direct naar inhoud van 5.4 Cultuurhistorie
Plan: Bestemmingsplan Beekbergen en Lieren
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1090-von1

5.4 Cultuurhistorie

5.4.1 Cultuurhistorische analyse

In juli 2009 is een cultuurhistorische analyse opgesteld. De beschrijving van de analyse is verwerkt in hoofdstuk 3. Hieronder zijn de aanbevelingen opgenomen. De Cultuurhistorische analyse is als bijlage bij de toelichting opgenomen.

Aanbevelingen

Op basis van de cultuurhistorische analyse worden de volgende aanbevelingen gedaan.

Algemeen

De landschappelijke diversiteit en de bijbehorende structuur- en ruimtebeelden moeten worden gekoesterd. Dat wil zeggen, de ‘landschappelijke’ kenmerken van de enk, het beekdal, de dorpen en het bos op zichzelf én in hun onderlinge samenhang herkenbaar houden. Vooral aan deze bijzondere verscheidenheid ontlenen Beekbergen en Lieren hun ontstaansgeschiedenis en identiteit. De streekeigen afwisseling in landschapstypen cq. de variatie in ecosystemen maakt deze omgeving interessant voor natuur en recreatieve ontwikkelingen. Per landschapstype dienen de specifieke eigen structuurelementen en architectonische beeldaspecten als uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen (zie verderop). De bestaande landschappelijke eenheden enk, beekdal, dorpen en bos niet laten verbrokkelen of gelijkschakelen, maar juist in hun specifieke eigenheid heel laten en versterken.


Specifiek

Het herkenbaar en leesbaar houden van de enk, de coulissenrand en de bosrand. Geen zichtbare bebouwing in de bosrand. Geen bebouwing toevoegen op de open enk.

De grote structuur van de beek, broeklanden en boerderijen moet als geheel leesbaar blijven. De ruimte tussen de beek en de boerderijen en de boerderijen en de enk moeten gelaagd en transparant blijven. Binnen dit stelsel de bijzondere bebouwingstypologie in stand houden.

Een aantal bebouwingslinten in Lieren, zoals de Molenakker, de Molenberg en de Molenvaart heeft een zekere openheid bewaard, waardoor tussen bebouwing door steeds zicht is op de landerijen. Daardoor zijn er gelaagde doorzichten mogelijk over de onbebouwde weilanden heen van een bebouwingslint naar de volgende. Houdt de lucht erin, zorg ervoor dat voor- en achterkanten van de bebouwing en de daarmee samenhangende erfinrichting en afwisselend in beeld blijven.

Bomenrijen markeren over grote lengtes het verloop van de Oude Beek. De continuïteit van de bomenrijen moet worden gehandhaafd.

Het straatbeeld verandert door de verschillende positioneringen van de boerderijen; soms is het breed, stenig en robuust dan weer smal en groen. Een aaneenrijging van stenige knopen afgewisseld door de begroeiing van de landjes tussen de bebouwing.

Door de transformatie tot woonhuizen zijn aan de voorkant van sommige oude boerderijen inmiddels formele voortuinen aangelegd. Wat meestal voor het straatbeeld een welkome verrijking betekent oogt hier, in deze eerder functioneel en informeel ingerichte straat, ontypisch. De afwisseling van brede stenige voorerven en informele groene landjes in het straatbeeld moet worden gekoesterd.

De geleidelijke, gelaagde overgang van het lommerrijke gebied aan de oostkant van het dorp naar de openheid van de enk moet worden gekoesterd. Houd het zichtbare verschil tussen de noord- en zuidrand van de enk overeind: de massieve bosrand in het zuiden versus de meer transparante en coulisseachtige rand in het noorden. De monumentale bomenrijen zijn onmisbare bouwstenen in de ruimtelijke ordening van het enken- en dorpslandschap. Ze scheiden het grootse open landschap van het kleinere, bebouwde landschap. Maar ze verbinden ook het kleine met het grote; ze omlijsten het kleine. Ze maken de ruimte gelaagd en schilderachtig.

Er zijn in het bestemmingsplangebied een aantal panden met aanzienlijke cultuurhistorische waarde. Deze komen waarschijnlijk niet in aanmerking voor de status van beschermd monument, maar zijn vanwege hun waarde wel belangrijk om te behouden. Daarom komen deze in de toekomst mogelijk in aanmerking om in het bestemmingsplan beschermd te worden bijvoorbeeld door middel van een aanduiding of een dubbelbestemming. Nader onderzoek moet uitwijzen of dit het geval is.

