direct naar inhoud van 5.2 Integrale gebiedsanalyse
Plan: Buitengebied Noord-Oost
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1044-ont2

5.2 Integrale gebiedsanalyse

PLAATS EN LIGGING

Het plangebied Buitengebied Noord-Oost bevindt zich zoals genoemd in het overgangsgebied tussen de stuwwal van de oostelijke Veluwe aan de westzijde en het IJsselgebied aan de oostzijde. Het grootste gedeelte van het reliëf wordt bepaald door de licht glooiende daluitspoelingsvlakte, hier en daar zijn ook dekzandruggen zichtbaar.

Het plangebied kan om deze reden worden gekenmerkt als een gebied met verschillen in ondergrond (geologie, geomorfologie), hoogte, bodem en waterhuishouding. De verschillen tussen de hogere en lagere delen hebben in de afgelopen eeuwen geleid tot een grote verscheidenheid aan planten, dieren en occupatiepatronen.

Het plangebied wordt gekenmerkt door:

- de oude akkers en broekgebieden als dragers van de openheid;

- landgoed 't Woudhuis als groen zwaartepunt, typische landgoedstructuur van boselementen, houtwallen, open bouwgronden en graslanden en lanen;

- het Weteringse Broek met (toekomstige) bloemrijke graslanden, fietspaden en landbouwgronden;

- een goede ontsluiting via de A1 en A50.

De verschillen tussen enerzijds het bosgebied rondom landgoed 't Woudhuis en anderzijds het halfopen landschap met oude akkers en broekgebieden zijn markant en uiten zich ook in de afzonderlijke benadering van beide gebieden in de visie.

BELEIDSKADER

In het plangebied wordt gestreefd naar de realisatie van twee grote groengebieden in het plangebied, de Weteringse Broek en uitbreiding Landgoed 't Woudhuis door natuurontwikkeling in kwelgebieden en door reactivering van oorspronkelijke flora en fauna. Ontwikkeling van de grote groengebieden betekent voor het plangebied een combinatie van water, landbouwgebied, bos en recreatieve voorzieningen en recreatieve routes. In het Weteringse Broek zullen meer nieuwe natuur en ecologische verbindingszones langs weteringen worden aangelegd. Het recreatief medegebruik van deze gebieden wordt verbeterd en het zal ook beter worden afgestemd op de natuur. Het landgoed 't Woudhuis zal minder geïsoleerd komen te liggen. De grote groengebieden worden door weteringen aan elkaar verbonden en geven daardoor veel afwisseling in het landschap. Teneinde de ecologische relaties binnen het plangebied en vanuit het plangebied met de omliggende omgeving te behouden en te versterken, zijn maatregelen voor ontsnippering noodzakelijk. De Groote Wetering zal worden ingericht volgens het zogenaamde model 'kamsalamander' en ten noorden van landgoed 't Woudhuis volgens model 'Winde', waardoor er voor dieren, maar ook voor mensen betere verbindingen ontstaan; Met name poelen en natuurlijke oevers dragen hier aan bij. Door het plangebied lopen twee groene wiggen, Zuidbroek vanuit het Weteringse Broek naar de wijk Zuidbroek. De groene wig Wolvenbos ligt tussen de Oost-veluweweg en het Apeldoorns Kanaal en sluit aan op het Weteringse Broek. Het is een combinatie van bos en water. De groene wiggen zorgen voor relaties tussen de grote groengebieden en de stadsdelen voor mens en dier. Ook de aanleg van de ecologische verbinding richting Teuge en de IJsselvallei speelt een rol in de ontsnippering.

Overige aandachtspunten liggen er op het gebied van het beschermen en benadrukken van de laan- en zichtlijnstelsels rondom het landgoed en ten aanzien van waterberging.

Het behoud en de versterking van het halfopen landschap, met verschillende open gebieden als oude akkers en laaggelegen broekgebieden zijn de centrale doelstelling voor het halfopen landschap. De lage broekgebieden zijn voor een deel niet meer duidelijk herkenbaar, door het afbrokkelen van beplanting. Teneinde het halfopen karakter te behouden, is een goede agrarische structuur noodzakelijk. De landbouw, voornamelijk melkveehouderij, is drager en beheerder van de open ruimte. De positie van de landbouw als beheerder van deze ruimte verzwakt evenwel. In het Reconstructieplan Veluwe is het gebied aangewezen als verwevingsgebied, hetgeen betekent dat de primair grondgebonden veehouderij zich verder kan ontwikkelen. Maar ook worden mogelijkheden geboden voor landbouwverbreding Functieverandering is mogelijk, echter middels een bestemmingsplanherziening.

Een belangrijke randvoorwaarde bij het formuleren van een visie is de bescherming van basiskwaliteiten als (externe) veiligheid, gezondheid, kwaliteit milieu (lucht, geluid) en water en bijzondere kwaliteiten als landschap, cultuurhistorie en natuur. Deze kwaliteiten zijn voor een deel met behulp van beschermingsnormen vastgelegd in Europese en rijksregelgeving (Europese Kaderrichtlijn Water en het Nationaal Bestuursakkoord). De ruimtelijke bescherming van deze kwaliteiten vloeit voort uit de provinciale Structuurvisie.