direct naar inhoud van Artikel 16 Recreatie - Recreatiewoning
Plan: Bestemmingsplan Beekbergen en Lieren
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1090-ont1

Artikel 16 Recreatie - Recreatiewoning

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Recreatiewoning' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verblijfsrecreatie, met uitsluiting van overnachting in kampeermiddelen;
  • b. recreatiewoningen;
  • c. nutsvoorzieningen,

met de daarbij behorende bouwwerken en parkeervoorzieningen.

16.2 Bouwregels

Naast de algemene bouwregels van artikel 29 gelden de specifieke regels van het navolgende bebouwingsschema, waarbij geldt dat de in het schema voorkomende verwijzingen verwijzen naar de in lid 16.4 genoemde afwijkingen.

Bebouwing   Maximale oppervlakte   Maximale goothoogte   Maximale bouwhoogte   Bijzondere regels  
Gebouwen en overkappingen   65 m2   3 m   6 m   - per bestemmingsvlak met de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoning' is één recreatiewoning toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen'
- bij recreatiewoningen mogen geen bijgebouwen worden gebouwd  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen       2 m   - de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van de recreatiewoning of het verlengde daarvan bedraagt ten hoogste 1 m (16.4)  

16.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing binnen het bestemmingsvlak teneinde de bebouwing in een compacte eenheid te situeren, voor zover dit noodzakelijk wordt geacht voor een landschappelijk, cultuurhistorisch en stedenbouwkundig aanvaardbare en verantwoorde inpassing in de omgeving.

Op het stellen van nadere eisen zijn de in artikel 37 opgenomen procedureregels van toepassing.

16.4 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in lid 16.2 bepaalde voor het ten behoeve van de privacy oprichten van een tuin- of erfafscheiding tot een hoogte van 2 m voor de voorgevelrooilijn bij recreatiewoningen, indien dit met het oog op sociale- en verkeersveiligheidsredenen en het in het plan beschreven stedenbouwkundige beleid aanvaardbaar is.