direct naar inhoud van 2.2 Rijksbeleid
Plan: Buitengebied Het Woud
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1052-ont1

2.2 Rijksbeleid

2.2.1 Nota Ruimte en Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (ontwerp)

Vanuit het Rijksbeleid gold de Nota Ruimte. De Nota Ruimte bevat het nationaal ruimtelijk beleid van de Nederlandse overheid. De Nota is in 2012 vervangen door de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR).

In de nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten zij de komende jaren wil investeren en op welke manier de bestaande infrastructuur beter kan worden benut. Provincies en gemeentes krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening.

Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Er is nu te vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik. Daarom brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven) en laat het meer over aan gemeenten en provincies (‘decentraal, tenzij…’). Dit betekent minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt.

2.2.2 Nationaal Waterplan 2009-2015

Het Nationaal Waterplan is het rijksplan voor het waterbeleid in Nederland en heeft de status van een structuurvisie. Water krijgt een meer prominente rol bij de inrichting van Nederland. Het doel van het beleid is om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan bestaat uit verschillende aspecten. Het richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en andere vormen van gebruik van water. Er is beleid in opgenomen voor het IJsselmeergebied, het Noordzeebeleid en de Stroomgebiedbeheerplannen op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water. Daarnaast bevat het Nationaal Waterplan, naar aanleiding van het advies van de Deltacomissie in 2008, beleid over de maatregelen die genomen moeten worden voor de verwachte klimaatveranderingen.

2.2.3 Modernisering Monumentenzorg

De modernisering van de monumentenzorg is verwoord in een brief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2009). De modernisering is gestoeld op drie pijlers:

  • 1. borging van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening;
  • 2. krachtiger en eenvoudiger sectorale regelgeving;
  • 3. en het bevorderen van herbestemming.

De cultuurhistorie wordt verankerd in de ruimtelijke ordening. De tijd is voorbij dat ruimtelijke plannen worden gemaakt zonder dat wordt nagedacht over wat de betekenis is van een plek, over wat zich daar heeft afgespeeld, hoe daar mensen hebben gewoond en gewerkt, en wat daarvan zichtbaar moet blijven in de ruimte.

Enerzijds wordt een deel van de sectorale regelgeving overbodig, omdat er veel in de ruimtelijke ordening geregeld zal worden. Anderzijds zal de sectorale energie anders ingezet moeten worden. Daar waar procedures geen of slechts een geringe meerwaarde leveren voor het monument, maar wel een aanzienlijke last zijn voor de eigenaar, zal flink worden ingegrepen. Dit betekent dat er minder en eenvoudiger procedures komen.

De transformatie van monumenten biedt kansen om de beleving van de cultuurhistorische waarden te vergroten, zo lang dat gebeurt met liefde voor het erfgoed. De nieuwe bestemming kan ervoor zorgen dat een monument weer meer wordt gebruikt, de mogelijkheden tot behoud toenemen en meer mensen ermee in contact komen.

Belangrijk zijn ook de kansen die ontstaan in de omgeving van het betreffende project. Aanpassingen aan bijvoorbeeld een karakteristiek gebouw kunnen een grote uitstraling hebben op het gebied eromheen. Het Belvedere-programma heeft vaak laten zien dat de meest interessante oplossingen ontstaan door creatief te zijn binnen de bestaande cultuurhistorische context.

De komende decennia is herbestemming een grote opgave: de leegstand van kerken, scholen, boerderijen en industriële complexen is snel groeiend. Die opgave moet worden aangepakt. Daarbij is zorg in de planningsfase van groot belang. Planvorming bij herbestemming duurt soms jaren, en leegstand tast het gebouw aan. Het beleid in deze derde pijler is er dan ook op gericht de gebouwen in de planperiode tegen verloedering te beschermen. Zo ontstaat rust, ruimte en tijd om plannen te ontwikkelen en financiers te vinden.

2.2.4 Gevolgen nationaal beleid voor het bestemmingsplan
  • Het bestemmingsplan dient een verstedelijking van het platteland te voorkomen door in het buitengebied alleen functies toe te staan die hier aan gebonden zijn.
  • Het contrast in het plangebied van zeer open en besloten gebieden dient zoveel mogelijk te blijven bewaard dan wel te worden versterkt.
  • Het bestemmingsplan dient op gepaste wijze om te gaan met water.
  • Leegstaande gebouwen moeten in de planperiode van herbestemming beschermd worden tegen verloedering.