direct naar inhoud van Artikel 7 Algemene bouwregels
Plan: Bestemmingsplan Regentesselaan herinrichting weg
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1059-onh1

Artikel 7 Algemene bouwregels

7.1 Algemene regels
  • a. De bebouwing dient te voldoen aan de maatvoering- en overige aanduidingen en aan het bepaalde in het bij de desbetreffende bestemming behorende bebouwingsschema.
  • b. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen bouwvlakken, tenzij in deze regels anders is bepaald.
  • c. Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken die ten dienste staan van de bestemming.
  • d. Ter plaatse van de aanduiding 'monumentale boom' dient de afstand van bebouwing tot het hart van de als zodanig aangewezen boom ten minste 10 meter te bedragen.
  • e. In afwijking van het in dit lid onder b bepaalde is ondergronds bouwen in het gehele plangebied, zowel binnen als buiten het bouwvlak, toegestaan voor het tot stand brengen van ruimten die een functionele eenheid vormen met en dienstbaar zijn aan woon- en werkfuncties zoals (huishoudelijke) bergruimten, parkeerruimten en fietsenstallingen, alsmede fiets- en voetgangerstunnels.
  • f. Daar waar in dit plan is bepaald dat de gronden tevens mogen worden gebruikt voor nutsvoorzieningen mogen bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen worden opgericht, met dien verstande dat -indien het gebouwen betreft- de inhoud niet meer dan 60 m3 en de goothoogte niet meer dan 4 meter bedraagt, en -indien het bouwwerken, geen gebouwen zijnde betreft- de oppervlakte niet meer dan 10 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 4 meter bedraagt.
  • g. Voor zover legaal gebouwde (delen van) bouwwerken op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan niet voldoen aan de in het plan genoemde maten gelden de dan aanwezige maten, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als vervangende regel.
7.2 Ontheffing van de algemene regels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor het verkleinen van de in lid 7.1 onder d genoemde afstand tot ten minste 5 meter uit het hart van de boom, mits zulks geen negatieve gevolgen heeft voor de boom.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 10 opgenomen procedureregels van toepassing.

7.3 Afdekking van gebouwen
7.3.1 Afdekbepaling

Ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' dient het gebouw vanaf de aangegeven goothoogte plat te worden afgedekt met een dakvlak, waarvan de eventuele helling niet meer mag bedragen dan 15 graden, met dien verstande dat geringe overschrijding van de (denkbeeldige) 15 gradenlijn door gedeelten van ondergeschikte bouwdelen is toegestaan.

7.3.2 Aanwezige afwijkende afdekking

Voorzover een (deel van een) gebouw op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan niet voldoet aan de onder 7.3.1 voorgeschreven afdekking geldt de dan aanwezige afdekking, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als vervangende regel.

7.3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afdekking van gebouwen, voor zover dit noodzakelijk is in verband met het stedenbouwkundig beeld zoals dat in het plan is beoogd.

7.3.4 Ontheffing

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder 7.3.1 bepaalde, voor zover dit geen onevenredige afbreuk doet aan het stedenbouwkundig beeld zoals dat door het aangeven van een goothoogte en/of bouwhoogte is beoogd.

Op het verlenen van ontheffingen zijn de in artikel 10 opgenomen procedureregels van toepassing.