direct naar inhoud van 2.4 Gemeentelijk beleid
Plan: Bestemmingsplan Bedrijventerrein Ecofactorij
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1071-ont1

2.4 Gemeentelijk beleid

In februari 2002 heeft de gemeenteraad het structuurplan voor het stedelijk gebiedvastgesteld. In het structuurplan zijn de ambities van de stad voor de langere termijn (tot 2020) geformuleerd.

De Ecofactorij is in het structuurplan als bestaand bedrijventerrein opgenomen, het gebied wat begrensd wordt door de Zutphensestraat, Woudhuizermark en rijksweg A50 maakt deel uit van de Groene Mal.

Duurzaamheid is als rode draad opgenomen in het structuurplan. Het concept van de “energie neutrale” stad zal binnen 15 à 20 jaar kunnen worden gerealiseerd. De belangrijke duurzame energieopties die dit perspectief aan Apeldoorn geven zijn biomassaverbranding en vergassing, wegdek-, wind- en zonne-energie.

In de Strategische Economische Beleidsvisie uit 2000 staan de belangrijkste uitgangspunten en ambities voor het economische beleid van Apeldoorn tot 2020. Voor verschillende economische sectoren zijn gedetailleerde uitvoeringsplannen gemaakt. Als ambitie kiest Apeldoorn voor verdere economische ontwikkeling. Speerpunten zijn:

  • een evenwichtige economische basis behouden;
  • de productiestructuur verbreden (clusterspecialisatie);
  • de kwaliteit van toerisme en recreatie verbeteren;
  • de binnenstad en vier wijkcentra versterken;
  • de plattelandseconomie verstevigen.

Wat betreft de Ecofactorij is opgenomen dat de mogelijkheid bekeken zal worden of de Ecofactorij binnen de duurzaamheidsprincipes geschikt te maken is voor bedrijven met een ruimtebehoefte van minder dan drie hectare en voor bedrijven uit andere bedrijfscategorieen, zoals bijvoorbeeld logistieke bedrijven.

Het gemeentelijk groenbeleid is neergelegd in de Groene Mal (oktober 2002), dat het groene kader is waarbinnen andere ruimtelijke functies een plaats krijgen.

Door middel van de Groene Mal wil Apeldoorn zich profileren als groene stad waar het goed wonen en werken is. Meer vulling, differentiatie en contrast in de stad is gewenst, maar dan wel met behoud van de groene identiteit die Apeldoorn tot een gewilde vestigingsstad maakt. Deze identiteit moet duurzaam worden gegarandeerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1071-ont1_0003.jpg"

Behoud en versterking van het groen in Apeldoorn heeft dus een hoge prioriteit. In de Groene Mal zijn doelstellingen geformuleerd die gericht zijn op drie niveaus.

Het eerste niveau is gericht op de verweving van de stad met het landschap.

Het tweede niveau is de verbinding van de stad met het omringende landschap. Aan de oostzijde zijn het de groene wiggen, geconcentreerde groencomplexen die de stad vanuit het landelijke gebied binnenlopen. Via recreatieve routes nodigen ze bewoners uit tot recreatie in de directe omgeving. In omgekeerde richting ontstaat een trek van de natuurlijke bewoners vanuit het buitengebied de stad in.

Het derde niveau is de dooradering van de stad met blauwe en groene structuren, door middel van het sprengen- en bekensysteem alsmede het complex van bos- en bomenlanen met daaraan gelegen parken.

De Groene Mal richt zich bij de ontwikkeling van deze gebieden expliciet op zeven belangrijke groene structuren in de stad. Dit zijn de beken, de sprengen, de kanaalzone, de lanen, de parken, de grote groengebieden en de groene wiggen.

Eén van de grote groengebieden aan de oostzijde van de stad betreft Landgoed Woudhuis. Het landgoed is nu al toegankelijk en heeft reeds betekenis als uitloopgebied voor de oostelijke stadsbewoners. Het wordt redelijk veel gebruikt, maar ligt nu nog erg geisoleerd. Vanaf dat groengebied is één van de groene wiggen voorzien, de groene wig Zonnehoeve, waarmee een verbinding wordt gevormd tussen het landgoed en de stad. Deze wig krijgt een bosachtige uitstraling met op verschillende plekken grasland. De Zutphensestraat vormt deel van de lanenstructuur.

