direct naar inhoud van 3.4 Natuurwaarden
Plan: Bestemmingsplan Polderweg Sportterrein
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1082-onh1

3.4 Natuurwaarden

Het sportpark is aangelegd in het begin van de jaren '80 van de vorige eeuw en bestaat uit een serie sportvelden die van elkaar gescheiden zijn door houtsingels, bosjes, waterpartijen en sloten/greppels.

In het kader van de flora- en faunawet wordt beoordeeld of er beschermde planten en diersoorten in het gebied voorkomen en of er een ontheffing voor de bestemmingsplanwijziging dient te worden aangevraagd.

De singel langs de Polderweg bestaat uit aangeplante es, eik en berk. Het betreft hier de enige singel in dit sportveldencomplex met een zekere natuurwaarde. Dit komt doordat de singel vrij breed is en daardoor minder te lijden heeft van het dumpen van houtchips en blad. Hier is een zekere bosontwikkeling zichtbaar. Het bosje is ca 30 jaar oud en is onderdeel van de beplanting van het Sportpark de Maten. Dit hele complex is reeds eerder onderzocht in 2007 ('quickscan sportpark De Maten'). Dit rapport is in de bijlagen opgenomen.

De beoogde toegang aan de Polderweg is, gezien de houdbaarheid van een basisnatuurtoets, nogmaals bezocht op 20 april 2010. Het bosje heeft het karakter van een houtwal en bestaat ter hoogte van de beoogde inrit uit esdoorns in de boomlaag. In de struiklaag hazelaar, kornoelje, beuk, gewone vogelkers, meidoorn en opslag van sleedoorn. De ondergroei bestaat uit stikstofminnende soorten zoals gewone berenklauw, grote brandnetel, kleefkruid, kruipende boterbloem, gewone koekoeksbloem. Ook zoomplanten als look zonder look,dolle kervel, fluitenkruid en gewoon nagelkruid. Op één plek, wrsch. direct naast de ingang, ook wilde aardbei. Op de wat lichtere plekken langs het pad pinksterbloem en Jacobskruiskruid.

In de singels rond het sportpark broeden uitsluitend algemene vogelsoorten, zoals merel, houtduif, ekster, zanglijster, heggenmus, winterkoning, groenling, vink, roodborst en turkse tortel. Aan muizensoorten zijn de bosmuis, veldmuis, huismuis, rosse woelmuis en huisspitsmuis aangetroffen. Andere waargenomen kleine zoogdiersoorten in dit park zijn bruine rat, mol en konijn. De houtsingels worden gebruikt als jachtgebied voor de dwergvleermuis. Aan amfibieën komt alleen de gewone pad en de bruine kikker voor. Beide soorten planten zich voort in de vijvers en in de kwelsloot langs het fietspad aan de zuidzijde van het gebied. Het gebied is rijk aan algemene vlindersoorten, zoals bont zandoogje, koolwitje, atalanta, en kleine vos. Het voorkomen van de sleedoornpage is hier niet onmogelijk, gezien de stabiele populatie van deze soort in het Matenpark en op andere plekken in zuid. Deze soort kon echter niet worden vastgesteld.

Er zijn geen plant- of diersoorten die op de rode lijst staan of in groep 2 of 3 van de Flora- en faunawet genoemd worden, dit met uitzondering van de dwergvleermuis en het rapunzelklokje. Het is mogelijk dat deze vleermuissoort een vaste verblijfplaats heeft in één van de sportaccommodaties. Het rapunzelklokje groeit hier ver buiten zijn verspreidingsgebied en moet dus als adventiefplant worden beschouwd. Deze soort is en wordt nog steeds uitgezaaid in nieuwe of beschadigde bermen.