direct naar inhoud van 3.6 Landbouw
Plan: Buitengebied Het Woud
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1052-ont1

3.6 Landbouw

Voor gegevens over de agrarische sector in Apeldoorn is gebruik gemaakt van de StatLine Database van het Centraal bureau voor de Statistiek. De cijfers zijn per gemeente beschikbaar. Het is dus niet mogelijk om uitsluitend de gegevens van de agrarische bedrijven uit het plangebied te bekijken. De meest recente gegevens van het CBS stammen uit 2009. Deze gegevens zijn aangevuld met specifiekere gemeentelijke informatie, afkomstig uit het provinciale Web-BvB (2011).

Aantal agrarische bedrijven in de gemeente

In de gehele gemeente Apeldoorn (dus niet uitsluitend het plangebied) is het aantal landbouwbedrijven afgenomen. In het jaar 2000 waren er nog 862 bedrijven, in 2004 waren er 709 bedrijven en in 2009 was dit aantal gedaald tot 596 agrarische bedrijven.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van het aantal en type agrarische bedrijvigheid binnen de gemeente.

Type bedrijf   2000   2002   2004   2006   2008   2009  
Akkerbouw   288   251   235   222   213   202  
Vollegrondstuinbouw   39   42   41   28   25   24  
Glastuinbouw   26   21   21   21   17   15  
Graasdierbedrijven   401   357   345   329   314   304  
Hokdierbedrijven   108   81   67   57   58   51  
Totaal   862   752   709   657   610   596  

Tabel 3.1: Agrarische bedrijven in Apeldoorn

In de gehele gemeente komen met name akkerbouw, graasdierbedrijven en hokdierbedrijven voor. Alle typen agrarische bedrijven zijn in vergelijking met het jaar 2000 in aantal afgenomen.

  • Graasdierbedrijven: Opvallend aan de gegevens over de veestapel van graasdierbedrijven is dat het "reguliere" vee in aantal is afgenomen. Het gaat dan om melk- en fokvee en vlees- en weidevee. Ook het aantal schapen en geiten is afgenomen. Bijzonder is dat het aantal paarden en pony's is toegenomen (van 777 stuks in 2000 naar 877stuks in 2008). Dit is geheel in overeenstemming met de landelijke trend van de "verpaarding" van het landschap. Door meer vrije tijd en meer bestedingsruimte neemt de vraag naar paarden toe. Dit leidt ertoe dat er meer paardenbedrijven in het landelijk gebied komen (paardenfokkerijen), maar ook het hobbymatige gebruik door particulieren is sterk in opkomst.
  • Hokdierbedrijven: Het aantal hokdieren is met name afgenomen als het om kippen gaat. In 2000 waren er 542.002 kippen bij hokdierbedrijven. In 2008 waren dit er nog maar 322.685. Bij vleeskalveren is een diverser beeld waarneembaar: het aantal vleeskalveren is iets toegenomen van 29.928 in 2000 naar 30.919 in 2008. Voor vleesvarkens (20 kg en meer) is er juist sprake van een afname van 33.443 stuks in 2000 naar 26.601 vleesvarkens in 2008. In het algemeen kan worden aangenomen dat de hokdierbedrijven door de strenge regels op milieu- en dierenwelzijngebied onder druk staan. Dit betekent dat deze bedrijven veelal in het verleden noodgedwongen zijn gestopt. De overgebleven hokdierbedrijven proberen hun bedrijfsvoering te continueren door het aantal dierplaatsen te verruimen (meer dierplaatsen bij minder bedrijven, oftewel schaalvergroting).
  • Akkerbouw: Alhoewel het aantal akkerbouwbedrijven in de gemeente Apeldoorn is afgenomen, is het areaal aan akkerbouwgrond toegenomen (schaalvergroting). In 2000 was 1.943 ha grond in gebruik bij akkerbouwbedrijven, in 2008 was dit toegenomen naar 2.028 ha. De belangrijkste akkerbouwgewassen in de gemeente in 2008 waren groenvoedergewassen zoals maïs (1.462 ha) en granen (326 ha).

Veehouderijen in het plangebied

Op basis van omgevingvergunninggegevens voor de Activiteitenbesluit milieu dan wel op basis van melding ingevolge het Activiteitenbesluit is de volgende tabel opgesteld met betrekking tot de veehouderijen in het plangebied.