Het gaat om panden op de volgende adressen:

  • Arnhemseweg 515
  • Dorpsstraat 47
  • Hietveldweg 13
  • Kerk Allee 6
  • Kerkeveld 10
  • Koningsweg 5
  • Koningsweg 45
  • Lierderstraat 6
  • Molenvaart 16-20
  • Molenvaart 30
  • Molenvaart 33
  • Voorste Kerkweg 1

Concreet leidt dit tot de volgende uitgangspunten die voor de cultuurhistorie van belang zijn:

  • behoud openheid van beekdal en enk;
  • behoud open ruimtes tussen Beekbergen en bosrand;
  • behoud houtwallen langs de beek;
  • behoud karakteristieke oude dorpslinten met losse en gevarieerde bebouwing met voortuinen en doorzichten;
  • behoud karakteristieke agrarische linten met losse en gevarieerde bebouwing met doorzichten, deels met achterzijde en verhard bedrijfserf naar straat gericht;
  • behoud sterke samenhang van gelaagd landschap met hoge integrale cultuurhistorische en landschappelijke waarden aan de oostzijde van Lieren;
  • handhaven afgezonderd karakter Hoogeland;
  • maatwerk voor monumenten en karakteristieke panden zoals genoemd in CHA.
5.4.2 Monumenten

In onderstaande tabel zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten binnen het plangebied weergegeven.

Status   Straatnaam   Huisnr.   Plaats  
Rijksmonument   Arnhemseweg   504   Beekbergen  
Rijksmonument   Arnhemseweg   506   Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Dorpstraat   15-15a   Beekbergen  
Rijksmonument   Dorpstraat   33   Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Dorpstraat   82-84   Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Dorpstraat   140   Beekbergen  
Rijksmonument   Kerkweg   35   Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Koningsweg   20   Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Lierderstraat   36   Lieren  
Gemeentelijk monument   Loenenseweg   2   Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Loenenseweg   44   Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Loenenseweg z.n. (muziektent)       Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Molenvaart   bij 29   Lieren  
Gemeentelijk monument   Molenvaart   34   Lieren  
Gemeentelijk monument   Molenvaart   36   Lieren  
Gemeentelijk monument   Molenvaart   47-49   Lieren  
Gemeentelijk monument   Tullekensmolenweg   33-35   Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Tullekensmolenweg   80   Lieren  
Gemeentelijk monument   Tullekensmolenweg   92   Lieren  
Gemeentelijk monument   Van Limburg Strirumweg   13   Beekbergen  
Gemeentelijk monument   Van Limburg Strirumweg   20   Beekbergen  
5.4.3 Naoorlogs erfgoed

De naoorlogse objecten en ensembles zijn in 2006 meegenomen in het kader van het project Inventarisatie naoorlogs erfgoed. De inventarisatie is een verkenning van interessante, kenmerkende bebouwing of stedenbouwkundige opzet uit de naoorlogse periode van Apeldoorn. Deze inventarisatie wordt de komende jaren nader onderzocht, waarbij objecten af zullen vallen en van andere objecten de waarde meer gespecificeerd wordt (naar architectonisch, stedenbouwkundig en cultuurhistorisch). Uiteindelijk wordt een selectie van waardevolle panden en complexen, de kerncollectie, aan de gemeentelijke monumentenlijst toegevoegd of wellicht op een andere wijze beschermd. Op dit moment wordt hierover binnen de gemeente Apeldoorn nagedacht waarbij ook het bestemmingsplan als instrument kan worden ingezet.

5.4.4 Regeling voor cultuurhistorie in bestemmingsplannen

De Rijks- en gemeentelijke monumenten zijn niet op de verbeelding aangegeven, net als bij eerder opgestelde actualiserende bestemmingsplannen. Voor deze systematiek is gekozen omdat de monumenten een eigen beschermingsregime hebben via een vergunningensysteem. Het opnemen van specifieke bestemmingen of aanduidingen voor de monumenten zou betekenen dat van iedere mutatie in het monumentenregister een bestemmingsplanherziening in gang moet worden gezet om het bestemmingsplan actueel te houden. Dit wordt niet doelmatig geacht. Daar waar vanuit de cultuurhistorie behoud van bestaande ruimtelijke structuren en/of gebouwen gewenst is, is de bestaande situatie precies bestemd, bijvoorbeeld door bouwvlakken strak om bestaande bouwmassa's te leggen of door de bestaande bouwhoogte en dakvorm precies over te nemen. Dit is onder andere het geval langs de historische linten zover daarmee niet bestaande rechten worden weg genomen.

Mede vanwege de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg van het ministerie van OC&W wordt binnen Apeldoorn nagedacht of de wijze waarop cultuurhistorische waarden in het voorontwerpbestemmingsplan zijn vastgelegd nog vragen om nader aanscherping.

