direct naar inhoud van 5.2 Waterhuishouding
Plan: Bestemmingsplan Zevenhuizen Stadsdeelhart Anklaar
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1051-von1

5.2 Waterhuishouding

5.2.1 Algemeen

Het bestemmingsplan Zevenhuizen Stadsdeelhart Anklaar ligt in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied bevindt zich niet binnen enige Keurzone en niet binnen de zoekgebieden voor waterberging die de provincie Gelderland in het streekplan heeft aangegeven.

5.2.2 Grondwater

Per ontwikkellocatie dient een geohydrologisch onderzoek naar de bodemgesteldheid en hoogte van het grondwater te worden uitgevoerd. Het plangebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone, zoals de provincie Gelderland deze heeft gedefinieerd. Dit betekent dat rekening moet worden gehouden met hogere grondwaterstanden in de toekomst als gevolg van klimaatontwikkelingen. De provincie werkt aan een prognose, waarin meer gebiedsspecifieke informatie wordt gegeven. Bij de bouw van ondergrondse voorzieningen voor parkeren etc. dient rekening te worden gehouden met de waterdichte uitvoering van de constructie.

5.2.3 Oppervlaktewater en waterafhankelijke natuur

Het bestemmingsplan gebied wordt aan de westzijde begrensd door De Singel. Binnen het plangebied komt geen ander oppervlaktewater voor. De Singel vormt een ecologische verbindingszone in de stad.

5.2.4 Afvoer van hemel- en afvalwater

In het plangebied en de omgeving daarvan ligt een gemengd rioolstelsel waarmee vuil- en hemelwater gezamenlijk worden afgevoerd. De capaciteit van dit riool is voldoende om bij de maatgevende regenbui die eens per 2 jaar optreedt geen water op straat te veroorzaken.

Het gemeentelijk beleid is er op gericht om bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen de afvoer van hemelwater niet op de riolering aan te sluiten. In de Bouwverordening is bepaald dat het hemelwater dat afkomstig is van daken en verhardingen in principe in de bodem moet worden geïnfiltreerd door middel van een infiltratievoorziening van voldoende capaciteit op eigen terrein.

Bij het bepalen van de manier waarop het hemelwater wordt afgevoerd, hanteert de gemeente de Beslisboom voor Hemelwater. Deze beslisboom geeft de volgende voorkeursvolgorde voor het afvoeren van hemelwater:

  • 1. gebruik van hemelwater (in grijswatercircuit of door vegetatiedak);
  • 2. infiltratie in de bodem;
  • 3. afvoer naar oppervlaktewater;
  • 4. afvoer via rioolstelsel.

De materialen die in aanraking komen met het hemelwater mogen niet uitlogen en dienen volgens Duurzaam Bouwen geselecteerd te zijn. Bij de infiltratie van hemelwater mag de bodem niet verontreinigd raken door met het hemelwater afgevoerde vervuilende stoffen.

Afkoppelen van het regenwater van de gebouwen is nog steeds een speerpunt van de gemeente Apeldoorn. Dit is een verplichting bij herstructureringen. Buiten het winkelcentrum dienen ook de andere schone oppervlakken te worden afgekoppeld. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door de aanleg van een apart stelsel en dit af te voeren naar het oppervlaktewater. Veranderingen aan het oppervlaktewater zijn beperkt. Het waterschap is hiervoor bevoegd gezag via de keur. Het vijveroppervlak blijft gehandhaafd, de inrichting van het vijvertalud wordt afgestemd en bij de nieuwe inrichting wordt rekening gehouden met de onderhoudstaak van het waterschap.

De nieuwe gebouwen dienen te worden voorzien van gescheiden afvoeren voor vuil- en hemelwater, zoals op grond van het Bouwbesluit verplicht is. De vuilwaterafvoer van de bebouwing wordt aangesloten op het gemeentelijke gemengde rioolstelsel. Het bestaande rioolstelsel in en om het plangebied heeft voldoende capaciteit voor deze extra vuilwaterafvoer van de nieuwbouw.

5.2.5 Watertoets

Een belangrijke wettelijke verankering van de relatie tussen het bestemmingsplan en de waterhuishouding vond plaats in 2003, toen de zogenaamde watertoets in het Bro werd opgenomen. De watertoets is het hele proces vanaf vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. In het kader de totstandkoming van het bestemmingsplan houdt de verplichting tot het opstellen van een watertoets in dat in een vroegtijdig stadium van planvorming overleg plaatsvindt met het Waterschap Veluwe over de consequenties van het bestemmingsplan ten aanzien van de waterhuishouding en de te nemen waterhuishoudkundige maatregelen. De opmerkingen van het waterschap zullen in het conceptplan worden verwerkt.