direct naar inhoud van 5.1 Milieuaspecten
Plan: Bestemmingsplan Regentesselaan herinrichting weg
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1059-onh1

5.1 Milieuaspecten

5.1.1 Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, geluid en luchtkwaliteit, voorzover hier relevant voor de herinrichting van een bestaande weg, waarvan het tracé niet wordt verlegd of verbreed, of anderszins de capaciteit voor gemotoriseerd verkeer niet wordt vergroot.

5.1.2 Bodem

In het kader van de onderzoeksplicht van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart gebracht te worden. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. In de Handreiking bestemmingsplannen (Van streekplan naar bestemmingsplan, december 2002) hebben Gedeputeerde Staten aangegeven in welke gevallen bodemonderzoek vereist is en aan welke eisen het onderzoek moet voldoen. Één van de vereisten is dat bodemonderzoeken niet meer dan 5 jaar oud mogen zijn.

Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de bouwvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. In de praktijk worden deze onderzoeken vaak gecombineerd.

Hiernaast geldt dat de gemeente Apeldoorn bevoegd gezag is in het kader van het Bouwstoffenbesluit. In het Bouwstoffenbesluit wordt hergebruik van licht verontreinigde grond mogelijk gemaakt. De gemeente Apeldoorn heeft hiervoor beleid opgesteld dat is vastgelegd in een bodemkwaliteitskaart en een bodembeheersplan.


Onderzoeksresultaten

Vanwege het voornemen tot herinrichting en het gedeeltelijk vervangen van het gemeentelijk hoofdriool zijn voor het gebied de volgende onderzoeken uitgevoerd:

  • Historisch bodemonderzoek Koninginnelaan en Regentesselaan te Apeldoorn (21 januari 2009, documentnr. 99044800), Grontmij;
  • Historisch onderzoek Regentesselaan te Apeldoorn (21 januari 2009, documentnr. 99044801), Grontmij;
  • "Verkennend en aanvullend bodemonderzoek diverse straten in de Parkenbuurt te Apeldoorn", kenmerk 99048118, 24 juni 2009, Grontmij;
  • "Verkennend bodemonderzoek Regentesselaan (traject tussen de Canadalaan en Emmastraat)", kenmerk 99048667, 17 juli 2009, Grontmij.

Deze stukken zijn opgenomen in Bijlagen 3, 4 en 5 van de Toelichting.

Daar waar alleen herinrichting van de weg plaatsvindt is de grond tot 1 meter -/- mv onderzocht. Daar waar het hoofdriool wordt vervangen is de grond tot 3 meter -/- mv onderzocht en is tevens het grondwater onderzocht. Zowel in de grond als in het grondwater van het onderzoeksgebied zijn geen (d.w.z. gehalten lager dan achtergrondwaarde) of lichte verontreinigingen (gehalten tussen de achtergrondwaarde en de toetsingswaarde) vastgesteld. Op grond hiervan wordt geconstateerd dat er geen milieuhygiënische belemmering is voor de realisatie van de beoogde bestemmingswijziging.

5.1.3 Geluidhinder

Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidbronnen waarmee bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Het plangebied is gelegen binnen de invloedssfeer van een verkeersweg, maar buiten die van spoorlijnen en industrieterreinen. Derhalve wordt alleen het wegverkeerslawaai beschouwd.

Wegverkeerslawaai

In het algemeen zal men bij wegaanpassingen een akoestisch onderzoek in moeten stellen naar de optredende geluidsverschillen tussen de situatie voorafgaand aan de realisatie en de situatie na realisatie. De geluidsbelasting mag volgens de Wgh namelijk niet meer dan, afgerond, 2 dB toenemen in de nieuwe situatie.

De meeste wegen hebben van rechtswege een zone. Zo ook het deel van de Regentesselaan tussen de Deventerstraat en de Canadalaan. De overige genoemde wegen zijn 30 km/u wegen en zijn daarmee niet gezoneerd in het kader van de Wgh. Deze wegen zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel in het onderzoek meegenomen.

Er is overigens pas sprake van reconstructie in de zin van de Wgh, als de geluidsbelasting in de toekomst hoger is dan de voorkeursgrenswaarde (Lden) van 48 dB, incl. aftrek ex art. 110g Wgh. Indien dit het geval is, moet er bovendien een geluidstoename ten opzichte van de huidige situatie zijn van 1,5 dB of meer.


Onderzoeksresultaten

Uit de akoestische inventarisatie, uitgevoerd door de gemeente Apeldoorn (d.d. 26-08-2009, opgenomen in de Bijlagen 6 t/m 12 van de Toelichting) blijkt het volgende.

Voor de 30 km/u wegen komt de geluidsbelasting niet boven de 48 + 1,5 dB uit, waardoor er geen sprake is van reconstructie in de zin van de Wgh. Voor de Regentesselaan is evenmin geen sprake van reconstructie in de zin van de Wgh.

Realisatie van de aanpassingen is daarmee mogelijk in het kader van de Wgh.

5.1.4 Luchtkwaliteit

Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn grenswaarden opgenomen in de Wet milieubeheer. Door de wetswijziging van 15 november 2007 is geen luchtonderzoek meer nodig voor plannen of activiteiten die slechts een beperkt effect hebben op de luchtkwaliteit.

In de Ministeriële Regeling "Niet in betekenende mate bijdragen" zijn deze situaties vastgelegd. Dit betreft:

  • woningbouwprojecten met minder dan 500 woningen en één ontsluitingsweg;
  • woningbouwprojecten met minder dan 1.000 woningen en twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling;
  • kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van maximaal 33.333 m² en één ontsluitingsweg;
  • kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van maximaal 66.667 m² en twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.


Verder is een bepaalde combinatie van wonen en kantoren mogelijk zonder nader onderzoek en is de onderzoeksplicht voor bepaalde inrichtingen vervallen.

Onderzoeksresultaten

De aanpassingen leiden niet tot meer verkeer waardoor de luchtkwaliteit niet verslechtert. Hieruit volgt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt, waardoor voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen).