echter niet overschreden. Om de overschrijdingen te reduceren tot aan de voorkeursgrenswaarde kunnen verschillende maatregelen bekeken worden.

Geluidsreducerend asfalt

Aangezien er op de A50 reeds ZOAB ligt kan met stiller asfalt een reductie van ongeveer 3 dB gehaald worden. De overschrijding ten gevolge van de A50 kan daarmee niet opgeheven worden. Bovendien zijn de kosten voor het aanleggen van stil asfalt niet in verhouding tot de bouwkosten van de woningen.

Afschermende maatregelen

Met geluidsschermen kan een reductie van maximaal 10 dB gehaald worden. De overschrijding ten gevolge van de A50 kan daarmee opgeheven worden. Schermen of grondwallen stuiten echter op financiële bezwaren.

Hogere grenswaarden en gevelisolatie

Met bron- en/of overdrachtsmaatregelen is het niet mogelijk of wenselijk om de geluidsbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. De bestemmingsplanwijziging naar wonen is alleen mogelijk indien Burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen voor de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeer. Voor de bedrijfswoningen aan de Woudhuizermark 100 is een verzoek voor een hogere grenswaarde ingediend bij burgemeester en wethouders. De publicatie van deze procedure loopt gelijktijdig met de publicatie van het ontwerp bestemmingsplan.

Het ontwerp van de beschikking Hogere Grenswaarde heeft gelijktijdig met het ontwerp van het bestemmingsplan van 4 september 2008 tot 14 oktober 2008 ter inzage gelegen. Naar aanleiding van de publicatie van de ontwerp-beschikking zijn geen zienswijzen ontvangen. De beschikking Hogere Grenswaarde is vastgesteld op 7 januari 2009.

2.2.4 Luchtkwaliteit

Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn wettelijke eisen vastgesteld in de Wet milieube-heer (hoofdstuk 5, titel 2), hierna te noemen: "Wet luchtkwaliteit'. De in deze wet opge-nomen regelgeving is een implementatie van de EU-richtlijn luchtkwaliteit in de Neder-landse wetgeving. Met deze eisen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelli-gen als ook de gewenste ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening doorgang laten vin-den. De wet geeft grenswaarden aan voor onder andere stikstofdioxide, fijn stof, ben-zeen, zenzo(a)pyeen, zwaveldioxide en koolmonoxide.


Bestuursorganen kunnen bevoegdheden zoals het vaststellen van bestemmingsplannen en het verlenen van vrijstellingen op grond van artikel 19 WRO uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat:

  • het bestemmingsplan c.q. de vrijstelling niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden;
  • de luchtkwaliteit als gevolg van het bestemmingsplan c.q. de vrijstelling per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft;
  • het bestemmingsplan c.q. de vrijstelling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen.


Bij ministeriele regeling (de Regeling Niet in betekenende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan c.q. het verlenen van een vrijstelling in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. De categorieën van gevallen zijn:

  • een kantoorlocatie die een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 33.333 m² omvat;
  • een kantoorlocatie met een gelijkmatige verkeersverdeling die een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 66.667 m2 omvat;
  • een woningbouwlocatie die netto niet meer dan 500 nieuwe woningen omvat
  • een woningbouwlocatie met een gelijkmatige verkeersverdeling die netto niet meer dan 1000 woningen omvat.


Op de locatie Woudhuizermark 100 is het derhalve niet noodzakelijk een onderzoek in te stellen naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit.

2.2.5 Externe veiligheid

Algemeen

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven. Ook kleinere bedrijven als LPG-tankstations, opslagen van bestrijdingsmiddelen, buisleidingen, transportactiviteiten en luchtverkeer zijn als potentiële gevarenbron aangemerkt.

Besluit externe veiligheid inrichtingen

Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Het Bevi heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken verplicht het Bevi gemeenten en provincies bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening afstand aan te houden tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicovolle bedrijven. Het Bevi regelt hoe gemeenten moeten omgaan met risico's voor mensen buiten een bedrijf als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een bedrijf. Daartoe legt het Bevi het plaatsgebonden risico vast en geeft het een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt.

Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt tengevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een Bevi-bedrijf geldt een verantwoordingsplicht voor de gemeente voor het toelaten van gevoelige functies.

Onderzoeksresultaten

In de nabijheid van Woudhuizermark 100 bevinden zich geen bedrijven die vallen onder de werkingssfeer van het Bevi. Het Bevi vormt geen belemmering voor de tweede bedrijfswoning.