direct naar inhoud van 5.2 Landbouw
Plan: Buitengebied Het Woud
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1052-ont1

5.2 Landbouw

Het gebied heeft een belangrijke functie voor de landbouw. Het merendeel van buitengebied kent een agrarisch grondgebruik. Het bestemmingsplan dient het agrarisch gebruik te behouden en waar mogelijk ontwikkelingsmogelijkheden bieden. De agrarische productiegronden krijgen daarom de bestemming "Agrarisch". Daarbij moet echter wel rekening worden gehouden met het geldend beleid, wetten en regels, zoals onder meer het Reconstructieplan.

In principe worden aan alle typen agrarische bedrijvigheid uitbreidingsmogelijkheden geboden, met uitzondering van intensieve veehouderij en glastuinbouw.

Voor intensieve veehouderij gelden de regels van de reconstructiewetgeving. In het verwevingsgebied is geen nieuwvestiging van intensieve veehouderijen op een nieuw agrarisch bouwvlak toegestaan. Uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijen is mogelijk tot maximaal 1 ha.

Gelet op het belang van de openheid als landschappelijke waarde, is het ongewenst dat deze wordt aangetast door nieuwe glastuinbouwbedrijven. Hiervoor zijn in het provinciale beleid speciale concentratiegebieden aangewezen. Het plangebied is echter geen concentratiegebied.

In de vigerende bestemmingsplannen waren geen agrarische bouwvlakken opgenomen, maar werd gebruikt gemaakt van een "verbale" regeling. Op basis van landelijke afspraken over de vormgeving en digitalisering van bestemmingsplannen is het nu echter verplicht om agrarische bouwvlakken op te nemen.

De grootte van de agrarische bouwvlakken is van verschillende factoren afhankelijk, onder andere het type agrarisch bedrijf (vanwege het reconstructiebeleid), de huidige bedrijfsomvang en de aanwezige bebouwing en verharding. Alle bestaande bebouwing en verharding wordt in principe binnen het agrarisch bouwvlak opgenomen (de agrarische bedrijfswoning, de bedrijfsgebouwen, erfverharding, mestsilo's, kuilvoerplaten, etc.).

Niet alleen de omvang van het agrarisch bouwvlak is bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden, maar ook of er nevenfuncties kunnen worden toegelaten, en zo ja, om welk soort functies gaat het en in welke omvang. Daarbij dient aansluiting te worden gezocht op het beleid van de Regio Stedendriehoek. Nevenfuncties zullen onder voorwaarden mogelijk worden gemaakt.

Als gevolg van de beƫindiging van agrarische bedrijven zullen de komende jaren steeds meer agrarische bedrijfsgebouwen leeg komen te staan. Om te voorkomen dat hierdoor verval en leegstand ontstaat, is sloop en/of hergebruik van vrijkomende agrarische panden gewenst. In paragraaf 6.2.7wordt hier nader op ingegaan.