direct naar inhoud van 3.4 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Buitengebied Het Woud
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1052-ont1

3.4 Cultuurhistorie en archeologie

3.4.1 Archeologie

Op afbeelding 3.5 is een uitsnede van de archeologische beleidskaart met de verwachte trefkans op archeologische resten binnen landschappelijke eenheden weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1052-ont1_0011.png"

Afbeelding 3.5: Uitsnede archeologische beleidskaart

De gemeente maakt het volgende onderscheid als het gaat om de archeologische trefkans.

  • Bij een hoge trefkans is bij ruimtelijke ontwikkelingen archeologisch onderzoek verplicht. Gestreefd wordt naar behoud van archeologische waarden.
  • Bij een middelmatige trefkans is bij ruimtelijke ontwikkelingen archeologisch bureauonderzoek verplicht. Afhankelijk van de uitkomsten kan veldonderzoek worden verplicht. Gestreefd wordt naar het behoud van archeologische waarden.
  • Bij een lage trefkans is bij ruimtelijke ontwikkelingen een archeologische quick-scan vereist. Afhankelijk van de resultaten wordt vervolgonderzoek aanbevolen. Het behoud van archeologische waarden wordt aanbevolen.
3.4.2 Cultuurhistorie
3.4.2.1 Cultuurhistorische analyse

Het bestemmingsplangebied Het Woud ligt in een zone met zowel hoge, middelhoge als lage attentiewaarden op de cultuurhistorische beleidskaart (zie paragraaf 2.5.5). Ter verfijning en aanvulling op de cultuurhistorische beleidskaart is in 2010 voor dit bestemmingsplangebied de Cul-tuurhistorische analyse Buitengebied Het Woud opgesteld. Deze is als bijlage 1 opgenomen bij deze toelichting op het bestemmingsplan. Hieronder is de inhoud van de cultuurhistorische analyse in het kort weergegeven voor zover relevant voor het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplangebied Het Woud ligt in de IJsselvallei. De IJsselvallei was grotendeels een nat gebied tussen de rand van het Veluwemassief en de zandige oeverwallen dichtbij de IJssel. De eerste bewoners van de vallei vestigden zich op de Veluwerand en de oeverwallen. Verschillende partijen drukten hun stempel op de ontginning van de IJsselvallei. De natte zandgronden ten westen van de oeverwal, die met een uiterst moeizame afwatering kampten, waren uitsluitend geschikt als grasland en bos.

Het plangebied kent een relatief recente ontwikkelingsgeschiednis, doordat het gebied pas in de 19de eeuw in cultuur werd gebracht. Tot 1800 kende het gebied vrijwel geen bebouwing en bestond het grondgebruik vrijwel enkel uit heide en hooilanden. Er is wel kans dat het gebied in een eerdere fase (voor de Middeleeuwen) werd bewoond, waarvan archeologische sporen kunnen resteren, met name op de hogere dekzandruggen.

Op de oostflank van het Veluwemassief ontspringen talrijke beken en sprengen (kunstmatig gegraven beken). In de Middeleeuwen ontstond hier nijverheid die gebruik maakte van het schone water en de waterkracht. Aan de Loenense Beek worden in de tweede helft van de 17de eeuw papiermolens gebouwd, aangejaagd door de heren van Kasteel Ter Horst. De Middelste Molen bestaat nog als historische papierfabriek, aangedreven door waterkracht en stoom. Thans functioneert het tevens als museum, en is het gebouw het enige rijksmonument in het gebied (naast een aantal gemeentelijke monumenten). De Achterste Molen bestaat thans nog in de vorm van een moderne kartonfabriek. Ten behoeve van de watermolens hebben de Beekbergse en de Loenense Beek in de loop der eeuwen een gekanaliseerde en opgeleide loop gekregen.

Tussen 1800 en 1870 neemt het aantal boerderijen in het gebied geleidelijk toe en worden met name op de rand tussen de hooilanden en de heidevelden terreinen ontgonnen tot akker. Met name langs Kostersweg, Klarenbeekseweg, De Dalk, Hooilanden en Brinkenweg komen verspreid hoeves te liggen.

