direct naar inhoud van 4.6 Externe veiligheid
Plan: Buitengebied Het Woud
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1052-ont1

4.6 Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt.

Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe hanteren het Bevi en het externe veiligheidsbeleid ten aanzien van transportassen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

  • het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt.
  • het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt tengevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een Bevi-bedrijf geldt een verantwoordingsplicht voor de gemeente voor het toelaten van gevoelige functies.

Beleidsvisie Externe Veiligheid Apeldoorn

In juli 2008 is de beleidsvisie Externe Veiligheid Apeldoorn vastgesteld. Uitgangspunt van deze beleidsvisie is dat nieuwe risicobronnen alleen nog zijn toegestaan op de grote industrieterreinen, met uitzondering van propaantanks in het buitengebied. Nieuwe risicobedrijven die onder het Bevi vallen kunnen door middel van een afwijking van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt op de grote industrieterreinen. Als voorwaarde geldt wel dat de PR 10-6 contour (plaatsgebonden risico) zich niet buiten de inrichtingsgrens van het nieuwe bedrijf mag bevinden en dat het invloedsgebied voor het groepsrisico niet verder reikt dan de grens van het industrieterrein. Daarnaast is in de beleidsvisie bepaald dat het groepsrisico ten gevolge van een risicobron niet groter mag zijn dan één maal de oriëntatiewaarde.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Bevi. Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

In het plangebied zijn drie BEVI-bedrijven aanwezig.

Adres   Inrichting  
Voorsterweg 147   verkooppunt motorbrandstoffen met LPG  
Rijksweg A50   verkooppunt motorbrandstoffen met LPG  
Rijksweg A50   verkooppunt motorbrandstoffen met LPG  

In verband met het conserverende karakter van het bestemmingsplan), is een groepsrisico verantwoording niet noodzakelijk. De PR-10-6 wordt op de plankaart opgenomen.

Transport van gevaarlijke stoffen over water, spoor en weg

Voor de beoordeling van de risico's vanwege het transport van gevaarlijke stoffen dient op dit moment de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen te worden gehanteerd. Op dit moment wordt echter wel gewerkt aan nieuwe wet- en regelgeving, met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet.

Binnen het plangebied zijn verschillende transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gelegen, te weten: de rijkswegen A1 en A50 (autosnelweg) en de provinciale wegen Klarenbeekseweg en Kanaal Zuid. De PR 10-6-contour op basis van de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is voor zover bekend niet aanwezig.

Gelet op het conserverende karakter van de bestemmingsplanherziening zal de bevolkingsdichtheid niet toenemen en een berekening en verantwoording van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen

In het zuid-oosten van het plangebied is een ondergrondse buisleiding voor het transport van brandbare vloeistoffen van Defensie gelegen. Voor deze leiding moet tenminste een zakelijke rechtstrook van 5 meter aangehouden worden vanaf het hart van de leiding aan beide zijden. Een veiligheidszone langs de transportleiding voor brandbare vloeistoffen van de (K1,) K2 en K3 categorieën is op basis van de gegevens van de risicokaart niet noodzakelijk.