direct naar inhoud van 4.1 Inleiding
Plan: Bestemmingsplan Beekbergen en Lieren
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1090-von1

4.1 Inleiding

Het bestemmingsplan voor Beekbergen Lieren is vooral een actualisatieplan. De geldende bestemmingsplannen voor Beekbergen en Lieren inclusief diverse herzieningen zijn verouderd en moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening worden herzien.


Tegelijkertijd ligt er voor Beekbergen en Lieren de opgave om de komende 15 jaar in totaal ca. 400 woningen te bouwen. In de structuurvisie zijn bouwlocaties aangegeven. In dit hoofdstuk wordt nader ingezoomd op deze locaties en de manier waarop ermee in het voorontwerpbestemmingsplan wordt omgegaan.


DE LOCATIES

Een groot deel van het programma wordt gerealiseerd op uitbreidingslocaties, waarbij aansluiting bij de bestaande ruimtelijke structuur van het gebied, waarvan de dorpen deel uitmaken, van wezenlijk belang is. Een klein deel van het programma wordt gerealiseerd door kleinschalige invullingen in de dorpen, door functieverandering van bedrijfsbebouwing, door een enkele kleinschalige invulling in linten en door functieverandering in het buitengebied.


De locaties zijn in de Structuurvisie Beekbergen en Lieren (2010) aangewezen en verder uitgewerkt. Het gaat om:

  • drie uitbreidingslocaties in Beekbergen: Ruitersmolenweg, Vier Dorpen, Kerkeveld;
  • een kleine invulling in Beekbergen in het lint aan de Holleweg;
  • drie uitbreidingslocaties in Lieren: Veldbrugweg/Nieuwe Voorweg, Lierdererf en Molenakker/Molenvaart;
  • vier inbreidingslocaties in Beekbergen: De boerderij, De kerk, Klein Canada en Bergbeek;
  • één inbreidingslocatie in Lieren: Coöperatie.


afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1090-von1_0024.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1090-von1_0025.png"

De locaties worden in de volgende paragrafen per dorp kort besproken. Per locatie wordt aangegeven hoeveel woningen er naar verwachting gebouwd zullen worden. Het gaat hierbij om een inschatting op basis van de huidige inzichten. Er kunnen zich de komende jaren omstandigheden voordoen waardoor op een van de locaties minder woningen worden gerealiseerd die op een andere locatie extra gebouwd worden wanneer hier vanuit stedenbouwkundig, cultuurhistorisch en volkshuisvestelijk oogpunt aanleiding toe is.

DE WIJZE VAN BESTEMMEN

Of een locatie wordt opgenomen in dit voorontwerpbestemmingsplan hangt af van een aantal voorwaarden. Ontwikkelingen waarvoor de planologische procedure inmiddels is afgerond of waarvan de procedure in vergevorderd stadium is, zijn opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. Ontwikkelingen waarvoor de planologische procedure nog niet is gestart worden alleen opgenomen wanneer deze zo concreet zijn dat met ontwikkelende partijen contracten zijn afgesloten en overeenstemming bestaat over het programma van eisen. Bovendien moet zijn aangetoond dat de beoogde ontwikkeling uitvoerbaar is. Per locatie wordt aangegeven of hiervan sprake is. Er zijn er drie mogelijkheden:

  • De beoogde ontwikkeling wordt met een uitgewerkte bestemming in het voorontwerpbestemmingsplan opgenomen;
  • De beoogde ontwikkeling wordt met een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Dit betekent dat de geldende bestemming weliswaar gehandhaafd blijft, maar dat mogelijk wordt gemaakt dat het college van Burgemeester en Wethouders de bestemming kunnen wijzigen wanneer voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Zo kan worden volstaan met een wijzigingsprocedure en hoeft geen zelfstandige bestemmingplanprocedure doorlopen te worden. Wel moet op een aantal aspecten (geluid, ecologie) met onderzoeken nu al inzicht gegeven worden in de uitvoerbaarheid;
  • De beoogde ontwikkeling wordt niet in het voorontwerpbestemmingsplan opgenomen. Te zijner tijd zal een bestemmingsplanprocedure worden doorlopen die specifiek is toegesneden op de beoogde ontwikkeling. Onderzoeken ten behoeve van de uitvoerbaarheid zijn dan pas aan de orde.


Voor de beoogde ontwikkellocaties die niet in het voorontwerpbestemmingsplan worden opgenomen wordt in de volgende planfase (het ontwerpbestemmingsplan) opnieuw bekeken of er aanleiding is deze met een uitgewerkte bestemming op te nemen.

Wanneer dit niet het geval worden deze niet in het bestemmingsplan Beekbergen en Lieren mogelijk gemaakt maar in een zelfstandig bestemmingsplan. Hiermee wordt voorkomen dat nu al concrete kaders worden neergelegd voor locaties die wellicht over vijf of tien jaar pas ontwikkeld worden. Bovendien is de tijdswinst qua procedure van een planwijziging sinds inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening op 1 juli 2008 ten opzichte van zelfstandige bestemmingsplanprocedure maar zo'n twee maanden.


HET WONINGBOUWPROGRAMMA

Insteek van het woningbouwprogramma voor Beekbergen en Lieren is het toevoegen van aantrekkelijke dorpse woonmilieus. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat er ca. 400 woningen verdeeld over de beide dorpen bijgebouwd zullen worden. De groepen starters op de woningmarkt en ouderen hebben hierbij speciale aandacht. Ook zal er ruimte zijn voor zorg.

De aandacht voor starters vertaalt zich in een woonprogramma met 20% sociale huur en 10% sociale koop. Naast het sociale programma zal er een evenwichtig programma over de verschillende vrije sector categorieën tot stand moeten komen. Hierbij wordt uitgegaan van een programma van 10% vrije sector 1, 20% vrije sector 2, 20% vrije sector 3 en 20% vrije sector 4. Hierbij worden de prijzen gehanteerd conform het dan geldende woningbouwprogramma.

De segmentering van het woningbouwprogramma geldt voor de netto toe te voegen woningvoorraad. Het uitgangspunt is dat er een evenwichtig programma voor de verschillende ontwikkellocaties tot stand komt.

Er kunnen echter ruimtelijke argumenten zijn om op de ene locatie meer of minder goedkope woningen in het sociale segment te realiseren. Wanneer er op een andere locatie minder sociale woningbouw gerealiseerd wordt dan het programmatische uitgangspunt van 30% dan zal dit op een andere locatie gecompenseerd moeten worden. Dit uitgangspunt is vastgelegd in de structuurvisie met de regeling deficit sociaal. Deze regeling houdt in dat de eigenaar/ontwikkelaar die op grond van ruimtelijke argumenten niet het beoogde aantal goedkope woningen kan realiseren hiervoor een bijdrage betaalt. Deze bijdrage wordt aangewend om elders meer sociale woningbouw te realiseren.

Voor vrijwel alle locaties geldt dat er cultuurhistorische en landschappelijke waarden in het geding zijn. Daarom is grote aandacht vereist voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

Voor de inbeidingslocaties geldt dat in het ontwerp, en met name de bouwhoogte rekening moet worden gehouden met de invloed op het aangrenzende landschap van de enk en het beekdal. Ook hier is zorgvuldige landschappelijk inpassing vereist.