direct naar inhoud van 2.3 Provinciaal beleid
Plan: Buitengebied Het Woud
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1052-ont1

2.3 Provinciaal beleid

2.3.1 Streekplan Gelderland 2005 (2005)

Het Streekplan 2005-2015 is op 13 december 2004 door Provinciale Staten vastgesteld. Vanaf 1 juli 2008 is het ruimtelijk beleid onder de (nieuwe) Wro verwoord in de structuurvisie. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat het huidige Streekplan van rechtswege een structuurvisie wordt.

Het Streekplan Gelderland 2005 is er op gericht de verschillende functies in regionaal verband een zodanige plek te geven dat de ruimtelijke kwaliteiten worden versterkt en er zuinig en zorgvuldig met de ruimte wordt omgegaan.

Voor ontwikkelingen op het Veluwemassief gelden de thema's rust, ruimte en groen. Het Veluwemassief vormt een belangrijk en omvangrijk onderdeel van de EHS en daarmee van het groenblauwe raamwerk. Tevens behoort ze tot de meest waardevolle landschappen met zelfs een nationale en internationale uitstraling. Inzet is bescherming en ontwikkeling van natuurwaarden, extensivering van menselijke activiteiten, versterking van de toeristisch recreatieve kwaliteit en vermindering van de barrièrewerking van verkeerswegen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1052-ont1_0002.jpg"

Afbeelding 2.1: Uitsnede streekplankaart

Functieverandering gebouwen

Vanwege ontwikkelingen in diverse sectoren (zoals landbouw) verliezen in de komende periode veel gebouwen en bouwpercelen in het buitengebied hun huidige functie, of hebben die functie al verloren. Ook zijn er agrariërs die hun agrarische gebouwen deels willen gebruiken voor niet-agrarische activiteiten. De provincie wil bevorderen dat deze gebouwen op een goede wijze kunnen worden (her)gebruikt. Door functieverandering kan tegemoet worden gekomen aan de aanwezige behoefte aan wonen en werken in het buitengebied, zonder daarvoor extra bouwlocaties toe te voegen.

De doelen van het provinciaal ruimtelijk beleid voor functieverandering van gebouwen in het buitengebied zijn de volgende:

  • land- en tuinbouwbedrijven de mogelijkheid geven niet-agrarische nevenfuncties te vervullen.
  • de behoefte aan landelijk wonen en in tweede instantie werken accommoderen in vrijgekomen gebouwen in het landelijk gebied. Hiermee kan een impuls worden gegeven aan de leefbaarheid en vitaliteit van het landelijk gebied.
  • verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door vrijgekomen gebouwen te hergebruiken en door per bouwperceel waar functieverandering plaatsvindt de resterende vrijgekomen gebouwen te slopen.

Landgoederen

Ter bevordering van de landschappelijke en ecologische kwaliteit, de toegankelijkheid en deaantrekkelijkheid voor recreanten, met name wandelaars, wordt in Gelderland de mogelijkheid geboden om nieuwe landgoederen aan te leggen. Als definitie van een nieuw landgoed geldt: een openbaar toegankelijk bos- en/of natuurcomplex (al dan niet met overige gronden) met daarin een woongebouw van allure met in beginsel maximaal drie wooneenheden en een minimale omvang van het nieuwe bos of natuurgebied van 5 ha.

Nieuwe landgoederen kunnen gesticht worden in delen van het groenblauwe raamwerk en in het multifunctioneel, niet in EHS-natuur, waardevol open gebied, in weidevogel- en ganzengebieden van provinciaal belang of in het concentratiegebied voor intensieve teelten.