Type veehouderij   Aantal bedrijven < 20 nge   Aantal bedrijven >= 20 nge   Gemiddelde omvang bedrijven >= 20 nge  
geiten   ---   1   132  
leghennen   ---   1   76  
melkrundvee   12   36   114  
overig pluimvee   1   ---   n.v.t.  
paarden   2   3   37  
schapen   1   ---   n.v.t.  
vleeskuikens   ---   2   156  
vleesvarkens   ---   3   97  
vleesvee   5   6   81  
zeugen   ---   5   118  
totaal   21   57   ---  

Tabel 3.2: Veehouderijen in het plangebied (2011)

Opvallend is dat het merendeel van de veehouderijen in het plangebied uit melkrundveebedrijven bestaan. Op de tweede en derde plaats staan de vleesveebedrijven en de zeugenhouderijen. Dit zijn tevens de bedrijven met de grootste bedrijfsomvang (>100 nge) en hebben in het algemeen goede toekomstperspectieven. Dit zijn grote, moderne agrarische bedrijven, waarvan mag worden verwacht dat de bedrijfsvoering de komende planperiode wordt voortgezet.

Er zijn 21 veehouderijbedrijven met een zeer beperkte omvang (tot 20 nge). In deze situatie is de omvang dusdanig beperkt dat de agrarische activiteiten niet (meer) bedrijfsmatig worden uitgevoerd. Het gaat om "hobbyboeren", de agrarische activiteiten worden bij wijze van hobby uitgevoerd.

Vermeldenswaardig is dat er ongeveer 5 zeer grote veehouderijen in het plangebied bestaan (> 200 nge), en dat er zelfs één bedrijf is met omvang van meer dan 400 nge.

Verbrede landbouw

Verbrede landbouw houdt in dat het agrarisch bedrijf het inkomen aanvult met andere activiteiten, die vanuit de boerderij worden verricht. In het rapport van Alterra 'Bedrijfseconomische ontwikkelingen in de agrarische sector, Bestemmingsplannen buitengebied gemeente Apeldoorn' (2010) is hier onderzoek naar gedaan. In het zuidoostelijk deel van het buitengebied van de gemeente komen met name recreatie, stalling en productverkoop als nevenactiviteit voor.

Reconstructie

Het plangebied maakt onderdeel uit van Het Reconstructieplan Veluwe. Dit betekent dat bij wijziging van de agrarische bedrijfsvoering of bij uitbreiding van het intensieve agrarische bedrijf de regels uit het Reconstructieplan van toepassing zijn. In paragraaf 2.3.3 en 6.2.3wordt hier nader op ingegaan.

Toekomstige ontwikkelingen

De betekenis van markt- en beleidsontwikkelingen voor individuele landbouwbedrijven is onzeker. Op bedrijfsniveau zijn grofweg drie ontwikkelingsrichtingen te onderscheiden.

  • 1. Aan de ene kant zijn er bedrijven die zich richten op de wereldmarkt door te kiezen voor schaalvergroting en specialisatie (verdieping). Deze bedrijven proberen de kansen te benutten die ontstaan door de verdergaande liberalisering van het agrarische handelsverkeer. Het gaat vaak om grootschalige, kapitaal- en kennisintensieve bedrijven die kunnen produceren tegen lage kosten per eenheid product. Ook biologische landbouw is een vorm van verdieping.
  • 2. Daarnaast zijn er bedrijven die kiezen voor verbredingdoor de agrarische productie te combineren met andere bronnen van inkomsten zoals natuur- en landschapsbeheer, toerisme (dag- en verblijfsrecreatie), verwerking en verkoop aan huis of zorgtaken. De omvang van het agrarisch bedrijf is vaak te beperkt, of hun product te standaard, om te kunnen concurreren op de wereldmarkt. De verwachting is dat verbrede landbouw in de nabije toekomst verder zal toenemen.
  • 3. Een deel van de agrarische bedrijven zal de bedrijfsvoering niet kunnen of willen voortzetten. Met name de bedrijven zonder bedrijfsopvolging zullen stoppen. In de gemeente Apeldoorn waren er in 2000 van de 456 agrarische bedrijven maar 74 bekend met één of meer bedrijfsopvolgers. Een voortzetting van het agrarisch bedrijf kan in de toekomst een probleem worden.

Uit tabel 3.1 blijkt dat ook in Apeldoorn het aantal agrarische bedrijven afneemt. Dit betekent dat er sprake zal zijn van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB). In het algemeen blijft het voormalige bedrijfshoofd op de boerderij wonen. De stallen komen veelal leeg te staan of worden gebruikt door derden voor bijvoorbeeld opslagdoeleinden. Dit hergebruik kan echter ongewenste neveneffecten hebben, zoals een verkeersaantrekkende werking of verrommeling.

Behalve een hergebruik van de vrijkomende agrarische bebouwing kan het in sommige gevallen ruimtelijk wenselijk zijn dat de overtollige bebouwing wordt gesloopt. Wanneer een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing wordt gesloopt, kan ten compensatie de mogelijkheid worden geboden om een nieuwe burgerwoning op te richtten. Een dergelijke regeling wordt "Rood voor Rood" genoemd.