De nota I-cultuur is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 februari 2006. Kern van de nota is dat cultuurhistorie van essentieel belang is voor de identiteit van Apeldoorn. De kwaliteiten van de woonwijken, de binnenstad, de dorpen en het afwisselende buitengebied gelden als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen. Cultuurhistorie levert bouwstenen aan om ruimtelijke projecten mogelijk te maken met behoud van identiteit. Hiervoor wordt een cultuurhistorische analyse van een gebied gemaakt. Daarmee ontstaat inzicht in de aanwezige (boven- en ondergrondse) cultuurhistorische waarden. Naast het vastleggen van kennis over landschap, geomorfologie, stedenbouw, archeologie en architectuur geeft de analyse aanbevelingen over de inzet van deze waarden in nieuwe ontwikkelingen. Bij de nota horen een archeologische en een cultuurhistorische beleidskaart.

De archeologische beleidskaart doet op perceelsniveau een uitspraak over de trefkans van archeologische resten. De trefkans kent drie gradaties:

  • Hoge trefkans: bij ruimtelijke ontwikkelingen is archeologisch onderzoek verplicht. Gestreefd wordt naar behoud van archeologische waarden.
  • Gemiddelde trefkans: bij ruimtelijke ontwikkelingen is archeologisch bureauonderzoek verplicht, afhankelijk van de uitkomsten kan veldonderzoek verplicht worden. Gestreefd wordt naar behoud van archeologische waarden.
  • Lage trefkans: bij ruimtelijke ontwikkelingen is een archeologische quick-scan vereist, afhankelijk van de resultaten wordt vervolgonderzoek aanbevolen. Behoud van archeologische waarden wordt aanbevolen.

Op de cultuurhistorische beleidskaart staat de mate waarin de cultuurhistorische waarden een rol zullen spelen bij ruimtelijke plannen. De attentiewaarde kent drie gradaties:

  • Hoge attentiewaarde: bij ruimtelijke ontwikkelingen is cultuurhistorisch onderzoek verplicht. Gestreefd wordt naar behoud, herstel en versterking van de cultuurhistorische waarden.
  • Gemiddelde attentiewaarde: bij ruimtelijke ontwikkelingen is cultuurhistorisch bureauonderzoek verplicht. Gestreefd wordt naar behoud, herstel en versterking van de cultuurhistorische waarden.
  • Lage attentiewaarde: bij ruimtelijke ontwikkelingen is een cultuurhistorische quick-scan naar objecten verplicht. Aanbevolen wordt om cultuurhistorische waarden te behouden, herstellen en te versterken.

In de nota is vastgelegd dat gebieden met de hoogste cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan een beschermende regeling krijgen.

Het overheidsbeleid richt zich op het stimuleren van vormen van duurzame energie-opwekking, waarmee de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de daarmee gepaard gaande uitstoot van CO2 wordt teruggedrongen. Het verbranden van fossiele brandstoffen als steenkool en aardolie brengt de uitstoot van CO2 met zich mee. De grote hoeveelheden CO2 van de afgelopen decennia hebben samen met andere gassen het zogenaamde broeikaseffect teweeg gebracht: de temperaturen stijgen en het klimaat verandert. De gevolgen hiervan leiden tot grote problemen zoals bijvoorbeeld de stijging van de zeewaterspiegel.

Duurzame energiebronnen (zon, wind, biomassa, waterkracht) zijn nodig om de emissies van broeikasgassen te reduceren en in te spelen op de eindigheid van fossiele brandstoffen. De Europese Unie (EU) heeft besloten dat de uitstoot van CO2 in 2050 met ongeveer 80 % verminderd moet zijn. Als lid van de EU werkt Nederland hier aan mee en heeft zich als doel gesteld dat er in 2020 sprake moet zijn van 30% minder CO2-uitstoot, 20% energiebesparing en 20 % duurzame energie.

De uitgangspunten van duurzame ontwikkeling binnen de Gemeente Apeldoorn zijn vastgelegd in de nota's “Apeldoorn ontwikkelt Duurzaam, Aanpasbaar en Flexibel” (DAF-nota) en “Apeldoorn Duurzaam, zo doen we dat hier”, en in diverse collegebesluiten, waaronder die over het BANS-klimaatprogramma. De ambities ten aanzien van duurzaamheid in Apeldoorn zijn hoog. Een belangrijk uitgangspunt bij deze duurzame ontwikkeling vormt het besluit van de gemeenteraad van Apeldoorn om als stad energieneutraal te zijn in 2020.

Bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid wordt bijvoorbeeld gestreefd naar een optimale energie-infrastructuur, waarbij duurzame bronnen als wind- en zonne-energie en bodemwarmte zoveel mogelijk worden benut. Daarnaast worden nieuwe energiebesparende technieken ingezet. Het herstellen van de natuurlijke waterhuishouding van stad en landschap is eveneens van belang, ondermeer door het vasthouden van (regen)water in het stedelijk gebied.

De uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer zijn vastgelegd in de in 2005 vastgestelde nota 'Werken aan water; Apeldoorns waterplan 2005-2015'. Dit waterplan zal ook als basis dienen voor de voor veel ruimtelijke projecten wettelijk verplichte watertoets.

Artikel 12a van de Woningwet verplicht alle gemeenten om een welstandsnota vast te stellen. Die welstandsnota moet, in de vorm van beleidsregels, criteria bevatten voor de welstandstoetsing.

Om te voldoen aan deze verplichting heeft de gemeenteraad in juli 2004 de kadernota 'Over welstand geschreven' vastgesteld. De nota geeft de kaders voor het welstandsbeleid. Hiermee worden bouwplannen getoetst aan redelijke eisen van welstand, om de fraaie leefomgeving in de stad te behouden en te versterken.

In deze nota wordt voor ieder perceel in Apeldoorn één welstandsthema en één welstandsniveau aangewezen. Het niveau geeft aan hoeveel welstandsaandacht de gemeente aan een gebied geeft, waarbij de niveaus variëren van zwaar tot welstandsvrij. Het thema wordt bepaald door de bouwstijl of bouwperiode van de bebouwing. In het bestemmingsplan wordt het specifieke karakter van het gebied geregeld voor zover dit gaat om bebouwingsregels en gebruik. Het welstandsbeleid is hierop aanvullend en heeft betrekking op situering, massa en vorm, gevelkarakteristiek en detaillering, kleur en materiaalgebruik.

In samenhang met dit bestemmingsplan is een gebiedsgericht welstandsbeleid opgesteld.

Het gemeentelijk verkeersbeleid is vastgelegd in de Verkeersvisie 2010 – 2020 (vastgesteld juli 2009). Hierin heeft de gemeente een aantal doelen vastgesteld. De gemeente wil de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid behouden en liefst nog vergroten.

De gemeente faciliteert alle vervoerswijzen en probeert de kennis van de reiziger over de verschillende mogelijkheden te vergroten. Het doel voor verkeersveiligheid is een reductie van 35% van het aantal ongevallen in 2020 ten opzichte van 2002. Om dit doel te bereiken wordt ingezet op het veiliger en herkenbaarder maken van de infrastructuur en gedragsbeïnvloeding van de verkeersdeelnemers.

Het autoverkeer wordt gebundeld op hoofdwegen. De hoofdwegen verbinden stadsdelen met elkaar, met de snelwegen en met de rest van de wereld.

De gemeente streeft goede voetgangersvoorzieningen na. De gemeente blijft inzetten op goede fietsenstallingen en fietsdoorstroomassen: snelle aantrekkelijke fietsroutes, waar je als fietser snel, comfortabel en veilig kunt fietsen. Alle inwoners van Apeldoorn moeten gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. De bus speelt hierin een belangrijke rol.

Er worden drie categorieën hoofdwegen onderscheiden: de Ring, de radialen en de centrumring en de overige hoofdwegen. De Ring is de belangrijkste verdeler van het verkeer in de stad. Het autoverkeer krijgt hier de hoogste prioriteit. De radialen en de centrumring hebben als doel het bieden van een snelle route naar en om het centrum heen. Naast de hoofdwegen zijn er de verblijfsgebieden. In verblijfsgebieden wordt voornamelijk gewoond. In het buitengebied wordt het verkeer ook gebundeld op een aantal hoofdwegen waar een maximum snelheid geldt van 80 km per uur.

De parkeernormen zijn vastgesteld in de Parkeernota (geactualiseerd oktober 2004).