Landbouw

De Gelderse land- en tuinbouw is en blijft een sector waarin ingrijpende veranderingen plaatsvinden. Het is onzeker welke vorm deze precies zullen hebben in de komende periode. Het EU-markt- en prijsbeleid en het milieu- en energiebeleid hebben hierbij grote invloed. Zuivere agrarische bedrijven die worden voortgezet hebben behoefte aan groei. Daarnaast is op veel bedrijven sprake van verbreding van functies; zo ontstaan bedrijven met neventakken. Tenslotte zijn er veel bedrijven die worden beëindigd; waarschijnlijk zal het aantal bedrijven nog sneller afnemen dan in de afgelopen periode al het geval was. Dit zal leiden tot een forse toename van het aantal vrijkomende agrarische gebouwen.

De melkveehouderij vraagt om grotere en extensievere bedrijven. Verwacht wordt dat blijvende zuivere melkveebedrijven zich ontwikkelen tot een fors grotere omvang dan nu het geval is. Deze bedrijven hebben behoefte aan grote huiskavels, die overigens wel in kleinschalige landschappen kunnen worden ontwikkeld. Tevens hebben zij behoefte aan bouwkavels van voldoende omvang. Voor de intensieve veehouderij wordt een versnelling in de afname van het aantal bedrijven verwacht.

Een groot aantal bedrijven in Gelderland heeft zowel melkvee als een intensieve veehouderijtak. Het is de verwachting dat er een versnelde ontmenging zal optreden onder invloed van wettelijke verplichtingen. De verplichtingen zijn specifiek voor de verschillende teelten en moeilijk op bedrijfniveau te verenigen. Of de ontmenging uitvalt ten gunste van melk- of van intensieve veehouderij zal sterk afhangen van de inkomensmogelijkheden.


Toerisme en recreatie

Toeristische en recreatieve activiteiten zijn in het algemeen sterk gebonden aan landschappelijke kwaliteiten en specifieke gebiedskenmerken, zoals water of bosgebieden. Initiatieven voor toeristisch-recreatieve voorzieningen dienen daarom te worden beoordeeld op de mate van aansluiting bij de regionale gebiedskenmerken en hun bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het regionaal toeristisch-recreatieve product. Differentiatie naar aard en intensiteit wordt op die manier gebiedsgericht.

2.3.2 Ruimtelijke verordening Gelderland (2010)

Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) met de daarbij behorende Invoeringswet in werking getreden. Hierbij is een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten ontstaan. Op het provinciale niveau betekent de invoering van de nieuwe Wet dat het streekplan als beleidsdocument en het goedkeuringsvereiste voor gemeentelijke bestemmingsplannen zijn komen te vervallen. Voor de formulering van het provinciale ruimtelijke beleid is de provinciale structuurvisie ingevolge artikel 2.2 Wro voor het streekplan in de plaats gekomen. Het streekplan Gelderland 2005 heeft op grond van het overgangsrecht de status gekregen van structuurvisie ingevolge artikel 2.2 lid 1 van de Wro.

Onder de Wro heeft de provincie geen bemoeienis meer met lokale belangen. Gemeenten worden vrij gelaten de lokale aspecten naar eigeninzicht te regelen. In het verleden diende ieder bestemmingsplan door GS te worden goedgekeurd. Onder de Wro is het instrument van de goedkeuring komen te vervallen en heeft deze plaats gemaakt voor algemene regels (ruimtelijke verordening). Gemeenten dienen deze algemene regels weliswaar in hun bestemmingsplannen te verwerken, maar behouden enige vrijheid in de wijze waarop zij dit doen. Deze algemene regels betreffen alleen onderwerpen met een duidelijk provinciaal c.q. nationaal belang.

