direct naar inhoud van Artikel 17 Recreatie - Recreatiewoning
Plan: Bestemmingsplan Beekbergen en Lieren
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1090-von1

Artikel 17 Recreatie - Recreatiewoning

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Recreatiewoning' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verblijfsrecreatie, met uitsluiting van overnachting in kampeermiddelen;
  • b. recreatiewoningen;
  • c. nutsvoorzieningen,

met de daarbij behorende bouwwerken en parkeervoorzieningen.

17.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 30 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema.

bebouwing   Maximale oppervlakte   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
gebouwen en overkappingen   65m2   3 m   6 m   - maximaal 8 recreatiewoningen in het bouwvlak toegestaan;
- uitsluitend vrijstaande recreatiewoningen toegestaan;
- bij recreatiewoningen mogen geen bijgebouwen worden gebouwd.  
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen       overkappingen: 3 m;
terrein- en erfafscheidingen: 2 m;
overig:2 m.  
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van de naar de straat of openbaar verblijfsgebied georiënteerde geven(s) bedraagt ten hoogste 1 m.  
17.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing binnen het bestemmingsvlak teneinde de bebouwing in een compacte eenheid te situeren, voor zover dit noodzakelijk wordt geacht voor een landschappelijk, cultuurhistorisch en stedenbouwkundig aanvaardbare en verantwoorde inpassing in de omgeving.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 36opgenomen procedureregels van toepassing.

17.4 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 17.2 bepaalde voor het ten behoeve van de privacy oprichten van een tuin- of erfafscheiding tot een hoogte van 2m voor de voorgevelrooilijn bij recreatiewoningen, indien dit met het oog op sociale- en verkeersveiligheidsredenen en het in het plan beschreven stedenbouwkundige beleid aanvaardbaar is.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 36.1 opgenomen procedureregels van toepassing.