direct naar inhoud van 3.4 Groenstructuur
Plan: Bestemmingsplan Beekbergen en Lieren
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1090-von1

3.4 Groenstructuur

Er is een duidelijk verschil in de rol die landschap en groen spelen in de ruimtelijke structuur van beide dorpen. Daar waar landschap en dorp in Lieren schijnbaar vloeibaar in elkaar overlopen kent Beekbergen grotere contrasten tussen bebouwd gebied en buitengebied, landschap en dorp.


BEEKBERGEN

Binnen Beekbergen is er een sterke verweving tussen bebouwing en landschap zichtbaar aan de zuidzijde van de historische kern. Het overgangsgebied naar het bosgebied van de Veluwe vormt hier een fijnmazig geheel van oude wegen, bosstroken, houtwallen en open akkers en weilanden. De losheid en grotere maten van kavels en de ruimtelijke impact van het bos zijn hierbij bepalend voor het beeld.


Ten noorden van de historische kern langs de Kerkweg zijn dorp en landschap meer los van elkaar liggende eenheden. De grote uitbreidingswijk kent wel een eigenstandige groenstructuur met het Freule Hartsenpark als groene kern maar deze structuur is niet georiënteerd op of gebaseerd op het onderliggende landschapspatroon. Door deze heldere scheiding tussen dorp en landschap ontstaat echter ook een eigen kwaliteit waarbij de begrenzingen van de open enk en het besloten beekdal bij Beekbergen sterker beleefbaar zijn als verschillende landschappelijke eenheden. Het beekdal is daarbij een half-open gebied waarbij opgaande aan de beek gekoppelde groenstructuren beeldbepalend zijn. Ten westen van Beekbergen is het landschap eveneens half open waarbij het niet zozeer wegbeplantingen maar erf- en kavelbeplantingen aangevuld met kleine boscomplexen zijn die ervoor zorgen dat het gebied ruimtelijk als kleinschalig wordt beleefd. De oostelijk gelegen enk ontleent zijn landschappelijke waarde vooral aan de openheid en het contrast dat daardoor ontstaat met de beslotenheid van dorp, bos en beekdal. Beplanting ontbreekt dan ook met uitzondering van kleinschalige elementen op erven of op kruisingen van wegen.


Binnen het dorp is vooral binnen de noordelijke wijk sprake van een groenstructuur die op de schaal van het dorp een betekenis heeft. Het park speelt een belangrijke rol als verbindende groenstructuur tussen de kern en het noordelijke buitengebied. De invulling is echter geïnspireerd op het tijdsbeeld waarbinnen ook de wijk is gerealiseerd en is daarmee eerder een autonoom element dan een landschappelijke verankering. Vanuit het park zijn verbindingen in de wijk gelegd en de vele woonstraten kennen allen hun eigen groenstructuur bestaande uit bomenrijen van verschillende soorten.


Bijzonder element binnen Beekbergen zijn de instellingsterreinen die niet alleen qua bebouwing afwijken maar vaak door het aanwezige groen ook groene enclaves binnen de omgeving zijn. Veelal is de invulling landschappelijke geïnspireerd maar is de invulling sterk naar binnen gericht.


Binnen het dorp zijn tot slot waardevolle restanten zichtbaar van de oorspronkelijke boombeplantingen langs de historische lijnen van de Kerkweg (oost-west), de Arnhemse weg (noord-zuid) en andere. Bijzonder hierbinnen zijn de relicten van de oude Kerkepaden zoals de forse boomstructuur van de Kerkallee en de Papenberg.


LIEREN

In Lieren is de groenstructuur dorpser van karakter dan in Beekbergen. Het groen in het dorp bestaat voornamelijk uit de groene bermen en graslandjes. Het aanwezige groen is dan ook eerder onderdeel van het landschap dan dat het formeel ontworpen elementen zijn in straten.

Op de schaal van het dorp is de opgaande beplanting rondom de beek het meest structurerend. In het dorp zelf is de groenstructuur volledig opgebouwd uit erf- en tuinbeplantingen aangevuld met incidentele open grasveldjes met kleine boomgroepen of bomenrijen.


De wegen vanuit de enk en het beekdal komen samen in het dorp Lieren. Door verdichtingen zijn de wegen in het dorp dan ook in hun inrichting iets geformaliseerd maar nog steeds met een uitgesproken dorps en informeel karakter. Alle wegen in het dorp (m.u.v. het Lierdererf) kennen dezelfde dorpse profielopbouw van een a niveau oplossing zonder stoepen maar met smalle goten en eveneens smalle grind of grasbermen. Inritten zijn individueel vormgegeven waarbij materiaal van de erven vaak tot aan de weg doorlopen. Formele parkeerplaatsen ontbreken bijna volledig. De verschillen tussen dorpsweg en beekdalweg is minimaal en zonder harde overgangen. De geleidelijke verdunning van (lint)bebouwing is bepalend voor het gevoel in het buitengebied dan wel in het dorp te zijn, niet de inrichting van de openbare ruimte zelf.


Het kanaal en de beide parallelwegen zijn een zelfstandige landschappelijke groenstructuur. Voor het ruimtelijk beeld is vooral de forse wegbeplanting van Amerikaanse eik onderscheidend van de beplantingen die verder in het buitengebied voorkomen.