Provinciale Staten hebben de Ruimtelijke Verordening Gelderland vastgesteld in december 2010 en de deze geldt sinds maart 2011. De volgende onderwerpen zijn hierin opgenomen:

  • verstedelijking;
  • wonen;
  • detailhandel;
  • recreatiewoningen en -parken;
  • glastuinbouw;
  • waterwingebied;
  • grondwaterbeschermingsgebied;
  • oppervlaktewater voor drinkwatervoorziening;
  • Ecologische Hoofdstructuur (EHS);
  • waardevol open gebied;
  • Nationale Landschappen.
2.3.3 Reconstructieplan Veluwe 2005 (2005)

Het plangebied ligt in het Reconstructiegebied Veluwe. De reconstructieopgaven met de hoogste prioriteit voor het plangebied zijn het realiseren van de EHS, een kwaliteitsverbetering van recreatie en toerisme en het behouden en versterken van landschappelijke en natuurlijke overgangen tussen het Veluwemassief en de randgebieden. Het plangebied ligt in de deelgebieden "De Harmonie" en "Ontspanning voor de Stad". Op de zoneringskaart is het plangebied aangewezen als extensiveringsgebied en verwevingsgebied, inclusief een sterlocatie, zie afbeelding 2.2.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1052-ont1_0003.jpg"

Afbeelding 2.2: Uitsnede reconstructiezonering

Zonering

Extensiveringsgebieden

In de extensiveringsgebieden worden de ontwikkelingsmogelijkheden van de intensieve veehouderij beperkt ten behoeve van de bescherming en ontwikkeling van natuur. Binnen de extensiveringsgebieden is nieuwvestiging, hervestiging en uitbreiding van intensieve veehouderij in beginsel niet toegestaan. Uitbreiding is alleen toegestaan, als dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke eisen van dierenwelzijn. Omschakeling naar intensieve veehouderij is evenmin toegestaan. Overname van een intensieve veehouderij in de bestaande omvang blijft wel mogelijk. Onder uitbreiding wordt verstaan elke uitbreiding van bestaande bebouwing voor het huisvesten van dieren in de sector intensieve veehouderij, ongeacht of dit bouwen plaatsvindt binnen een agrarisch bouwvlak. Vervangende nieuwbouw van gebouwen bestemd voor de intensieve veehouderij is toegestaan, mits de staloppervlakte niet toeneemt.

Dit beperkende beleid voor intensieve veehouderijen in extensiveringsgebieden is gerechtvaardigd omdat het gaat om zones rond zeer kwetsbare natuur, waar ook andere doelstellingen moeten worden gerealiseerd. Hierbij is ook van belang dat de ontwikkeling van de intensieve veehouderij in deze gebieden al aan beperkingen onderhevig is op grond van de geldende Wet ammoniak en veehouderij (WAV). Vanaf 1 januari 2013 is de milieuwetgeving aangepast. Op 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit milieubeheer in werking getreden. Vanaf 1 januari 2013 vallen veel veehouderijen niet meer onder de WAV, maar onder het Activiteitenbesluit. In de voorschriften van het Activiteitenbesluit zijn overigens wel de gelijke beperkingen opgenomen met betrekking tot de zeer kwetsbare gebieden

Overige agrarische bedrijven zoals grondgebonden veehouderijen, die een belangrijke rol spelen in het beheer en onderhoud van het gebied, dienen wel voldoende perspectief te houden. Nieuwvestiging, uitbreiding en hervestiging van biologische veehouderijen is mogelijk. Het ruimtelijk beleid voor deze gebieden dient zodanig te zijn dat er mogelijkheden zijn voor nieuwe activiteiten, zoals bepaalde vormen van recreatie en landgoedontwikkeling.

Verwevingsgebied

Het beleid voor het verwevingsgebied is gericht op het bevorderen van een passende combinatie van landbouw, natuur, landschap, recreatie, werken en wonen met bijbehorende kwaliteiten.

In verwevingsgebieden is nieuwvestiging van intensieve veehouderij uitgesloten. De hervestiging van een bedrijf met intensieve veehouderij op een bestaand bouwvlak waar geen intensieve veehouderij vergund is, is mogelijk. Dit geldt ook voor het omschakelen van een niet-intensieve veehouderij naar een intensieve veehouderij bedrijf. Voor alle duidelijkheid: bestaande bedrijven met intensieve veehouderij behouden hun bestaande bouwvlak en mogen dat deel van het bouwvlak dat wordt gebruikt ten behoeve van de intensieve veehouderijtak in beginsel uitbreiden tot 1 ha. Overname van een bestaand bouwvlak met intensieve veehouderij is mogelijk.