5.4.5 Archeologische waarden

In de ontwikkeling van het agrarische cultuurlandschap van de Veluwe zijn op hoofdlijnen drie fasen te onderscheiden. In de eerste fase ontstonden akkers voor tijdelijk gebruik door verbranding van het oerbos. Dit was een bosgericht landbouwsysteem. In de tweede fase ontwikkelden de boeren het potstalsysteem, waarbij plaggenbemesting langdurig voor vruchtbare akkers zorgden. Dit was een heidegericht landbouwsysteem. Door de toenemende behoefte aan nieuw akkerland en weidegronden verplaatsten de agrarische nederzettingen zich in de vroege middeleeuwen van de stuwwal naar de lager gelegen stuwwalflanken, als een krans rond het Veluwemassief. Deze nederzettingen, waaronder Beekbergen en Lieren, worden flankesdorpen genoemd. In de derde betrekkelijk jonge fase leidde de introductie van kunstmest tot de ontginning van de heidevelden en broekgronden.

In het huidige agrarische cultuurlandschap van Beekbergen en Lieren zijn fragmenten van de laatste twee fasen nog steeds duidelijk herkenbaar. Het open akkercomplex en de enkwal zijn relicten van het heidegericht landbouwsysteem die kenmerkend zijn voor een flankesdorp. De rationele verkavelingsstructuren van de ontginningen zijn tekenen van het recente landbouwsysteem.

De vroegste ontstaansgeschiedenis van Beekbergen en Lieren ligt grotendeels verborgen onder de grond en is nog niet opgegraven. Vanwege de gunstige ligging en goede bewoonbaarheid wordt in de dekzandruggen een hoge dichtheid aan archeologische resten verwacht. Aangenomen wordt dat veel dekzandruggen ook al in de prehistorie aantrekkelijke vestigingslocaties waren. De archeologische verwachting is er daarom hoog.

De oudste bouwlanden zijn ontstaan op de overgang van de hoge naar de lage gronden, op de plek waar de bodem geschikt was voor akkerland. Deze enken hebben zich gevormd door langdurige toepassing van plaggenbemesting. De archeologische resten liggen veelal goed geconserveerd onder het dikke enkdek. De archeologische verwachting is er daarom hoog. De enken zijn veelal niet aangetast door moderne landbouwtechnieken, maar in het gebied tussen Beekbergen en Lieren wel door ruilverkavelingsactiviteiten in de jaren vijftig van de twintigste eeuw.

De gemeente Apeldoorn beschikt over een gemeentelijke archeologische beleidskaart. Deze archeologische beleidskaart, zoals hierna weergegeven, geeft inzicht in welke mate de kans bestaat om archeologische resten in de bodem aan te treffen. Afhankelijk van de afzonderlijke trefkansen is bepaald welk beleid van toepassing is bij bodemingrepen.

Op deze archeologische beleidskaart zijn de terreinen en locaties met een monumentenstatus aangegeven. In Beekbergen en Lieren is dat alleen de grafheuvel aan het Herenhul in Engeland (2850-800 v. Chr.). Daarnaast is in drie kleuren aangegeven waar respectievelijk een hoge (oranje), een middelmatige (geel) en een lage trefkans (groen) op archeologische resten wordt verwacht. De inschatting met een hoge trefkans is vooral gerelateerd aan de ligging van de dekzandruggen. Verder is het enkenlandschap aangegeven met een donkerrode contour omdat archeologische resten in het es- of akkerdek vaak goed zijn geconserveerd. Tussen de dorpen zijn twee kleine terreinen van archeologische waarde in licht blauw aangegeven. Tot slot zijn op de kaart met arceringen enkele terreinen met verstoringen aangegeven (ophogingen, afgravingen, vergravingen, egalisaties).

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1090-von1_0032.png"

Archeologische waardenkaart Beekbergen en Lieren.

Voor gebieden met een hoge trefkans is bij ruimtelijke ontwikkelingen archeologisch onderzoek verplicht. Voor een middelmatige trefkans is een archeologisch bureauonderzoek verplicht. Afhankelijk van de uitkomsten kan veldonderzoek verplicht worden. Bij gebieden met een lage trefkans is een archeologische quickscan vereist. Afhankelijk van de resultaten wordt vervolgonderzoek aanbevolen. Voor alle soorten trefkans is altijd het streven naar behoud van de archeologische waarden.

In het bestemmingsplan is opgenomen voor welke gebieden bij toekomstige ontwikkelingen een archeologisch onderzoek dient te worden verricht. De waardevolle gebieden zijn op de verbeelding zodanig bestemd en van een regeling in de regels voorzien.