direct naar inhoud van 6.8 Recreatie
Plan: Buitengebied Het Woud
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1052-ont1

6.8 Recreatie

6.8.1 Recreatiebestemmingen

In het plangebied komen beperkt recreatieve functies voor. Er zijn twee campings aanwezig. Beide campings zijn bestemd voor recreatieve doeleinden. Het oprichten van bebouwing is alleen mogelijk binnen het bouwvlak. Dit om een verspreiding aan gebouwen te voorkomen.

Een uitbreiding van de bebouwing is mogelijk tot maximaal 20% (totaal maximaal 375 m2), zoals in paragraaf 6.7.1 is toegelicht.

6.8.2 Kamperen

Uitgangspunt voor het bestemmingsplan is het gemeentelijke kampeerbeleid (zie paragraaf 2.5.7). Een positieve bestemming wordt alleen toegekend aan bestaande, legale kampeerlocaties. Nieuwvestiging of uitbreiding van kampeerterreinen wordt niet geregeld in het bestemmingsplan. Initiatieven hiertoe worden, aan de hand van de kampeernota en overig relevant beleid, specifiek afgewogen en, voorzover aanvaardbaar, ingepast middels een nieuw bestemmingsplan.

Kleinschalig kamperen (minicampings of 'kamperen bij de boer', maximaal 25 standplaatsen) wordt onder voorwaarden mogelijk gemaakt bij zowel agrarische bedrijven als woningen. De voorwaarden richten zich onder meer op de bescherming van eventueel aanwezige waarden in een gebied en het voorkomen van onevenredige hinder voor aanwezige functies in de omgeving. Kamperen is alleen mogelijk in de periode 15 maart tot en met 31 oktober. Er wordt geen extra bebouwing toegestaan. Een sanitairunit moet worden geplaatst binnen de toegestane gebouwen.

6.8.3 Extensief recreatief medegebruik

Extensief recreatief medegebruik houdt in dat een gebied mede kan/mag worden benut voor wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, skaten, etc. Het uitgangspunt is om dit rechtsreeks mogelijk te maken binnen de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Natuur', tenzij dit vanwege bijzondere omstandigheden niet mogelijk is.

Overigens betekent een dergelijke medebestemming niet dat een gebied ook vrij toegankelijk is. De eigenaar van de gronden is degene die bepaald of de geboden mogelijkheden uit het bestemmingsplan ook daadwerkelijk benut kunnen worden.

6.8.4 Paardenbakken

Bij de bewoners en gebruikers van het buitengebied bestaat een toenemende belangstelling voor het houden van paarden. Dit betekent dat ook de behoefte aan paardenbakken toeneemt. Omdat paardenbakken een “rommelige” uitstraling kunnen hebben, zijn deze niet overal toegestaan. Binnen het agrarisch bouwvlak of binnen het bestemmingsvlak 'Bedrijf' of 'Maatschappelijk' is maximaal één paardenbak mogelijk ten behoeve van een hobbymatig gebruik. Via een afwijkingsmogelijkheid is het mogelijk om de paardenbak buiten het bouwvlak, maar wel in de nabijheid van de bebouwing op te richten. Hierbij dient de paardenbak binnen een maximale afstand van 75 m van het bijbehorende agrarisch bouwvlak te liggen en op een zorgvuldige manier in het landschap te worden ingepast, bijvoorbeeld door afschermende gebiedseigen beplanting (behalve als het om een gebied gaat met waardevolle openheid). Het oprichten van een paardenbak is niet mogelijk in de bestemming 'Natuur'. Daarnaast wordt 50 m als minimale afstand tussen een paardenbak en een (bedrijfs)woning van derden gehanteerd. Deze maat wordt, ter bescherming van het woongenot van derden, als minimale maat noodzakelijk geacht.

Stapmolens, paddocks, longeercirkels en andere 'paardgerelateerde' voorzieningen kunnen nodig zijn bij bedrijven waar paarden bedrijfsmatig worden gehouden. Omdat dit bij burgerwoningen niet het geval is, zullen dergelijke voorzieningen voor een hobbymatig gebruik worden uitgesloten.