Bouwvlakken voor bedrijven met intensieve veehouderij mogen voor het deel dat gebruikt wordt ten behoeve van de intensieve veehouderij maximaal 1 ha groot worden, met uitzondering van zogenaamde "sterlocaties". Bestaande bouwvlakken die groter zijn dan 1 hectare worden gerespecteerd. Hetzelfde geldt voor ontheffingen op basis waarvan bestaande bouwvlakken van intensieve veehouderij kunnen worden vergroot, voor zover de maximale maten genoemd in dit reconstructieplan nog niet zijn bereikt. Uitbreiding van het bouwvlak groter dan 1 ha is alleen aanvaardbaar als de uitbreiding aantoonbaar noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen van dierenwelzijn en veterinaire gezondheid, dus om de dieren meer ruimte te geven zonder dat er sprake is van toename van het aantal dierplaatsen.

In het algemeen zal een uitbreiding van het staloppervlak die niet tot doel heeft het aantal dierplaatsen te vergroten, beperkt kunnen blijven tot circa 10%, tenzij op basis van dierenwelzijn een grotere oppervlakte nodig is. De gemeente dient dit in bestemmingsplannen verder in te vullen, rekening houdend met de gebiedskwaliteiten, de bestaande ruimtelijke en milieuhygiënische randvoorwaarden en de geldende overige wet- en regelgeving.

Concentratie van intensieve veehouderij-onderdelen van één bedrijf in verwevingsgebieden is mogelijk indien een toetsing door de gemeente aan de ter plaatse van belang zijnde omgevingsfactoren leidt tot de slotsom dat een bouwvlak kan worden vergroot. Daarbij dient verzekerd te zijn dat de intensieve veehouderij op de andere locaties van het bedrijf in extensiverings- of verwevingsgebied wordt beëindigd. Het concentratiebouwvlak mag dan groter zijn dan 1 ha. Toepassing van deze uitzondering is alleen mogelijk wanneer er veterinaire en/of bedrijfseconomische voordelen zijn en er ook qua omgevingsfactoren een (veel) betere situatie zal ontstaan, zulks primair ter beoordeling van de gemeente.


Landschap (groene wiggen)

In het gebied is een brede groene wig/ tevens ecologische poort aangewezen om enerzijds de landschappelijke en natuurlijke overgangen tussen het CVN en de IJsselvallei te behouden en te versterken en om anderzijds ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen als omsingeling van het CVN met bebouwing en verdere verstening tegen te gaan.


Natuur

De Beekbergse Poorten en het Beekbergerwoud vormen samen een robuuste structuur die de relatie tussen het CVN en de IJsselvallei versterkt. In deze poort is ontwikkelingsruimte voor nieuwe landgoederen en buitens, gecombineerd met waterberging. De poort geldt als een verbindingszone met als doelsoort de Das. Deze ecologische verbindingszone loopt langs weteringen en langs bestaande en te ontwikkelen bosstructuren. Om de gewenste water- en milieuomstandigheden voor natuur te bereiken worden de schone en kwetsbare gebieds- en gebruiksfuncties op basis van de watersysteembenadering binnen deelstroomgebieden geordend. Het Beekbergerwoud is de groene verbinding van en naar de stad.


Landbouw

Kenmerkend voor dit verweven gebied is de verbrede, multifunctionele grondgebonden landbouw. Hier is ruimte voor samenspel tussen onderhoud van landschap, functieverandering van vrijkomende gebouwen en ontwikkeling van andere kleinschalige nevenfuncties als recreatie, zorg en natuur.