Omstreeks 1870 vinden twee belangrijke ontwikkelingen plaats: de ontginning van het Beek-berger Woud en de aanleg van het Apeldoorns Kanaal. Door de gezamenlijke eigenaren in de Lierdermark werd besloten om het Beekberger Woud te veilen, waarna het werd aangekocht door een particuliere investeerder. Deze liet het bos kappen en de gronden in een regelmatig, recht patroon verkavelen. In aansluiting op het eerder gegraven noordelijke traject van het Apeldoorns Kanaal werd tussen 1859 en 1868 het traject tussen Apeldoorn en Dieren gegra-ven. De Loenense en Beekbergense beken werden via duikers onder het kanaal doorgeleid en zeven draai- en ophaalbruggen werden aangelegd voor het verkeer.

Na 1900 groeit het aantal burgerwoningen in het gebied. In het zuidelijke deel van het plan-gebied verschijnen pas in de jaren '30 meer woningen, zoals langs de Voorsterweg. Dit staat in relatie tot de Loenermark, die omstreeks 1932 officieel wordt ontbonden.

Na de Tweede Wereldoorlog worden verspreid over het gebied sporadisch boerderijen gebouwd. De aanleg van de snelwegen A1 en A50 omstreeks 1970 betekent een flinke doorsnijding van het gebied.

Het jonge landschap bezit thans nog steeds een agrarisch karakter. Het plangebied kent vrij grootschalige en open delen. Er zijn weinig structurende beplantingen, enkel de robuuste bo-menrijen langs het kanaal, de wegbeplanting van de Klarenbeekseweg en de Woudweg, en de beplanting van de Beekbergse Beek vallen op. Het verschil in hooi- en broeklanden, zoals de 19de-eeuwse kaarten aangeven, is nauwelijks nog te zien.

Wel kenmerken het Loenense en Zilvense Broek zich door meer openheid en rechtlijnigheid ten opzicht van de meer onregelmatige verkaveling van de Loenense Hooilanden. Ten noor-den van de Beekberge Beek valt met name de ontginning van het Beekberger Woud op.

Cultuurhistorische waardering

Over het algemeen zijn de ontwikkelingen van en de relicten in het plangebied weinig uniek. Voor de regionale geschiedenis zijn accenten als de papierfabricage, de ontginning van het Beekberger Woud, de kernvorming van het dorp Klarenbeek en enkele oude, verspreid lig-gende boerderijen waardevol. Verschillende wegtracés en waterlopen zijn waardevol vanwege de aanwezigheid van vóór de ontginning van het gebied.

Vanwege de samenhang tussen verschillende objecten zijn cultuurhistorische waardevolle ensembles benoemd:

  • Het Beekberger Woud met o.a. wegenpatroon en bebouwingscluster.
  • De Loenense Beek met o.a. papiermolens en villa.
  • De Beekbergse Beek (papiermolens onder Beekbergen en Lieren).
  • Het Apeldoorns Kanaal met o.a. bruggen en brugwachterwoningen.
  • Bebouwingscluster aan de Voorsterweg.


Ruimtelijke waardering

In ruimtelijke zin is het gebied vrij arm aan variatie en contrasten. Vooral in het noordelijk deel is het onderscheid tussen de hooilanden en broeklanden amper aanwezig, omdat bijvoor-beeld kavelrandbeplanting vrijwel ontbreekt en omdat het gebied doorsneden is door de A50. Ook het Beekberger Woud is in zijn gaafheid sterk aangetast door de supergepositioneerde snelweg.

In het overwegend agrarische gebied komen thans steeds meer 'gebiedsvreemde' activiteiten, zoals natuurontwikkeling, nieuwe landgoederen, villa's en kleinschalige bedrijvigheid aan huis. Er dient te worden gewaakt dat hiervan geen storende werking uitgaat, door een zorg-vuldige inpassing in het landschap, een goede erfbeplanting en passende vormgeving van de gebouwen.