De zonering voor de intensieve veehouderij betekent dat de Harmonie voor het grootste deel een verwevingsgebied wordt. In een zone van 250 m om het CVN wordt een extensiveringsgebied. Daarnaast is er een verwevingsgebied met sterlocaties aangewezen.

Een belangrijke bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het gebied ligt bij de instandhouding en optimalisatie van de grondgebonden landbouw op de kansrijke plekken. Op landbouwkundig minder gunstige locaties zetten we in op de ontwikkeling van verbrede landbouw in combinatie met extensieve recreatievormen, dienstverlening en detailhandel (ook gekoppeld aan verblijfsrecreatie). Ook kan worden ingezet op biologische landbouw, gezien de ligging nabij de stad voor afzet/markt.


Water

Naast het areaal landbouw ligt er in dit deelgebied een groot areaal waardevolle en zeer waardevolle natte landnatuur. De waterhuishouding zal zoveel mogelijk op beide belangen worden afgestemd (zie ook watermaatregelen bij natuur).

Ruimte voor water kan oplossingen bieden voor zowel te droge als te natte situaties, door het aanwijzen, inrichten en planologisch beschermen van waterbergingsgebieden. Door functies te combineren wordt het beslag op de schaarse ruimte beperkt.

Mogelijkheden liggen er vooral direct gekoppeld aan de beken in het gebied de ontwikkeling van de ecologische poorten, in combinatie met natuur en agrarisch gebruik en bij de realisatie van (nieuwe) landgoederen.

2.3.4 Waterplan Gelderland 2010 - 2015

Het Waterplan Gelderland 2010-2015 is op 11 november 2009 door Provinciale Staten vastgesteld en op 22 december 2009 in werking getreden. In het plan is aangegeven hoe de provincie wil zorgen voor voldoende schoon water en bescherming tegen een bescherming van een overvloed van water. In het plan staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems gelden provinciebrede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn specifieke doelen geformuleerd.

Voor de realisatie van bepaalde waterdoelen zijn ruimtelijke maatregelen nodig. Hiervoor krijgt het Waterplan op basis van de nieuwe Waterwet de status van structuurvisie en is beschreven welke instrumenten uit de Wet ruimtelijke ordening de provincie daarvoor wil inzetten.

2.3.5 Nationaal landschap

De Veluwe is door het Rijk aangewezen als één van de Nationale Landschappen om de kwaliteit van het landschap te behouden en te versterken. Met uitzondering van het meest noordelijke deel valt het plangebied binnen dit nationale landschap. Voor de nationale landschappen geldt in het algemeen dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, mits de kernkwaliteiten van het landschap worden behouden of versterkt. Binnen nationale landschappen is ruimte voor ten hoogste de eigen bevolkingsgroei. De provincie Gelderland is verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleid voor de Nationale Landschappen. Hiertoe is in juli 2007 door Gedeputeerde Staten van Gelderland het Uitvoeringsprogramma Nationaal Landschap Veluwe opgesteld, inclusief de begrenzing

2.3.6 Gevolgen provinciaal beleid voor bestemmingsplan
  • De Ecologische Hoofdstructuur dient in het bestemmingsplan te worden vastgelegd, zodat een adequate bescherming kan worden gewaarborgd.
  • Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, moeten deze in overeenstemming zijn met de kernkwaliteiten van het landschap.
  • Het provinciaal belang met betrekking tot thema's zoals verstedelijking, wonen, recreatiewoningen- en parken en nationale landschappen dient in het bestemmingsplan een passende vertaling te krijgen.
  • De reconstructiezonering, in dit plangebied bestaande uit verwevingsgebied, dient door te werken in het bestemmingsplan. Het gaat dan onder meer om regelgeving voor intensieve veehouderijen.
  • Doelen voor het waterbeheer met betrekking tot functies als landbouw, natte natuur en waterbergingsgebieden, zoals geformuleerd in het Waterplan Gelderland, dienen voor zover relevant een vertaling te krijgen in het bestemmingsplan.