Aanbevelingen

  • Behoud afwisseling en lokale verschillen.
  • Behoud en stimuleer weg-, erf- en kavelrandbeplanting.
  • Behoud kleine hoogteverschillen (microreliëf).
  • Behoud van het agrarische karakter en de dynamiek van het gebied.
  • Behoud van de samenhang van de ensembles, met name de Beekbergense en Loenense Beek als structuurdragers van het gebied.
  • Concentratie van nieuwe erven langs bestaande wegen, aansluitend op de kavelrichting (haaks op weg), met een passende erfbeplanting. Bij de erfinrichting dient gekeken te worden naar de ontginningsgeschiedenis: is de bebouwing georiënteerd op de ontsluiting en in de lengterichting gestrekt of staat zij los daarvan geclusterd?
  • Markeer historische (straat)wegen en het Apeldoorns Kanaal door middel van robuuste beplanting aan weerszijden.
  • Ringsloot (in samenhang met afwateringssloten Grootte en Kleine Leigraaf) en wegenkruis in het Beekberger Woud als zodanig herkenbaar houden en behoud van open zone rondom de ringsloot (zonder bebouwing of bos).
  • Bij omvangrijke bodemingrepen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachting dient vooraf archeologisch onderzoek plaats te vinden.

3.4.2.2 Monumenten en karakteristieke panden

Binnen het plangebied bevinden zich 5 gemeentelijke monumenten en 1 rijksmonument:

  • Woudweg 63: woonhuis, complex met nrs. 57-61 (gemeentelijk monument)
  • Woudweg 61: voormalige schuur, complex met nrs 57, 59, 63 (gemeentelijk monument)
  • Woudweg 59 voormalige schuur, complex met nrs 57, 61, 63 (gemeentelijk monument)
  • Woudweg 57 voormalige schuur, complex met nrs 59-63 (gemeentelijk monument)
  • Woudweg 53 boerderij met 2 schuren (gemeentelijk monument)
  • Kanaal Zuid watermolen bij nr.499, 'De Middelste molen' (rijksmonument)

Naast de monumenten bevinden zich in het bestemmingsplangebied ook panden met aanzienlijke cultuurhistorische waarde en beeldwaarde. Deze panden komen waarschijnlijk niet in aanmerking voor de status van beschermd monument (veelal wegens aantasting van originele vorm op detailniveau), maar zijn vanwege hun waarde wel belangrijk om te behouden. Daarom komen deze in aanmerking voor de aanduiding van 'Karakteristiek' gebouw in het bestemmingsplan (zie par.6.5.1).

Op grond van een voorselectie op basis van de Cultuurhistorische Analyse en de gemeentedekkende Inventarisatie waardevolle bebouwing en structuren uit 1993, is in 2011 een nadere selectie gemaakt, waarbij gebouwen zijn gewaardeerd op ruimtelijke waarde, historische waarde en objectwaarde. Het onderzoek is vervat in het rapport Ruimtelijke en cultuurhistorische waardering van de karakteristieke bebouwing in Het Woud, Apeldoorn, dat als bijlagen 2 en 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is opgenomen. Kenmerkende voorbeelden van zulke karakteristieke panden blijken met name de oude boerderijen die nog een duidelijk herkenbare herinnering vormen van de agrarische historie van het gebied.

Uit het onderzoek komen de gebouwen met de volgende adressen naar voren als zijnde van een dermate hoge waarde dat ze in aanmerking komen voor de aanduiding van Karakteristiek gebouw:

  • Brinkenweg 45
  • Brinkenweg 111
  • Elsbosweg 7
  • Elsbosweg 23
  • Elsbosweg 2
  • Elsbosweg 8
  • Elsbosweg 70
  • Hanekerweg 7
  • Hooiland 66 (stal)
  • Kanaal Zuid 493 (woning en schuur)
  • Kanaal Zuid 499
  • Klarenbeekseweg 11
  • Klarenbeekseweg 13-15 (voorzijde van het oude deel van het complex)
  • Klarenbeekseweg 23
  • Klarenbeekseweg 8
  • Kostersweg 27
  • Kostersweg 41
  • Leigraaf 20
  • Voorsterweg tegenover 89 (weidemolentje)
  • Voorsterweg 153
  • Voorsterweg 287 (boerderij en schuur)
  • Voorsterweg 295
  • Voorsterweg 56
  • Voorsterweg 64
  • Voorsterweg 94 (het oude gedeelte van het complex)
  • Voorsterweg 142-144 (boerderij en schuur)
  • Woudweg 50 (boerderij en bakhuisje)
  • Woudweg 70